[EToS]
[informatie]
[software]
[termen]
Educatieve Toepassingen van Vrije Software
ICT Terminologie
(BETA versie)
Deze pagina geeft een korte uitleg bij technische termen
uit de ICT-wereld, met de nadruk op
Vrije Software, en met, waar mogelijk,
verwijzingen naar meer gedetailleerde informatie.
Engelstalige computer-encyclopedieën
vind je hier
of hier.
Gelieve ons te
contacteren met al uw aanpassingen en suggesties voor uitbreidingen.
Enkele suggesties: alles in MySQL steken, search-functionaliteit,
links naar HOWTOs bijvoegen waar relevant, links naar pagina met extra
uitleg bij een bepaald topic, vertalen van de bovenvermelde Engelstalige
bronnen, figuren bijplaatsen, enz.
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S
T U V
W X Y
Z
- @
(“At sign”)
-
Nederlands: apestaart, apekrul. Dit letterteken wordt
in het Engels gebruikt om een plaats aan te duiden (``at'' betekent: ``ter
plaatse van'' in het Engels). In de computerwereld zie je het teken vooral
opduiken in email-adressen: het scheidt de
gebruikersnaam van de
host waarop die gebruiker een email-adres heeft.
Bijvoorbeeld: Filip@koningshuis.be.
- /.
-
Zie Slashdot.
Start
3
4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- 386
-
CISC-processor van
Intel.
Start
3
4
6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- 486
-
CISC-processor van
Intel.
- 4GL
(``Fourth Generation Language'')
-
Hoog-niveau programmeertaal die pretendeert zeer
dicht te staan bij de natuurlijke talen (i.c. Engels). 4GL talen worden
vooral gebruikt voor toegang tot
gegevensbanken.
Zie programmeertaal voor definitie van de
andere niveaus.
Start
3 4
6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- 68000
-
Familie van CISC-processoren
gemaakt door Motorola: 68000 tot 68040, in
performantie ongeveer overeenkomend met de 8086 tot 80486 van
Intel.
Deze processoren werden vooral gebruikt in de Amiga en
de oudere Apple computers.
Start
3 4 6
A
B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Accelerator (``Versneller'')
-
Een extra stukje processor op een
grafische kaart dat de
CPU van de computer ontlast van de
intensieve berekeningen om een grafisch scherm op te bouwen.
- Access provider
(``Toegangsverschaffer'')
-
Zie ISP.
- Account
-
Het feit dat een gebruiker gekend is op een
computersysteem, en van zijn diensten kan gebruik maken.
- Accumulator
-
Een onderdeel van de centrale verwerkingseenheid.
- Acknowledgment
(``Bevestiging'')
-
Amerikaanse spelling: acknowledgment; Engelse spelling
acknowledgement.
Bevestiging van ontvangst. Is meestal een onderdeel van een
automatisch communicatie-protocol.
- ADC
(``Analog-to-Digital Conversion'')
-
Omzetten van een analoog signaal naar een
digitaal. Bijvoorbeeld: de spanning die van een
elektronische temperatuursmeter komt.
- ADSL
(``Asymmetric Digital Subscriber Line'')
-
Een sneller alternatief dan de klassieke
telefoon-modem, dat niettemin gebruik maakt van
dezelfde koperen telefoonkabels (net zoals ISDN).
ADSL laat een bandbreedte toe van 1,5 tot
9MB (``downstream,'' d.w.z. van de
ISP naar de gebruiker), en van 16 tot
640kilobytes in de andere richting (``upstream'').
Dit verschil in bandbreedte in beide richtingen is de reden voor de term
``asymmetric.
Alcatel in Antwerpen heeft een leidende rol gespeeld bij de ontwikkeling
van ADSL.
- Advocacy
(``Pleitbezorging'')
-
Linux beschikt niet over geld om reklame te
maken in tijdschriften of op TV, zoals commerciële
software-makers doen om hun produkten aan te prijzen. Linux leeft dus van
(mondelinge of elektronische) mond-aan-mond reklame van de ene gebruiker
naar de andere. Deze vorm van promotie lukt enkel maar als de reklame-makende
Linux-gebruiker objectief, beleefd en geloofwaardig overkomt. (Iets waar
veel computer nerds niet altijd goed in zijn.)
Vandaar dat sommige personen zich speciaal op deze taak van
``advocacy'' hebben toegelegd, en als spreekbuis dienen voor de
hele Linux-gemeenschap. Maar, net zoals het schrijven van code, is deze
pleitbezorging eigenlijk de gedeelde verantwoordelijkheid van iedere
Linux-gebruiker.
- Afhalen
-
Zie download.
- Agent
-
Een programma (of verzameling van samenwerkende programma's) dat
zich onafhankelijk van andere kan handhaven in een computersysteem, en dat
verantwoordelijk is voor de goede werking van een bepaalde dienst of
apparaat.
- AI (``Artificiële Intelligentie'')
-
De hoop van vele wetenschappers is dat het geheel van programma's en
interfaces dat beschikbaar kan zijn op een
computer-systeem dat systeem zich kan laten voordoen alsof het een zekere,
menselijke intelligentie bezit. Deze droom komt slechts uiterst langzaam in
vervulling.
- Alfa
-
Zie beta.
- Alpha
-
RISC-processor van Compaq.
- AMD (``Advanced Micro Devices'')
-
Producent van
Intel-compatibele
processoren, zoals de K5, de K6 en de Athlon.
- Amiga
-
Geavanceerde en populaire ``PC'' uit de jaren 80, die gebruik maakte van de
68000 processor.
Amigas bestaan nog steeds, maar zijn bijna volledig uit de markt gedrongen
door het succes van de op Intel en Microsoft Windows
gebaseerde PC-architectuur.
De Amiga had een krachtig multi-tasking
besturingssysteem met
pre-emptive scheduling
(tien jaar voor Windows!), en uitstekende grafische en geluids-mogelijkheden.
Amiga was eigendom van, achtereenvolgens, Commodore, Escom en Gateway.
- Analoog
-
Een analoog signaal kan continu variëren; bijvoorbeeld: temperatuur,
snelheid, gewicht, spanning, of stroom. Computers maken daarentegen
gebruik van digitale technieken.
- ANSI
(``American National Standards Institute'')
-
Amerikaanse standaarden-organisatie.
- Apestaart
-
Zie @.
- Appliance
-
Eenvoudig apparaat voor huishoudgebruik. Zie ook
netwerk computer.
- Application Program Interface
-
Zie API.
- API
(``Application Program Interface'')
-
Een verzameling van procedures en
protocols om programma's samen te stellen op basis
van reeds geschreven bouwblokken uit éé:n of meerdere
programma-bibliotheken.
- Applet
-
Een programma dat niet rechtstreeks door de gebruiker kan uitgevoerd
worden, maar dat vanuit een ander programma wordt gestart. Zeer populair
bij Web surfing.
- Application server
-
Een computer die de software en gegevens bevat waarmee een gebruiker vanaf
een andere computer een bepaalde toepassing (“application”)
kan gebruiken. De voordelen van een application server zijn dat de software
maar op één plaats moet onderhouden worden, en dat de
gegevens van de gebruikers veel makkelijker in een back-up systeem kunnen
bewaard worden.
- ARPANET
-
De voorganger van het Internet. Het was een
WAN opgezet in 1969 door het Advanced Research
Project Agency (ARPA) van het Amerikaanse leger. De bedoeling was om
de communicatie tussen de verschillende militaire centra zo weinig mogelijk
te kunnen laten verstoren door het uitvallen van éé:n van de
verbindingen. Al van in het begin mochten universiteiten op het ARPANET; de
allereerste verbinding via ARPANET was trouwens tussen twee universiteiten:
UCLA in Berkeley en Stanford University in Palo Alto, beide in
Californië.
- Artificiële Intelligentie
-
Zie AI.
- ASCII
(``American Standard Code for Information Interchange'')
-
De historisch meestgebruikte manier om lettertekens voor te stellen door
getallen. Oorspronkelijk gebruikte men 128 getallen (van 0 tot 127) voor de
meest courante lettertekens uit het Engels. Later kwamen er uitbreidingen,
tot 256 lettertekens, zodat ook accenten en dergelijke kunnen weergegeven
worden. De grote meerderheid van tekstbestanden maken gebruik van deze
code, of liever van de gestandaardiseerde
uitbreiding ISO Latin 1. ASCII is echter beperkt
tot 256 tekens, wat problemen geeft voor vele talen. Vandaar dat men
nu meer en meer Unicode begint te gebruiken.
- ASP (``Application Service Provider'')
-
Een uitbreiding van het client-server model: de
toepassing (``applicatie'') waarin de gebruiker geïnteresseerd is
draait op verschillende servers, en er zit ook nog een web server tussen
die de gebruiker afschermt van de complexiteit verbonden aan toegang tot,
en synchronisatie van, verscheidene servers.
- Assembler
(``Machinetaal'')
-
Elke processor heeft zijn eigen set van
instructies die hij kan uitvoeren. De assembler van die
processor is de taal die voor elk van deze instructies een bepaald
(van het Engels afgeleid) woord gebruikt, waarmee de gebruiker de processor
kan programmeren. Deze woorden samen vormen het
vocabularium van de assembler-taal van de
processor. De term ``laag-niveau programmeertaal'' wordt vaak als
een synoniem gebruikt.
Elke computertaal heeft naast een vocabularium van toegelaten woorden
ook een grammatica
(of syntax). Dit is het geheel van regels die bepalen
welke combinaties van woorden toegelaten zijn in de programmeertaal.
- ATM (``Asynchronous Transfer Mode'')
-
…
- Asynchroon
-
Niet synchroon.
- At sign
-
Zie @.
- Attachment
-
Bijlage bij een email. Attachments kunnen
verschillende bestandsformaten hebben.
MIME compliant
mail readers kunnen het bestandstype van de
attachments interpreteren, en desgewenst de korresponderende
plugin opstarten op de attachment te openen.
- Authenticatie
(``Waarmerking'')
-
Vooraleer gebruiker toegang krijgen tot een computer-systeem moeten ze zich
identificeren en bewijzen dat ze toelating hebben om het systeem te
gebruiken. Inloggen is een voorbeeld van zo'n
toegangs-protocol;
Kerberos-authenticatie is een ander voorbeeld.
- Automount-programma
-
Een automount-programma mount automatisch een
randapparaat als een ander programma toegang wil krijgen tot de
directory waarop het randapparaat moet gemount
worden. Na verloop van een timeout
unmount de automount het randapparaat opnieuw.
Start
3 4 6
A
B
C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Backwards compatibel
-
Opeenvolgende versies van een software pakket of een familie van
processoren worden backwards compatibel
genoemd wanneer de nieuwere versies nog alle functionaliteit van de oudere
versies aanbieden, zodat men reeds in gebruik zijnde software kan blijven
gebruiken. Dit is natuurlijk een voordeel van backwards compatibele
produkten. Het nadeel is dat de nieuwe versies omwille van de
compatibiliteit vaak een hele hoop balast uit het verleden meezeulen ten
koste van de flexibiliteit en de efficiëntie.
- Bandbreedte
(``Bandwidth'')
-
De hoeveelheid gegevens die een bepaald communicatie-medium (telefoonlijn,
computer-bus, netwerk-kabel, ...) kan doorlaten per
tijdseenheid. Wordt gewoonlijk uitgedrukt in bits per
seconde.
- Banner
-
Reklameboodschap op een webpagina.
- BASIC
(``Beginner's All-purpose Symbolic Instruction Code'')
-
Eén van de eerste
hoog-niveau programmeertalen, ontwikkeld in de
jaren '60. BASIC is een geïnterpreteerde
taal. Tegenwoordig wordt BASIC veel gebruikt als
macro-taal.
- Batch file
-
Zie script.
- BeOS
-
Het (proprietary)
besturingssysteem van de firma Be. Dit bedrijf
is er niet in geslaagd te overleven op de markt, alhoewel het enkele
competitieve voordelen had op het gebied van de ondersteuning van gebruik
en ontwikkeling van multimedia-toepassingen.
- be.comp.os.linux
-
Dit is de nieuwsgroep van de Belgische
Linux-gemeenschap. Hierop worden enkele tientallen
boodschappen per dag verstuurd (``gepost''), en je
kan hier terecht met je Linux-problemen. Bijna altijd vind je anderen
die je kunnen helpen met tips uit eigen ervaring, of met verwijzingen naar
software of documentatie op het Internet.
Zoals op elke nieuwsgroep laait er van tijd tot tijd wel eens een
flame war op...
- Benchmark
(``Testbank'')
-
Reeks van testen om de relatieve performanties van verschillende systemen
te meten. Voor computers is er heel wat diskussie over wat een goede
testbank zou zijn. Eric Raymond zegt:
“In the computer industry, there are three kinds of lies: lies,
damned lies, and benchmarks.”
- Beowulf
-
De software om een aantal
Linux computers samen te bundelen om er een veel
krachtigere supercomputer van te maken.
- Bestands-extensie
-
De naam van een bestand bestaat meestal uit meer dan één
woord. Het laatste woord van de naam geeft vaak aan wat het type van de
inhoud van het bestand is, en/of door welke programma's het bestand kan
gebruikt worden. Enkele voorbeelden: voordracht.txt is een
bestand in ASCII-tekst; brief.tex is een
bestand voor de LaTeX
tekstverwerker. De oudere Microsoft
besturingssystemen konden slechts bestandsnamen gebruiken
van acht lettertekens, gevolgd door een punt (``.'') en een extensie van
drie lettertekens; bijvoorbeeld: bestand1.txt.
Meer moderne besturingssystemen
(UNIX, Linux, Microsoft Windows 95
en later) laten langere bestandsnamen toe, waarin de verschillend woorden
van de naam mogen gescheiden worden door, bijvoorbeeld, een punt of een
spatie.
- Besturingssysteem
-
Het besturingssysteem (of operating system) van een computer is de
gemeenschappelijke naam van alle software die ervoor zorgt dat de
eigenlijke toepassingsprogramma's gebruik kunnen maken van alle diensten
van de hardware, zonder zich te moeten bekommeren over de eigenlijke
werking van die hardware. De belangrijkste taken van het besturingssysteem
zijn:
- het verdelen van de beschikbare tijd van de
processor over de verschillende
processen. (Dit is de
scheduling van de processen.)
- het beheer van het beschikbare geheugen. Ten eerste, in de zin dat het
voor een toepassingsprogramma lijkt alsof het onbeperkt kan gebruik maken
van geheugen (zelfs meer dan er fysisch aan RAM op de
computer beschikbaar is). En ten tweede, door er voor te zorgen dat
verschillende processen niet aan elkaars geheugen kunnen, om zo te
voorkomen dat het ontsporen van één proces alle andere
processen zou storen.
- de interfacing met andere apparaten die aan de computer verbonden
zijn: seriële en
parallelle poorten, modem, enz.
Echte besturingssystemen (zoals Linux en alle andere
Unix-versies) zijn multi-tasking en
multi-user. De meeste Windows-besturingssystemen
(inclusief NT) zijn dit niet.
- Beta
-
Vooraleer een software pakket voor het grote publiek wordt vrijgegeven
(gratis of mits betaling) doorloopt het meestal een testfaze. Men zegt
dat de software tijdens deze testfaze in ``beta'' is. De
voorafgaande ontwikkelfaze wordt alfa genoemd.
- Beveiliging (``Security'')
-
Als meerdere mensen toegang hebben tot je computer (via scherm en
toetsenbord, of via het Internet), dan bestaat de
kans dat zij (moedwillig of per ongeluk) de gegevens op je computer
veranderen. De beveiliging van een computer is het geheel van technieken
waarmee men (min of meer) kan garanderen dat niemand ongeoorloofd toegang
heeft tot de computer en de gegevens die erop staan.
Zie ook:
cracker,
encryptie,
hacker,
paswoord,
SSH,
wachtwoord.
- BIOS
(``Basic Input Output System'')
-
Een stuk programma op een EPROM dat instaat voor de
initialisatie van de computer bij het booten.
- Bit (``BInary digiT'')
-
De kleinste hoeveelheid informatie die kan opgeslagen worden: de waarde is
ofwel ``0'' ofwel ``1.'' Bits worden verzameld in grotere
informatie-eenheden, zoals bytes. De ``kracht'' van
computers wordt vaak in bits uitgedrukt: ``Dit is een 32-bits computer.''
Dit betekent dat ze instructies kunnen uitvoeren op gegevensgroepen
(``woorden'') van 32 bits groot.
- Bladeraar (``Browser'')
-
Een programma om HTML-pagina's te tonen. De meest
gebruikte zijn Microsoft Internet Explorer en het
Vrije Software programma
Firefox.
- Blokkeren
-
Niet meer verder gaan met het uitvoeren van het huidige programma.
- BNC connector
(``Bayonet Neil-Concelman'')
-
Dient om coaxiale kabels aan elkaar te verbinden. Veelal gebruikt in
de ietwat oudere ethernets.
- Bogomips
-
Een uitvinding van Linux Torvalds om de snelheid van
een processor te meten: bij het opstarten meet de
kernel hoe snel een bepaalde lus
draait. ``Bogo'' komt van ``bogus'' dit wil zeggen
``vals.'' Omdat de meting niet echt uitermate betrouwbaar is.
- Boomstructuur
-
Een hiërarchie van aan elkaar gekoppelde elementen
(bijvoorbeeld bestanden in een bestandensysteem) waarbij
men slechts op één mogelijke wijze van het ene element in de
structuur naar elk ander element kan navigeren (zonder de structuur te
verlaten). Zo'n structuur kan men voorstellen als een boom: een
“wortel” met daarboven allemaal vertakkingen; takken splitsen
maar komen verder nooit meer terug samen.
- Booten
-
Wanneer je computer opstart laadt hij onmiddellijk een aantal programma's
in zijn geheugen om te kunnen starten met zijn eigenlijke werk. Dat
initiële opladen heet ``booten.'' De naam komt van het Engelse
bootstrap, dat het lint aanduidt waarmee de cowboys hun laarzen
konden aantrekken.
Een typische PC boot vanaf zijn
harde schijf, zijn
floppy, of zijn CR-ROM. De
gebruiker maakt deze keuze via het BIOS boot-programma.
- Broncode
-
Je computer draait een programma door één voor
één instructies uit zijn geheugen op te halen en uit te
voeren. Deze instructies zijn verschillend van
processor tot processor. Maar bijna niemand
gebruikt deze basis-instructies rechtstreeks in zijn programma. Sinds vele
tientallen jaren zijn er immers ``hoog-niveau''-programmeertalen
beschikbaar: Pascal, C, C++,
Java, FORTRAN, Cobol, Ada, enz.
Eén instructie uit zo'n hoog-niveau programmeertaal wordt door een
compiler omgezet in een reeks van de hogervermelde
laag-niveau instructies (de zogenaamde
``assembler'').
Vrije Software programma's worden altijd
beschikbaar gesteld in één van die hogere programmeertalen,
en dit is de broncode van het programma. Linux zelf is
geschreven in C.
- Brook's Law
-
“Adding manpower to a late software project makes it
later”
- Browsen
-
Zie surfen.
- Browser
-
Zie bladeraar.
- BSD
(``Berkeley Software Development'')
-
Een groot deel van UNIX is ontwikkeld aan de University
of Berkeley. En uit deze inspanningen zijn enkele
Open Source versies van UNIX ontstaan
zoals FreeBSD, OpenBSD. Veel van de tools die
Linux gebruikt zijn afkomstig van de BSD-wereld.
- Bug
(``Kever'')
-
Fout in een programma. De term stamt uit de prille beginjaren van de
computer, toen de computers nog bestonden uit kamersgrote toestellen
opgebouwd met lamp- versterkers. Eén van de redenen waarom
programma's toen crashten was dat er insekten in het
toestel waren verzeild en voor kortsluitingen zorgden.
- Bug fix
-
Een oplossing voor een bug in een programma. Tijdens de
ontwikkeling van Vrije Software worden bug fixes
vaak beschikbaar gesteld onder de vorm van patches bij
de broncode van de software.
- Bus
-
De verzamelnaam van de elektronische bedrading waarlangs gegevens van de
ene plaats van een computersysteem naar de andere getransporteerd worden.
In een PC hangen bijvoorbeeld het RAM-geheugen, de harde
schijf, de CPU en de seriële
en parallelle poorten aan de bus.
Een bus bestaat typisch uit twee gedeelten: een adres-bus en een
gegevensbus. De laatste zorgt voor het eigenlijke gegevenstransport, op de
eerste reizen de adressen van de gegevens die moeten getransporteerd
worden. De breedte van de adresbus bepaalt hoeveel geheugen de
CPU kan aanspreken; de breedte van de gegevensbus
bepaalt hoeveel gegevens tegelijk kunnen verstuurd worden. Zo spreekt men
van 8, 16, 32, 64 en 128 bits bussen; deze kunnen,
respektievelijk, 28, 216, 232,
264 en 2128 bits transporteren en/of adresseren.
- Buffer
-
Een plaats in het geheugen dat gedeeld wordt door twee
processen en/of
randapparaten die op verschillende snelheden
werken, en waarvan de synchronisatie dus niet kan
gegarandeerd worden. Het ene apparaat of proces kan in de buffer schrijven
of eruit lezen zonder te moeten wachten op het andere.
- Busy wating
-
Een programma wacht totdat een bepaald event zich
voordoet door in een lus een aantal nutteloze
instructies uit te voeren, met als enige bedoeling de tijd
tot het event rond te maken. Indien mogelijk is het beter om het event
een interrupt te laten genereren,
- Byte
(``BinarY TErm'')
-
Op de meeste moderne computers is één byte gelijk aan acht
bits. Dit is voldoende om bijvoorbeeld 28=256
verschillende lettertekens te beschrijven. Veelgebruikte veelvouden van
één byte zijn: 1 kilobyte = 1KB = 210=1024 bytes,
1 megabyte = 1MB = 220=1 048 576 bytes, en 1 gigabyte = 1 GB =
230= 1 073 741 824 bytes.
- bzip2
-
Compressie-programma, met hoger compressie-graad
dan gzip.
Start
3 4 6
A B
C
D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- C
-
Programmeertaal waarmee het overgrote stuk van UNIX en
Linux geschreven zijn (in Bell Labs, jaren '70).
Heeft geen ondersteuning voor
Object-geöriënteerd programmeren, maar biedt
wel de mogelijkheid om hardware adressen aan te spreken, en dus om
device drivers te schrijven voor
randapparaten.
- C++
-
Object-georiënteerde programmeertaal, met
C als voorouder.
- Cache
-
Snel toegankelijke plaats om iets (webpagina's,
programma-instructies, enz.) ergens tijdelijk te stockeren.
- CAD (``Computer Aided Design'')
-
Ontwerpen met behulp van computerondersteuning.
- Cascading Style Sheets
-
Een style sheet
standaard voor
webpagina's.
Een Nederlandstalige handleiding vind je
hier.
- Cathedral and the Bazaar
-
Deze tekst van Eric S. Raymond beschrijft de
verschillende soorten motivatie van al die duizenden vrijwilligers die
meewerken aan Vrije Software. Raymonds
schrijfsels
hebben een zeer grote invloed gehad om de Vrije Software beweging een eigen
identiteit en gemeenschapsgevoel te geven.
- CD-ROM (``Compact Disc Read Only Memory'')
-
Een ROM-geheugen op een CD-schijfje. Het werkt met
dezelfde technologie: een laserstraal leest microscopische putjes in de
aluminium laag van het schijfje, en zet dit om in bits.
een CD-ROM kan zo'n 650 MByte aan gegevens
bevatten. (Ongeveer 250 000 getikte A4-pagina's.) Een nieuwere technologie
met nog hogere dichtheid aan gegevens is DVD.
De (theoretische) transmissie-snelheid van gegevens van de CD-ROM naar het
RAM-geheugen wordt vaak aangegeven met een ``8 X'' (of
een ander getal dan ``8''); dit wil zeggen: ``8 maal sneller dan de eerste
generatie van CD-ROM spelers, ongeveer 150 Kbytes
per seconde.
Het bestandensysteem op een CD-ROM is vaak
ISO 9660.
- CGI (``Common Gateway Interface'')
-
De manier om twee-wegs verkeer tussen een
webserver en een gebruiker mogelijk te maken.
Bijvoorbeeld, voor het invullen van forms.
CGI is een server side
manier om deze communicatie te realiseren; scripts
zijn een client side oplossing.
CGI-scripts hebben het nadeel dat ze niet
persistent zijn, dit wil zeggen, eenmaal ze
uitgevoerd zijn verdwijnen ze, en kunnen dus geen informatie bijhouden
tussen twee oproepen van dezelfde gebruiker.
- Chat
Zie IRC.
- Cipher text (``Cijferschrift
-
Zie encryptie.
- CISC (``Complex Instruction Set Computer'')
-
Een processor die aparte instructies aanbiedt voor
zoveel mogelijk verschillende bewerkingen. De Intel
processoren zijn hiervan een voorbeeld. Tegenwoordig wordt vaker voor een
RISC-architectuur gekozen. Zie
hier
voor een vergelijking tussen beide.
- CLI (``Command Line Interface'')
-
Zie commando-lijn.
- Client
-
Zie Client-Server.
- Client-Server
-
In veel toepassingen doet een gebruiker (bewust of onbewust)
beroep op meer dan één computer om een bepaalde taak uit te
voeren. De gebruiker start de taak op zijn eigen computer, en geeft de
nodige gegevens in, waarna deze gegevens worden doorgestuurd naar een
andere computer die de eigenlijke verwerking doet en de resultaten
terugstuurt. De verwerkende computer is de
server, de computer van de gebruiker is de client.
Bijvoorbeeld: surfen op het
Internet, of email
sturen. Hetzelfde principe geldt niet alleen voor samenwerkende computers,
maar ook voor samenwerkende processen op
éénzelfde computer.
- Client side
-
Actief aan de kant van de client in een
client-server systeem.
Zie bijvoorbeeld Javascript.
- Cluster
-
Groep van computers die via een snel netwerk met elkaar verbonden zijn, en
gezamenlijk zware programma's (in termen van hoeveelheid gegevens en/of
hoeveelheid uit te voeren instructies) kunnen verwerken.
- COM (``Common Object Model''
-
(Vereenvoudigd) Corba-equivalent van Microsoft. Wordt
niet meer ondersteund.
- Commando-lijn
-
Dat deel van een scherm waar de gebruiker instructies voor de computer kan
intikken. Het begin van de commando-lijn wordt vaak aangegeven met een
prompt.
- Common Object Model
-
Zie COM.
- Compatibel (``Verenigbaar'')
-
Software paketten of hardware apparaten zijn compatibel wanneer ze met
elkaar kunnen gegevens uitwisselen.
- Compiler
-
Het programma dat broncode uit een
hoog-niveau programmeertaal omzet naar de assembler voor een bepaalde
processor. Of soms naar een iets
``hoger'' niveau, namelijk object code.
De compiler kijkt naar het hele broncode-bestand, en zet dit om in object
code. Dit in tegenstelling tot een interpreter,
die instructie per instructie werkt.
Aangezien de object code verschilt van processor tot processor zijn er voor
elke soort processor aparte compilers; en gecompileerde code is niet
overdraagbaar.
- Comprimeren
-
De reductie van de grootte van bestanden. Er bestaan massaal veel manieren
om dit te bewerkstelligen. De programma's gzip en
bzip2 zijn de populairste onder
Linux.
- Computer Aided Design
-
Zie CAD.
- Configureren
-
De meeste programma's (en zeker het
besturingssysteem hebben een aantal
parameters: netwerk-adressen van computers; plaats en grootte van
RAM of ROM geheugen; namen van
directories: enz. De gebruiker past deze parameters aan om het programma
optimaal op zijn wensen of op de andere beschikbare programma's
en gegevens af te stemmen. Dit invullen van al die parameters noemt men
``configureren,'' en dat kan vaak een hele karwei zijn.
Linux bewaart configuratie-parameters in
ASCII-bestanden, in de
directories /etc (voor eenmalig in te
vullen parameters, zoals bijvoorbeeld de IP-adressen
van computers) en in /var voor parameters die variëren in
de tijd (zoals bijvoorbeeld de informatie over de huidige
printer jobs).
- Console
-
Tekstvenster. Meestal bedoelt men hiermee het eerste
scherm dat men krijgt na het opstarten van de
computer. Dit venster neemt typisch het hele scherm in beslag.
Linux biedt meerdere consoles aan, die elk
afzonderlijk te bereiken zijn via de toetscombinaties
--, waarbij ``x'' een getal is tussen 1 en 8. 7 en 8
bevatten normaal de grafische consoles, dit wil zeggen, deze
ingenomen door het X Window Systeem.
- Copyleft
-
Het omgekeerde van een copyright, d.w.z., een juridische basis om
de verspreiding van software te bevorderen, in plaats van de beperken. Zie
ook: GPL en FSF.
- Corba
(``Common Object Request Broker Architecture'')
-
Een software architectuur die verschillende stukjes programma (``objects'') toelaat met elkaar samen te werken,
onafhankelijk van de programmeertaal waarin
de verschillende objecten geschreven zijn, en onafhankelijk van het
besturingssysteem waarop ze draaien.
Microsoft heeft een concurrerende architectuur ontwikkeld:
DCOM.
- COTS (``Commodity Off The Shelf'')
-
Term die aangeeft dat een (computer)systeem alleen maar gebruik maakt van
commerciëel verkrijgbare, in massa geproduceerde componenten.
- CPU (Central Processing Unit)
-
De processor van een computer.
- Cracker
-
Een inbreker in een computer-systeem. Zie ook hacker.
- Crash
-
Van tijd tot tijd loopt er iets mis met één of ander
programma dat op de computer draait, of is al het beschikbare geheugen in
gebruik alhoewel het huidige proces toch nog extra
geheugen wil, of is er iets mis met een
randapparaat, ..., en is de
processor niet meer in staat instructies uit te
voeren. De computer is ``gecrasht.'' Hoe minder de computer
crasht, hoe stabieler men hem noemt.
- Cryptografie
-
De leer van het versleutelen.
- CSMA/CD
(``Carrier Sense Multiple Access with Collision Detection''
-
Zie ethernet.
- CSS
-
Zie Cascading Style Sheets.
Start
3 4 6 A
B C
D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- DAC
(``Digital-to-Analog Conversion'')
-
Omzetten van een digitaal signaal naar een
analoog. Bijvoorbeeld: de informatie van een audio
compact disc omzetten naar geluid.
- Dangling pointer
-
Zie hangen.
- Data base
-
Zie gegevensbank.
- DAV
(``Distributed Authoring and Versioning'')
-
Een IETF standaard
protocol (RFC 2518) om over het
Web met verschillende gebruikers samen te werken aan
documenten (van welke vorm ook).
- DCOM (``??'')
-
Zie Corba.
- deb
-
Bestands-extensie van de gedistribueerde
software in de Debian
distributie.
- Debian
-
De grootste Linux distributie
die volledig door vrijwilligers wordt onderhouden. De hoge kwaliteit van
dit onderhoudsproces maakt dat Debian vaak door commerciële aanbieders
gebruikt wordt voor afgeleide producten.
- Debuggen
-
De broncode van een programma navlooien op fouten.
Dit kan een lastige karwei zijn, maar er bestaan tools
(debuggers) die hierbij helpen.
- Debugger
-
Programma dat helpt om andere programma's te debuggen.
De hulp die geboden wordt bestaat, onder andere, uit: het laten stoppen van
het programma op gelijk welke instructie; het tonen van de waarde van
variabelen op gekozen plaatsen in het programma; het wijzigen van die
variabelen; enz. Een debugger is een belangrijk onderdeel van een
IDE.
-
Denial of Service
-
Een manier om een serer te laten
crashen vanop afstand bestaat eruit om hem een
overvloed aan netwerk-pakketjes toe te sturen, in de hoop dat hij die niet
kan slikken en er het loodje bij neerlegt.
- Dereferencing
-
De waarde ophalen van de variabele waar een
pointer naartoe wijst.
- Device Driver
-
Zie driver.
- DHCP
(``Dynamic Host Configuration Protocol'')
-
Computers die in een netwerk (bijvoorbeeld het
Internet) samenhangen kunnen gegevens met elkaar
uitwisselen indien ze elkaars adres kennen. Meestal heeft elke computer een
vast adres, maar meer en meer worden adressen op een dynamische manier
toegekend (d.w.z., dezelfde computer krijgt van tijd tot tijd een andere
adres), vooral in systemen met een sterk wisselende aantal aangesloten
computers (bijvoorbeeld bij ISPs, of in bedrijven die
veel draagbare computers gebruiken). DHCP is de software die toelaat om
zulke wisselende adressen toe te kennen en te gebruiken.
- Digitaal
-
Digitale systemen kunnen alleen discrete gegevens verwerken,
waarbij ``discreet'' het tegenovergestelde betekent van
analoog. In computers betekent dit dat alle
gegevens weergegeven worden met bits, d.w.z. nullen en
enen.
- Diskless workstation
-
Zie netwerk computer.
- Distributie
-
Leveranciers van software bundelen meestal een aantal programma's tesamen
op één verdeelmedium (bijv. CDROM).
Zo'n geheel wordt een distributie genoemd. In de
Linux-wereld zijn de bekendste distributies:
SuSe, RedHat,
Debian, en
Mandriva.
Al deze distributies bevatten dezelfde
Linux-kernel, maar verschillen
op enkele punten:
-
de bijgevoegde toepassingsprogramma's en tools.
-
de plaats waar configuratie-bestanden staan.
-
de hoeveelheid bijgevoegde drivers.
- DMA (``Direct Memory Access'')
-
- DNS (``Domain Name Service'')
-
- DocBook
-
Een SGML Document Type Definition
om documenten mee aan te maken op een manier die volledig onafhankelijk is
van het computerplatform waarop men werkt, van het programma dat men
gebruikt, alsook van het medium waarin het document zal gepubliceerd
worden.
- DOM (``Document Object Model'')
-
Opvolger van dynamische HTML. DOM beschouwt
documenten als objecten in de
OOP betekenis van het woord. Het ``model'' van het
document bevat niet alleen zijn structuur, maar ook zijn ``gedrag'': hoe
wijzigt een document onder invloed van instructies die het krijgt?
DOM (in tegenstelling tot dynamische HTML) is niet enkel bedoeld voor
webpagina's, maar ook voor andere documenten in
SGML of één van zijn afstammelingen.
- Download
-
Iets afhalen van het Web.
- Driver
-
Een programma dat een randapparaat aanstuurt en
beheert. Het besturingssysteem voert de code in de driver
uit wanneer het de diensten van dat randapparaat nodig heeft, bijvoorbeeld
om ervan gegevens in te lezen. De driver zorgt ervoor dat de interne
details en de complexiteit van de werking van het apparaat verborgen
blijven voor de processor, die het toestel kan gebruiken via een aantal
eenvoudige lees- en schrijfinstructies. Typische details zijn: adressen
waarop het apparaat gegevens ter beschikking stelt of gegevens verwacht;
code voor het afhandelen van de interrupts
veroorzaakt door het apparaat; het protocol waarmee
het apparaat kan geprogrammeerd worden; enz.
- DSSSL
(``Document Style Semantics and Specification Language'')
-
Een style sheet
ISO standaard, die niet zo
populair geworden is als CSS en (in de toekomst)
XSL.
- DTD (``Document Type Definition'')
-
Het onderdeel van SGML (en optioneel voor
XML) dat de formele vereisten beschrijft van elk
onderdeel van een document: welke syntax is vereist?
Welke andere elementen zijn nodig? Enzovoort.
Men gebruikt een parser om te controleren of de
structuur van een document voldoet aan de vereisten opgelegd in de DTD.
- Dual Boot
-
Eenvoudigste geval van multi boot, met slechts
twee verschillende besturingssystemen op
één computer.
- DVD (``Digital Versatile Disk'')
-
Modern protocol om grote hoeveelheden gegevens
op te slaan op een schijfje. Dat ziet er op het eerste zicht
uit als een klassieke CD-ROM, maar kan veel meer data
aan. Oorspronkelijk bedoeld om video op te slaan, en toen heette DVD voluit
nog Digital Video Disk.
- Dynamisch linken
-
- Dynamische HTML
-
Voorloper van DOM. Wil het mogelijk maken om de inhoud
van HTML-pagina's te veranderen met behulp van
Javascript. Verschillende producenten kwamen met
incompatibele oplossingen opdagen, vandaar dat
W3C met DOM voor een
overdraagbare oplossing wil zorgen.
Start
3 4 6 A
B C D
E
F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Editor
-
- EISA
(Extended Industry Standard Architecture'')
-
32-bit uitbreiding van ISA.
- EGA (``Enhanced Graphics Adapter'')
-
- EJB (``Enterprise Java Beans'')
-
- Elektronische post (``email'')
-
- Embedded computer
-
Computer die verborgen zit in een ander apparaat, en waarmee de gebruiker
niet rechtstreeks in aanraking komt. Bijvoorbeeld: de sturing van een lift,
of van een ABS remsysteem, de controler van een video-camera, enzovoort.
- Email
-
Zie elektronische post.
- Emoticon
(``EMOTion ICON'')
-
(Vaak ook smiley genoemd.)
Een aantal lettertekens na elkaar, die een bepaald gevoel uitdrukken.
(Meestal moet je ze met je hoofd naar links gekeerd lezen.) Bijvoorbeeld:
| :-) | glimlach, grap |
| ;-) | knipoog |
| :-( | beteuterd kijken |
| :-O | geeuw |
Men gebruikt deze emoticons in allerlei soorten elektronische communicatie,
als alternatief van de gelaatsuitdrukkingen, de gesticulaties en de
stemintonaties van mensen die van persoon tot persoon een gesprek voeren.
- Emulatie
-
Een stuk software of hardware is in staat een ander te emuleren indien het
de instructies kan uitvoeren die eigenlijk voor dat andere programma of
apparaat zijn geschreven.
- Encryptie (``Versleuteling'')
-
Gegevens waarvan je niet graag hebt dat anderen ze zomaar kunnen lezen
beveilig (of versleutel) je best met een
geheime code (``sleutel''). Niet-versleutelde gegevens noemt men
vaak plain text (``klaarschrift''); de
versleutelde versie is de cipher text
(``cijferschrift'').
- EPROM
(``Erasable Programmable Read-Only Memory'')
-
ROM-geheugen dat mits speciale hardware toch kan
uitgewist en herschreven worden. Wordt in computers gebruikt om variabelen
te bewaren ook als de computer afgezet wordt. Bijvoorbeeld voor de
BIOS.
- Eric S.
Raymond
-
Eén van de meest actieve Linux
advocates, en auteur van een aantal toonaangevende
publicaties over de achtergronden van
Vrije Software en hoe het komt dat duizenden
mensen daar vrijwillig en onbezoldigd aan meewerken.
- Ethernet
-
De meest populaire manier om de bekabeling van een LAN
uit te voeren. IEEE
standaard 802.3. De oudere versies (10BASE-T)
leveren 10megabits per seconde, de
nieuwere 100 (100BASE-T). De verschillende apparaten die aan de kabel
verbonden zijn concurreren met elkaar om er een pakketje op te mogen
plaatsen; ze tasten na verzending de kabel af om te controleren of er al
dan niet een ``botsing'' heeft plaatsgehad tussen twee pakketjes van
verschilende afzenders. Indien dit zo is, dan herzenden de beide afzenders
het pakketje opnieuw na een willekeurige wachttijd. Dit algoritme heet
CSMA/CD.
- Event (``Gebeurtenis'')
-
Start
3 4 6 A
B C D E
F
G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Failover
-
Failover garandeert dat een gebruikerssessie niet afgebroken wordt wanneer
de server uitvalt; de sessie wordt overgenomen door
een andere server in dezelfde cluster. Dit is een noodzakelijke eigenschap
van grote server-toepassingen; bijvoorbeeld, ISPs,
elektronisch bankieren, reservatie van vluchten, enzovoort.
- FAQ (``Frequently Asked Questions'')
-
Alle software-pakketten van iets of wat omvang hebben ergens op het
Internet een lijst met veel voorkomende vragen (en
de bijhorende antwoorden). Als beginnend gebruiker is het aangewezen om de
FAQs te lezen, vooraleer je vragen begint te stellen op de
nieuwsgroep van het programma.
- Fat client
-
Zie netwerk computer.
- FIFO (``First In, First Out'')
-
- File server
-
Een server die andere computers toegang
verleent tot de bestanden die hij beheert.
- File system
(Bestanden-systeem)
-
Een harde schijf kan massa's gegevens opslagen in
digitale vorm. De betekenis van al die
bytes ligt echter niet op voorhand vast: verschillende
besturingssystemen gebruiken andere
protocols om uit te maken hoe de bytes op de schijf
moeten samengenomen worden om een bestand te vormen, hoe bestanden tesamen
een directory (``map, folder'') vormen, enzovoort. Deze protocols vormen een
bestanden-systeem. Voorbeelden zijn: NTFS, FAT16, en FAT32 voor
verschillende Windows-versies, en EXT2 voor Linux. Linux kan zowat alle
bestaande bestandsformaten lezen, Windows niet.
- Firewall
-
Een stuk software of hardware dat dient om het lokale netwerk af te
schermen tegen inbraken van buitenaf, en/of gebruikers binnen het
lokale netwerk te beletten om bepaalde adressen op het
Internet te bereiken.
Zie ook proxy server. Een firewall hoeft niet per se
actief te zijn (wat een proxy server per definitie is),
als het gewoonweg filteren van het netwerk-verkeer als ``passief''
wordt beschouwd.
- FireWire
-
Snelle seriële bus.
Het is een IEEE
standaard (IEEE 1394), die bedoeld is om snelle
multimedia-randapparaten
te bedienen.
FireWire is een handelsmerk van Apple Computer.
- Flame war
-
Nieuwsgroepen trekken mensen aan met gelijkaardige
interesses. Meestal ook met gelijkaardige gevoeligheden. Als er dan iemand
een boodschap post die tegen die gevoeligheden ingaat, dan ontketent dit
regelmatig zeer verhitte discussies, waarin niet altijd de regels van de
elementaire beleefdheid worden gevolgd ;-)
Zulke verhitte verwijten over en weer noemt men flames.
- Floppy
-
De uitneembare magnetische informatiedragers die in de meeste
PCs aanwezig zijn. De huidige
standaard versie heeft
1,44Megabyte opslagcapaciteit.
Floppies zijn echter helemaal uit de computerwereld aan het verdwijnen.
- Form
-
Invulvensters op een webpagina.
- FORTRAN (``FORmula TRANslator'')
-
De oudste hoog-niveau programmeertaal, ontwikkeld
in de jaren '50, vooral bedoeld voor het maken van uitgebreide
berekeningen. Heeft geen ondersteuning voor
Object-geöriënteerd programmeren.
Tot op heden worden nieuwere versies ontwikkeld.
- Forum
-
Webpagina waarop verschillende personen met elkaar
van gedachten kunnen wisselen over een bepaald onderwerp, en waarop
informatie over dat onderwerp beschikbaar is.
- Fragmentatie
-
-
Het feit dat de gegevens op een harde schijf
met de tijd meer en meer verspreid geraken over de hele schijf, omdat
voortdurend bestanden verdwijnen en bijkomen. De
bestanden-systemen van Microsoft Windows hebben hier last
van; het bestanden-systeem van Linux niet.
-
Het feit dat er uit één oorspronkelijke
broncode verschillende, onderling
incompatibele versies onstaan. De beschuldiging
van (hoog risiko tot) fragmentatie is één van de klassieke
FUD-argumenten die Microsoft over Linux de wereld
instuurt: omwille van de vrije beschikbaarheid van de broncode, en het
ontbreken van een centraal regelend orgaan, zou Linux gedoemd zijn om
uiteen te vallen in verschillende richtingen. Een ietwat kritischere blik
op de wereld van de commerciële software toont echter het
tegenovergestelde: Microsoft zelf heeft een groot aantal
besturingssystemen op de markt die niet helemaal
compatibel zijn (DOS, Windows 3.x, Windows 95, Windows 98, Windows NT,
Windows 2000, zonder de verschillende Service Packs mee te rekenen);
de commerciële UNIX-bedrijven vertonen hetzelfde
verschijnsel: de UNIX van IBM (AIX is niet helemaal dezelfde als
die van SUN (Solaris) of die van Compaq of Hewlett-Packard.
De reden is dat bij Vrije Software iedereen kan gebruik maken van
de innovaties die gelijk wie ontwikkelt, terwijl zulke innovaties in de
commerciële wereld afgeschermd worden, en gebruikt door de
producent om een competitief voordeel ten opzichte van de anderen uit te
bouwen.
- Free software
-
Vóór de termen Open Source of
Vrije Software ingeburgerd waren waren er natuurlijk reeds mensen
die geen geld vroegen voor hun software, of die er de
broncode bijgaven. Men noemde (en noemt!) dat
public domain,
freeware, shareware.
Er zijn belangrijke nuances tussen deze verschillende termen.
- Freeware
-
Software die gratis te verkrijgen en te gebruiken
is. Men krijgt er meestal wel geen broncode bij, en
de licentie voldoet dus meestal niet aan de
Open Source vereisten.
- Freshmeat
-
Linux-portal, met dagelijkse
nieuwsberichten en updates over de Open Source
beweging en Vrije Software pakketten.
- FSF
(Free Software Foundation)
-
Eén van de belangrijkste pioniers in de geschiedenis van
Vrije Software, gesticht door
Richard Stallman. De FSF is de bron en/of beheerder van
alle GNU-programma's.
- FTP (File Transfer Protocol)
-
Eén van de meest populaire protocols waarmee
computers bestanden met elkaar uitwisselen via het
Internet.
- FUD (Fear, Uncertainty, Doubt)
-
In de commerciële wereld is het niet uitzonderlijk dat het ene bedrijf
probeert het andere in een slecht daglicht te stellen door onnauwkeurige
negatieve informatie over de produkten van die concurrent te verspreiden.
De bedoeling is om via deze ``FUD'' de klanten wantrouwig te maken
voor deze concurrent, en zo de eigen produkten te bevoordeligen.
In de Linux-wereld is het vooral Microsoft dat
aanhoudend negatieve en onjuiste ``informatie'' over Linux de media
instuurt. Dit geeft geregeld aanleiding tot zeer verhitte reacties van
verbolgen Linux-gebruikers. Microsoft heeft enkele malen de grenzen van het
ethische en welvoeglijke overschreden, en begint meer en meer de negatieve
gevolgen van het verspreiden van FUD als een boemerang in eigen gezicht
terug te krijgen.
Start
3 4 6 A
B C D E
F
G
H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Gateway
-
De software en/of hardware die de verbinding maakt tussen twee netwerken,
of twee verschillende protocols.
- GCC
-
De GNU C en
C++ compiler.
- Gedistribueerd (``Distributed'')
-
Verdeeld over verscheidene computers.
- Geek
-
Troetelnaam voor computer freaks. Maar het woord wordt niet altijd in de
positieve zin gebruikt... (Zie ook nerd,
hacker.)
- Gegevensbank
-
Een verzameling van informatie op zodanige wijze gestockeerd door de
computer dat die informatie snel door de gebruiker kan geconsulteerd
worden, en in de gewenste vorm kan worden gegoten. Voorbeelden zijn: de
catalogus van een bibliotheek, het personenregister op het gemeentehuis,
enz.
- Geluidskaart
-
Het randapparaat dat instaat voor het
produceren van geluid.
- GIF (``Graphical Interchange Format'')
-
- Giga
-
Voorvoegsel dat ``1 miljard'' betekent. In de computerwereld betekent het echter
vaker ``1024 x 1024 x 1024'' omdat dat het dichtbijzijnde veelvoud van 2 is
(2 tot de dertigste macht: 230). En het getal ``2'' heeft een
bijzondere betekenis in de digitale wereld.
- Gigabyte
-
Zie Byte.
- Gigahertz
-
1 miljard keer per seconde.
- GNOME
(``GNU Network Object Model Environment'')
-
De GNU-versie van een
grafische gebruikersinterface.
(Zie KDE voor de ``concurrerende''
desktop.)
- GNU
-
GNU's Not Unix! De Free Software Foundation
beheert een grote hoeveelheid Vrije Software
programma's, die onmisbaar zijn in elk Linux-systeem.
- GNU/Linux
-
Volgens de
Free Software Foundation is dit
de “politiek correcte” naam voor het besturingssysteem dat je
op een Linux distributie gebruikt: met de Linux kernel
alleen ben je immers niets, want je gebruikt vooral de
GNU programma's.
- GPL
(GNU General Public Licence)
-
Dit is de licentie waaronder een hele hoop
Vrije Software pakketten (waaronder
de Linux-kernel) verdeeld worden.
Het succes van Linux en Open Source software is voor een
heel groot deel te danken aan deze licentie-politiek, en de bijhorende
filosofie van samenwerking en openheid.
- Gratis software
-
Zie free software.
- GUI
(``Graphical User Interface,'' ``grafische schil'')
-
Om een computer te kunnen gebruiken moet je op één of andere
wijze toegang hebben tot de verschillende programma's die op de computer
geënstalleerd zijn. Een GUI is één van die
mogelijkheden: het scherm van de computer (de
``desktop'') toont een aantal
icoontjes die ieder een verschillend programma
voorstellen. Door het icoon met de muis aan te klikken wordt het programma
geactiveerd. Deze grafische manier van werken is uiterst populair geworden.
Pioniers in deze materie waren:
-
het Palo Alto Research Center van Xerox in Silicon Valley. Hier ontstonden
de GUI, de muis, en het
object-geöriënteerd programmeren.
-
Apple Computers, dat de GUI populair maakte via zijn MacIntosch computers.
De alternatieve vorm van interactie met de computer is via de
commando-lijn. Linux biedt
geavanceerde versies aan van beide interactie-mogelijkheden.
- gzip
-
Het meest gebruikte compressie-programma
onder Linux. De ``g'' verraadt de afstamming van het
programma: GNU.
Start
3 4 6 A
B C D E
F G
H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Hacker
-
Computer-entoesiasteling, die dag en nacht met computers en software
wil bezig zijn. Niet alleen met het gewone gebruik van bestaande
programma's, maar met het uitpluizen van programma-code, het uitproberen
van alle mogelijke en onmogelijke paramters en veranderingen aan de code,
enz.
Verwar een hacker niet met een cracker! Deze laatste
heeft boosaardige bedoelingen en wil liefst in andermans computers
inbreken. De bloei van Linux is grotendeels te danken
aan het entoesiasme van duizenden hackers wereldwijd.
- Handheld computer
-
Computer die in de handpalm kan genomen worden. Bijvoorbeeld, elektronische
agenda's of PDAs.
- Hangen
-
-
Een computer ``hangt'' indien hij niet meer reageert op inputs van de
gebruiker, en ook geen activiteit meer vertoont. Dit ``hangen'' is een
milde vorm van een crash, aangezien het vaak mogelijk
is om het proces dat verantwoordelijk is voor de
problemen te killen vanaf een andere computer (indien
beide in hetzelfde netwerk verbonden zijn), of vanaf
een andere console op dezelfde computer (indien die
computer Linux draait, tenminste).
Soms is het ``hangen'' van korte duur, veroorzaakt door bijvoorbeeld een
tijdelijke overbelasting van het netwerk waardoor de
computer blokkeert op communicatie met een proces
op een andere computer.
-
Een pointer wordt een ``hangende pointer''
(``dangling pointer'') genoemd, indien het adres waar hij naartoe
wijst niet meer de variabele bevat die de pointer verwacht. Dit fenomeen
doet zich voor door: (i) een programmatiefout, of (ii) slechte
synchronisatie van verschillende
processen waarbij het ene de variabele verwijdert
terwijl het andere nog de pointer behoudt.
- Hoog-niveau programmeertaal
-
Programmeertalen die (min of
meer) toelaten om te programmeren zonder rekening te moeten houden met de
processor waarop het programma zal moeten draaien.
Voorbeelden zijn: C,
C++, Java, Cobol, Basic,
FORTRAN.
Hoog-niveau talen zijn bedoeld om gemakkelijk leesbaar te zijn door de
menselijke programmeur; laag-niveau talen zijn meer gericht op de machine.
De omzetting van hoog-niveau taal naar
machinetaal gebeurt via een
compiler of een
interpreter.
- Hosten
-
Je computer ter beschikking stellen om onderdak te geven aan een
webstek of één of andere applicatie.
- HTML (HyperText Markup Language)
-
De gestandaardiseerde taal om webpagina's te
schrijven. Ten tijde van de ``browser''-oorlog
tussen Netscape Navigator en Microsoft Internet Explorer deden beide
partijen verwoed inspanningen om de HTML-standaard
uit te breiden met hun eigen ``proprietary''
toevoegsels. Dit heeft geleid tot het te betreuren feit dat een aantal
webpagina's niet door beide bladeraars kunnen
gelezen worden. Nu worden de webstandaarden gecoördineerd door
de de onafhankelijke organisatie W3C (World
Wide Web Consortium).
- HTTP (HyperText Transfer Protocol)
-
Het gestandaardiseerde formaat voor boodschappen
over het Internet waarin gegevens van een web-pagina
worden verstuurd, en dat vertelt aan de bladeraar
(``browser'') hoe hij die gegevens moet tonen aan de
gebruikers.
- HOWTO
-
De meeste informatie over Vrije Software is
beschikbaar op het Internet, in de vorm van
HOWTO's: bestanden met documentatie over één bepaald aspect
van Vrije Software. Deze HOWTOs worden ook met zowat elke
Linux-distributie meegeleverd.
- HURD
-
De kernel van
GNU. Het was oorspronkelijk de bedoeling van het
GNU project om zelf een kernel
te maken, maar Linux was sneller klaar, en volledig
compatibel met de andere GNU-programma's.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I
J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Icoon
-
De voorstelling van een programma door een tekeningetje van ongeveer enkele
vierkante centimeter, op de desktop van de computer.
Door het icoon aan te klikken wordt het programma opgestart.
Iconen hoeven niet grafisch te zijn, zie bijvoorbeeld de
emoticons.
- ICT (``Informatie- en Communicatie-Technologie'')
-
Computers doen al lang veel méér dan alleen maar rekenen:
gegevens opslaan en toegankelijk maken, communicatie aanbieden aan de
gebruiker, informatie grafisch voorstellen, enz. Vandaar dat men
ICT als een algemenere term dan ``informatica'' of
``computerwetenschappen'' heeft ingevoerd.
- IDE
-
-
``Integrated Development Environment''
Een software-tool dat helpt om de
broncode van andere programma's aan te maken.
Typische onderdelen van een IDE zijn: een debugger;
een browser die rgafisch de onderlinge structuur
weergeeft van de verschillende bestanden waaruit het programma is
opgebouwd; een editor die de
syntax van de gebruikte programmeertaal verstaat en
dus de structuur van het programma kan duidelijk maken door de
sleutelwoorden van de programmeertaal in
verschillende kleuren te laten zien zodat de programmeur sneller kan
controleren of het geschreven programma syntactisch juist is.
-
``Integrated Drive Electronics''
Type van harde schijf.
- IEEE
(``Institute of Electrical and Electronics Engineers'')
-
Amerikaanse ingenieursorganisatie, met wereldwijde ledenlijst. Heeft ook
een zeer actieve
standaarden-werkgroep
(waarvan de resultaten echter niet vrij beschikbaar zijn).
- IETF
(``Internet Engineering Task Force'')
-
Deze organisatie stimuleert en beheert de ontwikkeling van
standaarden voor Internet-software.
- IMAP
(``Internet Message Access Protocol'')
-
Protocol om toegang te krijgen tot je
email boodschappen die op een
server gestockeerd zijn (en blijven, tenzij je dat
zelf anders verkiest). Je kan dus aan je email aan vanaf gelijk welke
computer die aan het zelfde netwerk hangt als de IMAP-server. Dit is de
sterkte van IMAP, en tegelijk de zwakte van
POP dat de boodschappen afhaalt naar de (huidige)
lokale computer.
Gebruikt SMTP voor communicatie met de server.
- Implementeren
-
Een idee of ontwerp voor een programma omzetten in
broncode.
- init
-
Het allereerste proces dat opstart op een
Linux-computer. Het zorgt voor de verdere
initialisatie van het systeem. Hiervoor
gebruikt het het bestand /etc/inittab, dat de gebruiker kan
configureren om precies op te starten op de
door hem gewenste wijze.
- Inloggen
-
Om toegang te krijgen tot een computersysteem moeten gebruikers
inloggen, door hun gebruikersnaam en
geheim wachtwoord op
te geven. Wanneer ze klaar zijn met hun werk worden ze verondersteld
uit te loggen, om anderen toegang te ontzeggen tot hun
persoonlijke schijfruimte.
- Installeren
-
Vooraleer men een computer nuttig kan gebruiken moet men er software op
beschikbaar maken: het besturingssysteem en de
toepassingsprogramma's. Typisch gebeurt dit door op de harde schijf van de
computers uitvoerbare programma's te copiëren vanaf een andere
computer, het Internet, een
cdrom, of een floppy.
Of door op de computer zelf uitvoerbare programma's aan te maken door het
compileren van de
broncode van de programma's. (Hiervoor moet
natuur|ijk reeds de compiler software geïnstalleerd zijn.)
Installeren is echter meer dan enkel software copiëren: de
verschillende programma's moeten ook nog
geconfigureerd worden.
Alle Linux-distributies
hebben installatie-tools om installatie en configuratie
sterk te vereenvoudigen: rpm voor
RedHat, SuSE, of
Mandriva;
deb voor Debian en de ervan
afgeleide projecten.
- Install Fest
-
Het is bijna onmogelijk om in de gewone computer-zaak een
PC aan te kopen waarop Linux reeds
geïnstalleerd is. Meestal staat er zelfs
een ander besturingssysteem op. Het installeren en
configureren van Linux kan bijgevolg een taak
zijn die menig beginner afschrikt. Daarom organiseren veel
LUGs van tijd tot tijd gezamelijke
installeer-demonstraties, die wereldwijd bekend staan onder de naam
``Install Fest.''
- Integratie
-
Meer en meer worden verschillende programma's met elkaar geëntegreerd,
dit wil zeggen dat ze gebundeld worden en als één programma
(of set van samenwerkende programma's) worden voorgesteld. De mogelijke
voordelen van integratie zijn:
-
de verschillende componenten krijgen een gelijkaardige
interface, zodat gebruikers
gemakkelijker hun weg vinden.
-
het programma kan efficiënter gemaakt worden, omdat één
programma uit het geheel sneller aan de gegevens en de functionaliteit kan
van de andere programma's.
De mogelijke nadelen zijn:
-
user lock-in.
-
security holes, omdat de verschillende
componenten minder van elkaar afgeschermd zijn.
-
broncode bloat: het
geëntegreerde pakket wordt enorm groot, en zelfs om de meest
eenvoudige taak uit te voeren heeft het programma heel veel
RAM en processor-tijd nodig.
-
onstabiliteit door de grotere complexiteit van het
geheel: hoe meer componenten moeten samenwerken, hoe groter de kans dat er
ergens iets mis loopt.
Integratie is de constante drijfveer van bedrijven zoals Microsoft, vooral
omwille van het voor het voor hen als dominante speler zo belangrijke
effekt van user lock-in. Voorbeelden zijn: de
``integratie'' van Internet Explorer in het
besturingssysteem, de integratie van
tekstverwerker,
rekenblad, enz. in één ``Office''
pakket.
- Intel
-
De grootste fabrikant van processoren voor
PCs. De opeenvolgende versies van de Intel-processoren zijn: 8088, 80186,
80286, 80386, 80486, Pentium (``586''), Pentium Pro (``686''), Pentium II,
Pentium III. Deze familie van processoren is
backwards compatibel, en wordt gemeenzaam de
``x86'' familie genoemd.
- Interface (``Koppeling'')
-
Een koppeling tussen twee aparte systemen. Bijvoorbeeld: de elektronische
koppeling tussen een printer en een PC; de software
koppeling tussen twee programma's, of tussen een programma en de gebruiker.
- Internet
-
Het wereldwijde netwerk tussen miljoenen computers. Het Internet is door
niemand georganiseerd of bestuurd, iedere computer is onafhankelijk. Maar
er zijn wel een hoop gemeenschappelijke
standaarden afgesproken, waardoor
computers met elkaar gegevens kunnen uitwisselen. Enkele van die
standaarden zijn: HTTP, FTP, en
TCP/IP.
- Interoperabiliteit
-
De mogelijkheid van verscheiden computersystemen of programma's om samen te
werken.
- Interpreter
-
Een programma dat één voor één instructies van
een hoog-niveau programmeertaal inleest en
uitvoert. Dit in tegenstelling tot een compiler,
die het hele hoog-niveau programma eerst omzet naar
machinetaal. Gecompileerde code draait meestal
sneller dan geïnterpreteerde, maar deze laatste is sneller aan te
passen. Voorbeelden van talen die altijd door een interpreter
verwerkt worden zijn: BASIC,
LISP, PostScript.
- Interrupt
-
Randapparaten moeten van tijd tot tijd gegevens
uitwisselen met de processor van de computer, maar
het preciese tijdstip waarop deze gegevens klaar staan is zelden op
voorhand te voorspellen. Daarom stuurt het randapparaat een signaal naar de
processor, die dan zijn normale werking onderbreekt en een
Interrupt Service Routine lanceert die voor de
gegevens-uitwisseling met het randapparaat zorgt. Het omgekeerde gebeurt
ook: de processor verwittigt het randapparaat dat er gegevens klaarstaan
die het randapparaat moet komen ophalen.
Het is belangrijk dat interrupts zo snel mogelijk afgehandeld worden,
anders is de kans op verlies van de gegevens groot. Vandaar dat de
kernel van het besturingssysteem
instaat voor het beheer van de interrupts.
- Interrupt handler
-
Zie Interrupt Service Routine.
- Interrupt Service Routine
(Of ``Interrupt Handler'')
-
Het programma dat de acties uitvoert die na een
interrupt nodig zijn. Een ISR moet zo kort
mogelijk zijn, opdat de processor zo snel mogelijk
met zijn onderbroken taak kan verdergaan.
- IP adres
-
Adres van een computer op het Internet. Dit adres
bestaat in twee vormen:
-
een reeks van vier getallen, in de aard van ??.??.??.??.
(Tenminste toch voor versie 4 van het Internet Protocol;
sinds kort is ook versie 6 in gebruik.)
-
een reeks van woorden, in de aard van www.vrt.be, omdat
namen doorgaans makkelijker te onthouden en te interpreteren
zijn dan het cijfer-adres.
Op het Internet zijn een groot aantal
name servers actief, die de naam-versie omzetten
in de cijfer-versie, de enige die echt kan gebruikt worden om verbinding te
maken met andere computers.
- IP Masquerading
-
Zelfs wanneer men slechts één adres op het
Internet heeft is het mogelijk om verschillende
computers in een lokaal netwerk gebruik te laten maken van datzelfde adres.
Bij Linux heet deze techniek IP Masquerading.
De computer die aan het Internet hangt (de gateway)
pakt de gegevens die van elk van de andere computers komen in in een
gegevenspakketje met zijn eigen adres, en stuurt dit zo op het Internet. De
antwoorden die op deze pakketjes komen volgen de omgekeerde weg: de gateway
ontvangt de pakketjes, kijkt na voor welke van de lokale computers het
bestemt is, en stuurt net door naar die computer zijn lokaal adres.
Zie ook
Ensor voor
IP Masquerading met één floppy.
- IPP
(``Internet Printing Protocol'')
-
- IPv4
(``Internet Protocol Version 4'')
-
Zie IPv6.
- IPv6
(``Internet Protocol Version 6'')
-
IPv6 is de volgende generatie van het Internet
Protocol (de huidige versie is
IPv4). De hoofdreden voor een nieuwe versie is dat het
aantal beschikbare IP-adressen in versie 4 te beperkt is.
- IPX
(``Internet Packet eXchange'')
-
Een netwerk protocol
van Novell. Gelijkaardig aan TCP/IP.
- IrDA (``Infrared Data Association'')
-
IrDA is een communicatie-protocol voor draadloze
verbindingen met behulp van infraroodstralen. Dit is vooral handig voor
draagbare computers. De bandbreedte ligt tussen de 2400 bits/seconde
en 4 mega-bits/seconde.
- ISA (Industry Standard Architecture'')
-
De nu verouderde 16bit
bus-architectuur van veel PCs. EISA is de
uitbreiding naar 32 bits.
Beide worden al enige jaren vervangen door de PCI-bus.
- ISDN
(``Integrated Services Digital Network'')
-
Een standaard protocol om
gegevens in digitale vorm over een telefoonlijn te sturen. De
bandbreedte van ISDN is
64kilobits per seconde, wat ligt tussen de klassieke
telefoon-modem en de
kabelmodem in. De meeste telefoonmaatschappijen
bieden ISDN-lijnen in paren aan: één voor stem en
één voor digitale gegevens, of beide
voor digitale gegevens, in welk geval je een bandbreedte van 128kilobits
per seconde haalt.
- ISO
(``International Organisation for Standardization'')
-
Deze organisatie stimuleert en beheert de ontwikkeling van
standaarden op allerlei gebieden, dus ook voor
software. Werkt veel trager dan bijvoorbeeld de
IETF, en is niet in staat om flexibel op de snelle
technische evoluties in te spelen.
- ISO9660
-
Een bestandensysteem voor cdrom.
- ISO Latin 1
-
Of ISO-8859-1. Standaard verzameling van
256 lettertekens, als een uitbreiding van ASCII, en
waarin de meerderheid van tekstbestanden (in Westerse talen!) geschreven
zijn. ISO Latin 1 is gelijkaardig (maar niet gelijk) aan de
ANSI tekenset gebruikt in Microsoft Windows.
- ISP (Internet Service Provider)
-
Een ISP is een bedrijf waarbij je toegang kan verkrijgen tot het
Internet. Typisch heb je daarvoor een
modem voor nodig, en krijg je van de ISP een
gebruikersnaam en een wachtwoord. De ISP huurt bij de telecom-bedrijven
voldoende transmissie-capaciteit om aan de behoeften van al zijn abonnees
te voldoen.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I
J
K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Jargon File
-
Een verzameling van slang uitdrukkingen uit het
hackers-milieu.
- Javascript
-
Een script taal voor
client side oplossingen in
Web browsers.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J
K
L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Kabelmodem
-
Een modem die via de kabel-TV werkt, en dus een veel
grotere bandbreedte haalt dan de
telefoonmodems, d.w.z. van de grootteorde van
2megabytes
- KDE (``K Desktop Environment
-
Eén van de meest populaire
grafische schillen voor Linux, tesamen met
GNOME.
- Kernel
-
De kernel is de kern van het besturingssysteem
van een computer. Het boot eerst en blijft altijd in
het RAM-geheugen van de computer. (Daarom moet de kernel
zo klein mogelijk zijn!) De kernel levert de basis-diensten aan alle andere
programma's: toegang tot het geheugen, het netwerk, de rand-apparaten;
beheer van het geheugen; opvangen en beheren van interrupts; beheer van
processen en threads; beheer
van de harde schijven; enz.
- Keyword
-
Elke programmeertaal heeft een aantal woorden die nodig zijn om de
syntax van de taal aan te duiden, en die de
programmeur dus niet mag gebruiken als variabelen. Enkele typische
voorbeelden van zulke keywords zijn: while, if,
end.
- Kill
-
Een proces kan je ``killen'' door er een
gepast signaal naar toe te sturen (vanuit een ander
proces, of vanaf de commando-lijn. Daarvoor moet je
wel de pid van het te killen proces kennen. Onder
Linux krijg je die informatie, onder andere, via de
commando's ps of top.
- Killer app
(``Killer application'')
-
Een uitermate succesvol produkt.
- Kilo
-
Voorvoegsel dat ``1000'' betekent. In de computerwereld betekent het echter
vaker ``1024'' omdat dat het dichtbijzijnde veelvoud van 2 is (2 tot de
tiende macht: 210). En het getal ``2'' heeft een bijzondere
betekenis in de digitale wereld.
- Kilobit
-
210=1024 bits
- Kilobyte
-
Zie Byte.
- Klaarschrift
-
Zie encryptie.
- Klokfrekwentie
-
De tijd die een processor nodig heeft om een
instructie uit te voeren. Wordt meestal uitgedrukt in
Mega-hertz, hoewel de technologie de kaap van de
Giga-hertz klokfrekwentie begint te ronden.
- Knuth
-
Donald
Knuth is professor Computer Science aan Stanford University. Hij
heeft heel wat Vrije Software gepubliceerd, zelfs
lang vooraleer het concept een naam had. Eén van zijn bekendste
bijdragen is TeX, een tekstverwerkingsprogramma van zeer
hoge typografische kwaliteit.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K
L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Laag-niveau programmeertaal
-
Zie assembler
- LAN
(``Local Area Network'')
-
Een netwerk van computers die ``dicht'' bij elkaar staan, bijvoorbeeld
binnen één gebouw of bedrijf. De koppeling van verschillende
LANs tot een veel groter netwerk heet dan een WAN.
- LaTeX
-
(Spreek uit: Lee-tech.)
Eén van de oudste wijdverspreide
Vrije Software pakketten. Het is een
macro taal bovenop TeX, en wordt
veel gebruikt voor professionele tekstverwerking in wetenschappelijke
kringen.
- Latency (``Vertraging'')
-
Vertraging tussen versturen van een pakket over een communicatie-kanaal en
het ontvangen ervan. Of tussen een interrupt en de
bijhorende scheduling van de
ISR.
- Layout
-
Zie markup.
- LDP (``Linux Documentation Project'')
-
Een portal met een massa aan documentatie over
Linux.
- Leech (``Bloedzuigen'')
-
Het afhalen van zeer grote hoeveelheden documenten
of programma's van het Internet.
- Library (``Bibliotheek'')
-
Een set van functies die, in gecompileerde vorm,
verzameld worden in één enkel bestand. Programma's die
gebruik maken van de functies in de bibliotheek moeten met deze biblitheek
linken.
- Licentie
-
Een licentie is een stukje tekst dat met een programma meekomt, en dat de
juridische aspecten van het gebruik en de verspreiding van de software
verduidelijkt. Commerciële software heeft meestal een zeer
restrictieve licentie; bijvoorbeeld: de software mag maar op
één computer gebruikt worden, en niet door anderen
gecopiëerd worden. Vrije Software licenties
beogen precies het tegenovergestelde: de software mag door iedereen
gebruikt, gecopiëerd en verdeeld worden. Het was
Richard M. Stallman die in de jaren 70(?) voor het eerst
dit soort licentie gebruikte, onder de vorm van de GPL.
- LILO (``Linux Loader'')
-
Programma waarmee bij het booten een keuze kan
gemaakt worden tussen verschillende
geïnstalleerde
besturingssystemen.
Grub is een modernere versie.
- Link
-
- Linmodem
(``LInux MODEM'')
-
Een Linux-project dat probeert om de
winmodems ook onder Linux aan het werk te krijgen.
- Linus Torvalds
-
Begon rond 1990 met het schrijven van een Unix-kloon
voor de Intel processor. Hij
postte een eerste versie op het
Internet, onder een
GPL-licentie, en zo ontstond Linux.
- Linux
-
Linux is een besturingssysteem voor computers met een heel aantal
interessante eigenschappen: hoge kwaliteit; draait op een hoop
verschillende hardware; gratis; Open Source;
kan samenwerken met Microsoft Windows op dezelfde computer en in hetzelfde
netwerk; heeft een zeer goede ondersteuning vanuit de gemeenschap van
Linux-vrijwilligers.
- Linux User Group
(``Linux Gebruikers Groep'')
-
Lokale vereniging van een aantal Linux-gebruikers.
- LGPL
(``Lesser General Public Licence'')
-
Iets minder restrictieve licentie dan de GPL, met de
bedoeling om commerciële programma's toe te laten de code als
``library'' te gebruiken zonder de verplichting om
de commerciële code vrij te geven. (De vroegere naam van de afkorting
LGPL was ``Library GPL.'')
- LISP (``LISt Processor'')
-
Een hoog-niveau programmeertaal ontwikkeld in de
jaren '60, vooral met het oog op toepassingen in de
artificiële intelligentie. Omwille van het
overvloedige gebruik van haakjes (``parentheses'' in het Engels) vertaalt
men de afkorting LISP ook al wel eens als Lots of Irritating Small
Parentheses.
- Lock-in
-
Zie user lock-in.
- LUG
-
Zie Linux Gebruikers Groep.
- Lus (``Loop'')
-
Reeks van instructies die de processor steeds
opnieuw achter elkaar uitvoert, tot een bepaald event
signaleert dat de lus moet verlaten worden.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M
N O P Q
R S T U
V W X Y
Z
-
MACH
-
MACH was een invloedrijk onderzoeksproject rond
besturingssystemen aan de Carnegie-Mellon University.
- Machinetaal
-
De instructies die door een processor kunnen
uitgevoerd worden. Deze bestaan uit bits die niet echt
goed leesbaar zijn voor mensen. Vandaar dat mensen gebruik maken van hogere
programmeertalen.
Elke processor heeft zijn eigen machinetaal, en programma's voor de
éne soort van processor zijn dus niet
overdraagbaar naar een andere soort.
- Macro
-
Zie script.
- Mailing-lijst
-
Heeft dezelfde bedoeling als een nieuwsgroep, maar
werkt op een andere manier: een gebruiker abonneert zich op de nieuwsgroep
via elektronische post, en krijgt van dan af via de elektronische post ook
alle berichten die op de mailing lijst gepost worden,
en kan zelf ook berichten op de lijst posten. Sommige mailing lijsten zijn
- Mail server
-
Server die gebruikers op andere computers toegang
moet geven tot hun email. Deze servers werken meestal
volgens twee principes:
-
de mails worden altijd op de mail server bewaard.
-
de server stuurt alle emails die hij voor een bepaalde gebruiker heeft
ontvangen door naar de computer van die gebruiker wanneer deze laatste erom
vraagt. De gebruiker stockeert dan zijn mail lokaal op zijn computer.
- Mainframe
-
Zeer krachtige computer.
- Mandriva
-
Een Linux distributeur,
(vroegere naam was Mandrake).
- Man page
-
De on-line help op een UNIX, Linux
BSD systeem. De help bij het (fictieve) programma
``mijnprogramma'' is te bereiken door het commando
``man mijnprogramma'' in te tikken in een
shell.
- Markup (``Opmaak'')
-
Het verzorgen van de semantiek van een document, onafhankelijk van
hoe het document op scherm of papier vertoond wordt. (Of in braille, of in
geluid, ...)
Hoe een document er zal uitzien is de taak van de
layout-verantwoordelijke.
De
Internet-standaarden
(SGML, HTML) maken
een strikt onderscheid tussen de inhoud en de vorm van
een document. De inhoud wordt beschreven met XML, de
vorm door ``style sheets.''
- Mega
-
Voorvoegsel dat ``1 000 000'' betekent. In de computerwereld betekent het
echter vaker ``1 048 576'' omdat dat het dichtbijzijnde veelvoud van 2 is
(2 tot de twintigste macht: 2 20.
- Megabyte
-
Zie Byte.
- Megahertz
-
1 miljoen keer per seconde.
- Microseconde
-
1 miljoenste van een seconde.
- MIPS
(``Million of Instructions Per Second''
-
Eenheid waarmee de verwerkingssnelheid van computers wordt gemeten.
- Mirror
-
Een copie van een software archief, met de bedoeling om de belasting op de
originele server te verminderen, en de
toegangssnelheid te verhogen voor gebruikers dicht bij de mirror. Alle
Linux software archieven hebben mirrors op verscheidene
plaatsen over de hele wereld, zodat de kans op verlies van bestanden kwasi
onbestaande is.
- Mission critical
-
Een systeem dat nooit mag uitvallen of fouten vertonen.
- Modem
(``Modulator, demodulator'')
-
Het apparaat dat je computer gebruikt om via de telefoonlijn met andere
computers gegevens uit te wisselen. De gegevens in de computer zijn
digitaal, die op de telefoonlijn zijn
analoog.
- Modereren
-
Een nieuwsgroep of
mailing lijst zijn gemodereerd als alle berichten
die er naar toe gestuurd worden eerst door een mens (de
``moderator'') gelezen worden. De moderator beslist of het bericht
al dan niet verder gepubliceerd wordt, en editeert eventueel de boodschap.
- Module
-
De Linux-kernel wordt modulair
aangepast aan de randapparaten die in
de computer aanwezig zijn, door de bijhorende
drivers bij de kernel te
linken. Dit gebeurt ofwel door de driver-module in de
kernel te hercompileren, ofwel door tijdens de
werking van het systeem de module dynamisch
te laden.
- Modularisatie
-
Het opdelen van de functionaliteit van een software-systeem in modules die
zo onafhankelijk mogelijk zijn. Zij communiceren met elkaar via een
eenduidig gedefiniëerde en goed
gedocumenteerde API.
- Mounten
(``Monteren'')
-
Onder UNIX en Linux moeten alle
randapparaten die een
bestanden-systeem bevatten (
harde schijven,
floppies of CD-ROMs)
gemount worden op het
root bestanden-systeem. Dit wil zeggen dat
programma's toegang krijgen tot het bestanden-systeem op het randapparaat
alsof dat apparaat gewoon deel uitmaakt van het root bestanden-systeem.
Er bestaan automount-programma's die deze
mount-klus automatiseren. De system administrator
bepaalt wie toelating heeft om een randapparaat te mounten en te
unmounten.
- Mozilla
-
De Vrije Software
browser
ontstaan nadat Netscape begin 1998 de beslissing had genomen om zijn
Navigator browser te ``open sourcen.'' Dit was
de allereerste keer dat een grote commerciëel software-bedrijf de
beslissing nam om zijn tot dan toe geheime broncode
vrij te geven onder een echte Vrije Software
licentie. De aanleiding hiertoe was het verschijnen
van Eric S. Raymonds
The Cathedral and the Bazaar.
- Multi Boot
-
Computers kunnen meer dan één
besturingssysteem op hun harde schijf (of schijven)
hebben; bij het opstarten (``booten'') van de
computer kiest de gebruiker welke besturingssysteem hij wil gebruiken.
- Multimediaal
-
Gebruik makend van verschillende media: tekst, video, afbeeldingen, geluid,
animaties.
- Multi-tasking
-
In staat om meer dan é´n proces tegelijk
uit te voeren. ``Tegelijk'' wil zeggen: de
scheduler van het
besturingssysteem verdeelt de beschikbare tijd op de
processor over de verschillende processen, en
onderbreekt elk proces op tijdstippen die afhangen van het type
scheduling algoritme.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M
N
O P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Name server
-
Alle computers verbonden met het Internet hebben
een IP adres, bestaande uit een reeks getallen.
Maar bijna altijd gebruikt men de makkelijker te onthouden en te
interpreteren naam-versie van een adres. Een name server is een
computer die de omzetting doet van namen naar cijfers.
- NDA
-
Zie Non-Disclosure Agreement.
- Nerd
-
Troetelnaam voor computer freaks. Maar het woord wordt niet altijd in de
positieve zin gebruikt... (Zie ook geek,
hacker.)
- Net PC
-
De reactie van Microsoft-Intel op de
netwerk computer van SUN.
Microsoft hoopt hiermee een alternatief aan te bieden tegenover de
verwachte lage TCO van een netwerk computer.
De Net PC blijft een Windows-PC, maar afhankelijk van een
server die de installatie,
configuratie en
onderhoud vanop afstand
zou moeten vergemakkelijken.
- Netwerk
-
Een verzameling van computers die onderling verbonden zijn met
elektronische communicatie-middelen (kabels, radio-verbinding) en dus
informatie met elkaar kunnen uitwisselen. Deze informatie-uitwisseling
heeft echter niet alleen deze elektronische
hardware nodig, maar ook de
software-interface
moet compatibel zijn. Hiervoor bestaan
verscheidene gestandaardiseerde
software-protocols, zoals bijvoorbeeld
TCP/IP.
- Netwerk-computer
-
Vroeger noemde men dit diskless workstations.
Een thin client
geënplementeer in hardware: een kleine
computer zonder harde schijf en met beperkt geheugen en kleine
processor, die al zijn gegevensverwerking op de
server laat uitvoeren. Eentje mé:t
harde schijf/floppy/cdrom is een fat client.
Indien de netwerk computer vooral voor
Internet-gebruik bedoeld is dan noemt men hem soms
Internet box of Internet appliance.
- Nieuwsgroep (``News group'')
-
Op Internet zijn voor alle denkbare onderwerpen
aparte nieuwsgroepen te vinden. Geïnteresseerden kunnen hierop terecht
met vragen en/of aankondigingen die verband houden met het onderwerp. Het
blijkt dat nieuwsgroepen (tesamen met
mailing lijsten) uitermate efficiënt zijn om
Vrije Software projecten te realiseren.
be.comp.os.linux is de Belgische nieuwsgroep rond
Linux.
- Non-Disclosure Agreement
(``Overeenkomst van geheimhouding'')
-
Een contract tussen twee bedrijven waar het eerste de technologie (i.c.,
software) mag gebruiken van de andere, onder de voorwaarde dat het de
preciese werking van de technologie (i.c., de
broncode) niet openbaar maakt.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N
O
P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Object code
-
Object code is bijna gelijk aan
machinetaal, alleen zijn nog enkele instructies
en of adressen niet helemaal ingevuld: bijvoorbeeld, de adressen waar de
variabelen precies gaan terecht komen op de computer, de
links naar
procedures uit andere stukken
gecompileerde code, enz.
- OOP
(``Object Oriented Programming'')
-
Zie Object-georiënteerd programmeren.
- OLE (``Object Linking and Embedding'')
-
Microsoft manier om objecten uit één
programma te kunnen aanspreken in een ander programma.
OpenDoc is het alternatief van andere bedrijven
zoals IBM en Apple. CORBA is een ander alternatief,
gebruikt in veel Vrije Software projecten.
- Onderhoud
-
Ook de software van een computer heeft onderhoud nodig: installeren en
configureren van nieuwe versies, dichten
van security holes, administratie van
gebruikers en licenties, enz.
- Onstabiliteit
-
Tegenovergestelde van stabiliteit.
- OpenGL
(``Open Graphics Language'')
-
Oorspronkelijk ontworpen door SGI (Silicon Graphics), maar nu een
internationaal aanvaarde standaard voor de
programmatie van driedimensionele grafische toepassingen.
- Open Source Software)
-
Dit is de verzamelnaam van alle software en software-activiteiten die als
gezamenlijke eigenschap hebben dat ze de
broncode (``source'') van de software
vrijgeven. Dit is in scherp contrast met commerciële
software-bedrijven, die hun broncode angstvallig geheim houden. De
motivatie om broncode vrij te geven is dat dit de beste manier is om de
kwaliteit ervan te verzekeren, omdat zo duizenden mensen
overal ter wereld de mogelijkheid hebben om de code uit te breiden en er de
fouten uit te halen. Het Internet en
Linux zijn waarschijnlijk de twee meest bekende
voorbeelden.
- Open sourcen
-
Het veranderen van de licentie van
commerciële ``proprietary'' software
in een echte Vrije Software licentie. Het eerste
belangrijke voorbeeld hiervan was het open sourcen van de Netscape
Navigator browser.
- Operating system
-
De Engelse term voor besturingssysteem.
- Opladen
-
Zie download.
- Opstarten
-
-
Booten van de computer.
-
Op een reeds draaiende computer een nieuw proces
lanceren.
- Opwaarts compatibel
-
Opeenvolgende versies van een software pakket of een familie van
processoren worden opwaarts compatibel
genoemd wanneer de oudere versies reeds de mogelijkheden van de nieuwere
versies voorzien, zonder ze daarom reeds geïmplementeerd te hebben.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O
P
Q R S T
U V W X
Y Z
- Parallelle poort
-
Een randapparaat dat terug te vinden is op alle
PCs, en waarlangs gegevens met andere computers kunnen
uitgewisseld worden volgens een parallel protocol.
Dit wil zeggen dat de verschillende bits van elke
byte tegelijkertijd over acht verschillende draden
worden doorgestuurd. De parallelle poort wordt vaak gebruikt om de PC met
een printer te verbinden.
- Parsen (``Ontleden'')
-
Een parser ontleedt de syntax van een taal. Maakt deel uit van
interpreters en
compilers.
- Paswoord
-
Indien men met verschillende personen op hetzelfde computersysteem werkt is
het aan te raden om elke gebruiker slechts toegang te verlenen tot zijn
eigen gegevens. Deze beveiliging wordt meestal
gerealiseerd door de gebruikers te laten inloggen,
waarbij zij een geheim code-woord moeten opgeven. Dit paswoord mag alleen
door hen gekend zijn. Het wordt in
geëncrypteerde vorm opgeslagen door het
besturingssysteem.
- Patch
(``Oplapping'')
-
-
Een patch aan een programma is een bestand dat beschrijft hoe men de
broncode van het programma moet aanpassen om een
bepaalde wijziging aan te brengen (een bug fix,
een uitbreiding van de functionaliteit, enz.).
-
In de Linux-wereld is ``patch'' ook de naam
van het programma waarmee men een patch kan aanbrengen.
- PC (``Personal Computer'')
-
Oorspronkelijk heetten enkel de PCs van IBM zo, maar geleidelijk aan werd
de naam gebruikt voor elke computer die een IBM-cloon
is, d.w.z. die gebouwd is volgend de PC-architectuur.
- PC-architectuur
-
De PCs waarmee de meeste mensen vertrouwd zijn, zijn alle gebouwd volgens
dezelfde architectuur: een Intel
processor (of een
Intel-compatibele processor, zoals de
AMD), en een bus van het type
ISA of PCI. De ontwikkeling van deze
computer-achitectuur is meestal meer gedreven geweest door het zoeken naar
minimale kost, dan wel maximale kwaliteit. Vandaar dat
mission critical systemen zelden van deze
architectuur gebruik maken.
- PCB (``Printed Circuit Board'')
-
- PCI (``PC Interface??'')
-
De bus-architectuur van de meeste moderne PCs. Opvolger
van de ISA-bus.
- Perl
(``Practical Extraction and Report Language'')
-
Een zeer populaire geïnterpreteerde
programmeertaal. Maakt onder andere
CGI-scripts mogelijk.
- Pentium
-
CISC-processor van
Intel.
- PHP
(``PHP Hypertext Preprocessor'')
-
Vrije Software
script taal om
dynamische HTML-pagina's te maken. PHP commando's
zijn ingebed in gewone HMTL-commentaar. PHP is ontworpen om samen te werken
met een gegevensbank om daaruit de data te
halen om een webpagina samen te stellen op het ogenblik dat de pagina
opgevraagd wordt.
- PID (``Process IDentifier'')
-
Het nummer dat elk proces op een
UNIX-machine krijgt op het ogenblik van zijn creatie.
Latere operaties op dat proces (killen bijvoorbeeld)
gebruiken dit nummer om het proces te identificeren.
- Plain text
-
Tegenovergestelde van encryptie.
- Pnp
(``Plug and Play'')
-
De term Plug-and-Play duidt op randapparaten
die aan een computer kunnen aangesloten worden zonder dat de gebruiker
manueel het apparaat moet configureren. Het
apparaat bevat dus een klein stukje programma
(driver) waarmee het zich zelfstandig bij de
processor aanmeldt.
- Pointer
-
Een geheugenplaats die het adres van een variabele bevat (en niet
de waarde van die variabele zelf).
- POP (``Post Office Protocol'')
-
Protocol om email
boodschappen op te halen van een email server
Oudere versies gebruiken zelf SMTP voor het versturen
van de berichten. IMAP is een
algemener
protocol.
- Portaal-site (``Portal'')
-
Een portal is een webstek met
(links naar) informatie over bepaalde welomschreven onderwerpen.
In de Linux-wereld zijn de populaire portals:
freshmeat.net,
Linux Weekly News en
slashdot.org.
- Portable (``(Over)draagbaar'')
-
-
Overdraagbaar: broncode geschreven in hoog-niveau
programmeertalen zijn, in principe
overdraagbaar van de ene computer naar de andere, omdat de lokale
compiler de broncode vertaalt in machine-taal.
De overdraagbaarheid geldt in het algemeen natuurlijk niet voor code die
bepaalde randapparatuur aanstuurt.
-
Draagbaar: computers worden steeds kleiner en kleiner, zodat een aantal
onder hen reeds gemakkelijk door een mens kunnen meegenomen worden tijdens
de dagelijkse werkzaamheden.
- POSIX
(``Portable Operating System Interface'')
-
POSIX is een geregistreerd handelsmerk van de
IEEE. Het is de naam van de
UNIX
standaard. IEEE geeft die standaard echter niet
gratis vrij op het web: je moet er voor betalen...
- Posten
-
Een bericht versturen op een nieuwsgroep heet
posten. Zo'n posting tesamen met al de antwoorden die
erop volgen heet een thread.
- PowerPC
-
RISC-processor die Apple en
IBM samen hebben ontworpen, en die nu, onder andere, in hun Macs en PowerPC
computers gebruikt worden.
- PPP (``Point-to-Point Protocol'')
-
Een veelgebruikt protocol om het
TCP/IP Internet
protocol te implementeren via een
modem of seriële lijn,
- Pre-empt (``Voortijdig afbreken'')
-
Deze term wordt vooral gebruikt in de context van
scheduling, waar de scheduler het lopende
proces
afbreekt vooraleer het uit zichzelf be-eindigt, met de bedoeling om een
ander proces te laten uitvoeren.
- Print server
-
Een server die andere computers toegang
verleent tot de printer(s) die hij beheert.
- Proces
-
Een synoniem voor taak. Een proces is de combinatie van
programma-code en gegevens die tesamen nodig zijn om een
bepaalde taak uit te voeren. De gebruiker ziet deze taak als
één samenhangend geheel. Meer en meer worden processen
opgesplitst in kleinere eenheden, zogenaamde threads.
- Processor
-
De chip die de bewerkingen op de gegevens uitvoert: lezen, manipuleren,
schrijven, versturen, e.d. Een processor is des te krachtiger naarmate hij
meer instructies kan uitvoeren, meer bits in één keer kan
verwerken, en een hogere klokfrekwentie
heeft.
Zie ook RISC, CISC.
- Programmeertaal
-
Een vocabularium van keywords en een verzameling van
syntactische regels die toelaten om een computer
instructies te geven om een taak uit te voeren (``programmeren'').
Meestal bedoelt men met ``programmeertaal'' een
hoog-niveau programmeertaal
zoals C,
C++, Java, Cobol, Basic,
FORTRAN, enz.
De ``laag-niveau programmeertalen'' worden
assembler genoemd.
Laag-niveau talen zijn afhankelijk van de processor,
terwijl hoog-niveau talen zo veel mogelijk processor-onafhankelijk
(``portable'') zijn.
Soms onderscheidt men vier niveaus van programmeertalen:
-
Machinetaal
-
Assembler
-
Hoog-niveau talen
-
Vierde-generatie talen
- Prompt
-
Een symbool (aantal lettertekens) op een computerscherm dat aangeeft dat de
computer klaar is om een instructie te ontvangen op de
commando-lijn.
- Proprietary software
(``Eigendoms-software'')
-
De overgrote meerderheid van de software uitgebracht door commerciële
bedrijven heeft een licentie die de volledige
eigendomsrechten voorbehoudt aan de producent. De software mag niet
gecopiëerd worden, en de broncode wordt niet
vrijgegeven. Dit is volledig tegengesteld aan de
Vrije Software licenties.
- Protocol
-
Computers wisselen gegevens uit volgens bepaalde vooraf afgesproken
formaten: elke byte in de gegevensstroom moet dezelfde
betekenis hebben voor beide computers.
- Proxy (server)
-
Een server. die dicht bij de gebruikers zit (vandaar
de naam: ``proximity'' is Engels voor ``nabijheid''). Typisch doet zo'n
proxy twee dingen:
-
de meest recente en meest gebruikte web-pagina's bijhouden, zodat ze
snel bij de gebruikers zijn en niet opnieuw moeten afgehaald worden.
-
de toegang van de gebruikers tot het Internet
beperken, volgens regels vastgelegd door het bedrijf of de organisatie van
de gebruikers (afsluiten van bepaalde adressen, afsluiten van
Internet-toegang buiten de werkuren, enz.).
Zie ook firewall.
- ps
-
UNIX-commando dat de lijst van lopende
processen toont.
- Public domain
-
Een extreme vorm van Vrije Software, want de
auteur legt geen enkel beperking (lees ``licentie'') op voor het gebruik en de verspreiding van
de software.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q
R S T U
V W X Y
Z
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q
R
S T U V
W X Y Z
- RAM (``Random Access Memory'')
-
Dat deel van het geheugen van een computer waaruit kan
gelezen en geschreven worden. RAM-geheugen behoudt meestal zijn
inhoud niet als de stroom wordt afgezet.
Zie ook ROM.
- RAM-disk
-
Een deel van het RAM-geheugen kan gebruikt worden om een
bestanden-systeem op te plaatsen. Dit deel van het
RAM-geheugen noemt men dan een RAM-disk.
- Randapparaat (``Device'')
-
Apparaat dat deel uitmaakt van een computersysteem, en door de
processor aangesproken wordt via een
driver. Bijvoorbeeld: cdrom-speler, printer,
toetsenbord.
Alle devices die Linux kan aanspreken staan opgesomd
in de /dev directory.
- Real-time besturingssysteem
-
Een besturingssysteem dat er voor zorgt dat een beperkt
aantal processen op zo nauwkeurig mogelijke
tijdstippen geactiveerd worden. Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij de
controle van machines of raketten. Linux (alsook alle
Windows-besturingssystemen) zijn niet bedoeld voor real-time toepassingen:
het besturingssysteem kan niet garanderen dat een proces bijvoorbeeld
binnen de 50 microseconden na een vooropgezet
tijdsstip actief wordt. Linux is bedoeld als algemeen
besturingssysteem, met de nadruk op een ``faire'' verdeling van de
processortijd over alle processen. Er
bestaan echter real-time versies van Linux.
- RedHat
-
Eén van de grootste Linux
distributeurs, met hoofdbasis in North Carolina,
V.S.A.
- Redmond
-
Stad in de staat Washinton, V.S.A., waar het hoofdkwartier van Microsoft
gevestigd is. Vaak gebruikt als synoniem voor Microsoft.
-
Remote boot
-
Een computer kan zo geconfigureerd
worden dat hij via één of andere netwerkverbinding
boot met software die op een andere
(``remote) computer (een server) opgeslagen
is.
- Resource (``Grondstof'')
-
Beschikbare middelen. Voor een computer betekent dit:
CPU, geheugen,
randapparaten.
- Response time
-
De tijd tussen de aanvraag en de uitvoering van een commando.
- Richard M. Stallman
-
Ligt aan de wieg van de Free Software Foundation en de
GPL-licentie. Hij is al decennialang een verwoed en
gerespecteerd pleitbezorger van Vrije Software.
Van hem is de wereldberoemde uitspraak over ``free software'': ``Free
as in free speech, not free beer'' waarmee hij de nadruk legt op het
feit dat de vrijheid en onafhankelijkheid geboden door Vrije Software
belangrijker zijn dan het gratis zijn. Stallman is berucht (maar ook
gerespecteerd!) door zijn wel zeer radikale afwijzing van commerciëe
software. Enkel door zijn extreme houding en motivatie zijn belangrijke
Vrije Software projecten zoals de
Free Software Foundation en
GNU werkelijkheid geworden.
- RISC (``Reduced Instruction Set Computer'')
-
Een processor die enkel instructies aanbiedt voor
de meest elementaire bewerkingen, maar die deze bewerkingen dan wel zeer
snel kan uitvoeren. Het blijkt dat de RISC-architectuur vaak snellere
processoren oplevert dan de klassieke CISC-architectuur.
- ROM (``Read Only Memory'')
-
Dat deel van het geheugen van een computer waaruit enkel kan
gelezen en dus niet geschreven worden. ROM-geheugen behoudt zijn
inhoud ook als de stroom wordt afgezet. ROM wordt meestal gebruikt om de
boot-code te bewaren.
Zie ook RAM.
- Root
-
- De ``root'' (of ``superuser'') van een bepaald
Unix/Linux systeem
is de gebruiker die absolute macht heeft over die computer. Hij kan alle
bestanden inzien en wijzigen, hij kan nieuwe software laden of bestaande
verwijderen, enz.
- De ``root'' van een bestanden-systeem is de
directory waaronder alle andere directories en
bestanden staan. Op een Unix/Linux
systeem is dit meestal de directory aangeduid met ``/''.
- Root file system
-
Zie onder root.
- Router
-
Een computer die verschillende netwerken (LANs)
met elkaar verbindt. Ze bekijken de headers in de pakketjes die over het
netwerk reizen, en bepalen dan aan de hand van tabellen waarheen elk
pakketje moet doorgestuurd worden. Die tabellen worden voortdurend
aangepast om de optimale verbindingen tussen computers te vinden.
- RPC (``Remote Procedure Call'')
-
Het uitvoeren van een programma vanaf een andere (``remote'')
computer.
- rpm (``RedHat Package Manager'')
-
Bestands-extensie van de gedistribueerde
software in de RedHat, SuSE, en
Mandriva distributies.
Ook de naam van het programma dat zulke pakketten op een computer
installeert en
configureert.
- RS232
-
Vroeger het meest populaire seriële
protocol. De beschikbare
bandbreedte is echter vrij beperkt, en de
seriële lijn heeft het moeten afleggen tegen USB, FireWire, enz.
- RTFM (``Read The Fine Manual'')
-
Het woord ``Fine'' wordt door sommigen nogal eens verkeerdelijk(?)
vervangen door een meer beroemd F-woord.)
Als je een vraag stelt op een nieuwsgroep of
mailing lijst en het antwoord is vrij
eenvoudig te vinden in de handleiding, de FAQ, de
HOWTO of de man pages, dan
krijg je wel eens ``RTFM'' als behulpzaam antwoord.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R
S
T U V W
X Y Z
- Scheduling
-
Het besturingssysteem verdeelt de beschikbare tijd van de
processor over alle
processen die willen uitgevoerd worden. Deze
verdeling wordt ``scheduling'' genoemd. Besturingssystemen verschillen
onderling nogal eens wat het specifieke scheduling-algoritme betreft;
sommige besturingssystemen laten toe om meer dan één
scheduling-algoritme te gebruiken. Besturingssystemen voor algemeen gebruik
(zoals Linux of Windows NT) leggen de nadruk op het
verkijgen van zo hoog mogelijke throughput; andere
verkiezen dan weer om bepaalde processen absolute
prioriteit te geven boven alle andere processen, of om ze op zo precies
mogelijke tijdstippen te activeren (dit noemt men
real-time besturingssystemen).
Enkele veel voorkomende scheduling algoritmen zijn:
round-robin, shortest job first, FIFO, ...
- Script
-
-
Een bestand met instructies, dat als een op
zichzelf staand programma kan uitgevoerd worden. Ideaal om een vaak
weerkerende taken te automatiseren.
-
Een stukje programma dat door de browser van een
gebruiker wordt uitgevoerd om twee-wegs communicatie met de
webserver mogelijk te maken. Dit is het
client side equivalent van zaken zoals
CGI.
- Scripting taal
-
Programmeertaal om
scripts in te schrijven.
- Security (``Beveiliging'')
-
Zie beveiliging.
- Security hole
-
Met de regelmaat van de klok worden security holes gevonden in
bestaande software. Dit zijn manieren waarop het programma kan misbruikt
worden om toegang te krijgen tot delen van het computer-systeem die normaal
gezien afgesloten zouden moeten blijven; bijvoorbeeld, het
paswoord van een andere gebruiker. Wanneer zo'n
security hole wordt ontdekt is het in de Linux-wereld
niet abnormaal dat binnen enkele uren reeds een patch
ter beschikking is om het gat te dichten. Dit is zelden of nooit het geval
met proprietary code. Vandaar dat velen
Vrije Software verkiezen voor computers die een
hoge graad van beveiliging moeten bieden.
- Seriële poort
-
Een randapparaat dat terug te vinden is op alle
PCs, en waarlangs gegevens met andere computers kunnen uitgewisseld worden
volgens een seriëel protocol. Dit wil zeggen
dat de verschillende bits van elke
byte één voor één worden
doorgestuurd. Het meest populaire seriële protocol is
RS232.
- Server
-
Een computer in een netwerk die aan (programma's op) andere computers
diensten verleent: opslaan en ter beschikking stellen van gegevens,
elektronische post, web-pagina's, enz. Linux is een
eerste-klas server, alle denkbare netwerk- en internet-functionaliteit
incluis. (Zie ook Client-Server.)
- Server side
-
Actief aan de kant van de server in een
client-server systeem.
Zie bijvoorbeeld CGI.
- Servlet
-
Een applet dat op een server
draait. Dit is bijvoorbeeld het server side
equivalent van een applet in de browser.
Java servlets beginnen meer en meer de traditionele
CGI-scripts te vervangen, vooral
omdat ze persistent zijn, en dus informatie
kunnen bewaren tussen twee oproepen van dezelfde gebruiker.
- SGML
(``Structured General Markup Language'')
-
Taal om structured markup talen te
definiëren, bijvoorbeeld HTML en
XML. SGML is een
ISO standaard (ISO 8879) sinds
1986.
SGML heeft vier basis componenten: gestruktureerde markup (definieert de
logische structuur van een document), elementen (geven een naam aan elke
structuur in het document),
attributen (geven een waarde aan parameters van een element), en entities.
- Shareware
-
Een vorm van ``free software'' waarbij men de
software gedurende een beperkte periode mag uitproberen; daarna moet een
kleine som betaald worden. De broncode wordt zelden
vrijgegeven.
- Shell
-
Het proces waarin de gebruiker commando's aan het
besturingssysteem kan geven. (Via de
command line interface van een
terminal, of in een
(shell) script.
Populaire shells voor Linux zijn: bash, tcsh, sh.
- Shell script
-
Zie scripting taal.
- Signaal
-
Eenrichtings-communicatie tussen twee processen, bestaande uit niets meer
dan één enkel getal.
- Sleutelwoord
-
Zie keyword.
- Slashdot
-
Linux-portal, met dagelijkse
nieuwsberichten over de Open Source
beweging. Zowat iedere hacker volgt de
nieuwsberichten op Slashdot, alsook de intense diskussies rond de
verschenen nieuwsitems. Vaak wordt er niet mals gereageerd tegen acties of
uitspraken die tegen de belangen van de Open Source beweging ingaan. Het
beste (of ergste) dat je op het Internet kan
overkomen is te worden ge-slashdot, dit wil zeggen dat jouw
zaak (software, actie, initiatief, ...) in het Slashdot nieuws komt,
en dus onder de aandacht van honderdduizenden geïnteresseerden
gebracht wordt.
Het symbool
/. kom je regelmatig tegen als
afkorting voor ``Slashdot.''
- Smalltalk
-
Eén van de eerste
object-georiënteerde talen.
- Smiley
-
Zie emoticon.
- SMP (``Symmetric Multi Processor'')
-
Verschillende processoren die op één
moederbord zitten, en geheugen en
rand-apparaten delen. ``Symmetric''
slaat op het feit dat de verschillende processoren de binnenkomende taken
verdelen op basis van beschikbaarheid. Alle processoren doen dus dezelfde
soort taken, en de gebruiker weet niet op voorhand op welke processor zijn
taak zal draaien. SMPs worden veel gebruikt als
web server.
- SMTP (``Simple Mail Transfer Protocol'')
-
Protocol om email
boodschappen te versturen tussen twee server
onderling, en op email te versturen van de gebruiker naar zijn email server.
- Sniffing
-
Het luisteren naar netwerk-pakketjes, waarin de woorden password,
login, enz., voorkomen, om hieruit de paswoorden en
gebruikersnamen te weten te komen om in een computersysteem binnen te
dringen. De eenvoudigste beveiliging hiertegen
is het gebruik van ge-encrypteerde boodschappen.
- SNMP
(``Simple Network Management Protocol'')
-
Protocol om een netwerk van computers te beheren,
bijvoorbeeld, om uit te vinden welke servers en terminals erop hangen.
- Socket
-
Een virtueel communicatie-kanaal tussen twee
processen op twee verschillende computers die via
TCP/IP verbonden zijn.
- Software
-
Programmatuur.
- Solaris
-
De commerciële Unix-versie van
Sun Microsystems.
Is ook voor de PC-architectuur beschikbaar. (En zelfs
gratis voor scholen.)
- Source
-
De broncode van computerprogramma's. Het vrij
beschikbaar zijn van de source code is van fundamenteel belang voor het hele
Vrije Source gebeuren.
- Spam
-
Email die je toegestuurd krijgt van
personen of bedrijven die reklame willen maken voor hun activiteiten.
Als je dat niet wenst noem je dat ``spam,'' anders geef je het een
positievere naam :-).
- SQL (``Structured Query Language'')
-
standaard taal om met
gegevensbanken te communiceren.
Een ``query'' is een bevraging van een gegevensbank.
- SSH
(``Secure SHell'')
-
Tot enkele jaren geleden legde men verbindingen tussen computers zonder
gebruik te maken van encryptie. Op
UNIX- en Linux-systemen gebeurde
dit meestal met de RPC-software van SUN. Aangezien
hierbij bijvoorbeeld de wachtwoorden in
klaartekst verstuurd worden, is deze techniek niet
heel veilig, want onderhevig aan sniffing. Vandaar
dat veiligere, op encryptie gebaseerde technieken zijn ontwikkeld. SSH is
er daarvan één van de meest gebruikte.
- Stabiliteit
-
Hoe langer een programma of besturingssysteem kan werken
tussen twee opeenvolgende crashes, hoe stabieler het
is.
- Stack (``Stapel'')
-
Een datastructuur waarbij een proces gegevens op de stapel kan bijplaatsen
(``push'') of afhalen (``pop''). De gegevens hoeven niet alle van dezelfde
soort te zijn.
- Standaard
-
Een (software of hardware) protocol waarover door
een zo groot mogelijk aantal betrokken partijen overeenstemming is bereikt.
Zulk een protocol kan slechts een standaard worden genoemd wanneer het:
-
volledig gedocumenteerd is, en voor iedereen toegankelijk.
-
niet door één enkele partij eenzijdig kan gewijzigd worden.
-
reeds in verschillende implementaties gerealiseerd is.
Enkele belangrijke voorbeelden:
HTML,
TCP/IP, en
RS232.
PostScript voldoet aan de beide eerste vereisten,
maar niet aan de derde, aangezien PostScript uitsluitend het produkt is
van één enkel bedrijf, met name
Adobe. Enkele ``de facto standaarden''
zoals bijvoorbeeld de Microsoft Word of
StarOffice bestandsformaten voldoen
aan geen van de drie vereisten.
Enkele van de meest invloedrijkste standaarden-organisaties zijn
de ISO, de IEEE,
ANSI, en de IETF.
- Structured Markup
-
Zie SGML.
- Style sheet
-
Het bestand dat beschrijft hoe een document geschreven in een
structured markup taal er moet uitzien,
wanneer het gepubliceerd wordt voor een bepaald medium (scherm, papier,
Braille, geluid, ...). Voorbeelden van standaarden
voor style sheets zijn: CSS, XSL
en DSSSL.
- Supercomputer
-
Zeer krachtige computer, die gebruik maakt van de meest geavanceerde
technologie om een maximale verwerkingscapaciteit te halen. Vooral van
toepassing voor zeer rekenintensieve taken, zoals bijvoorbeeld
weersvoorspellingen.
Tegenwoordig bezetten Linux
clusters de meeste plaatsen in de top-500 van
krachtigste computers in de wereld.
- Superuser
-
Zie root.
- Surfen
-
Het Web afschuimen met een
browser.
- Swap
-
Dat deel van de harde schijf waarop de processor
stukken uit zijn RAM-geheugen kwijt kan als dat
RAM-geheugen volloopt.
- Symmetric Multi Processor
-
Zie SMP.
- Synchroon
-
In de pas. Twee processen en/of apparaten werken synchroon, indien hun
acties steeds gelijke tred houden met elkaar.
- Synchronisatie
-
Twee processen en/of apparaten hun acties op elkaar laten afstemmen.
- Syntax
-
Zie assembler.
- Systeem administrator
-
De persoon die verantwoordelijk is voor de goede werking van het netwerk,
de besturingssystemen, en de toepassingsprogramma's op
een aantal computers.
- System call
-
Toepassingsprogramma's doen regelmatig beroep op de functionaliteiten van
het besturingssystemen. De oproep van zo'n
functionaliteit is een ``system call.''
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S
T
U V W X
Y Z
- Taak
-
Zie proces.
- TAR (``Tape ARchive'')
-
Een manier om een hoop bestanden en directories
samen te plaatsen in één groot bestand (de
tarball), dat op een tape kan gezet worden. Dit was
vroeger de meest gebruikte methode om backups te
nemen. Nu wordt het UNIX tar-commando nog
altijd gebruikt, maar dan meestal niet meer om op tape te zetten, wel om
door te sturen over het Internet, of te
copiëren naar een schijf of floppy.
- tarball
-
Zie TAR. De
bestandsextensie van een tarball is
.tar, of .tgz indien hij nog
gecomprimeerd werd met
gzip.
- TCO (``Total Cost of Ownership'')
-
De volledige kost van een computer(park): aankoop van hardware en software,
kost van upgrade,
onderhoud, opleiding, enz.
De verdedigers van netwerk computers beweren
dat deze een veel lagere TCP hebben omdat ze zo weinig onderhoud vergen.
- TCP/IP
(``Transport Control Protocol/Internet Protocol'')
-
Het gestandaardiseerde
protocol dat computers gebruiken om met elkaar te
communiceren via het Internet.
Microsoft heeft enkele jaren geleden nog getracht deze standaard te
vervangen door hun eigen ``proprietary''
protocol, maar is gelukkig niet geslaagd in dit contra-productief maneuver.
- Tekst-gebaseerd
-
Enkel gebruik maken van tekst, en niet van afbeeldingen.
- Tekstverwerking
(``Word processing'')
-
Het omzetten van ingetikte tekst in een document dat kan afgeprint worden.
Een moderne tekstverwerker heeft een hoop functionaliteiten, zoals:
instelbare lettertypes en groottes, instelbare
layout van pagina's, automatisch nummeren van onderdelen en pagina's,
automatisch maken van een inhoudstafel en lijst van figuren en
bibliografische referenties, enz. Er zijn WYSIWYG
versies, zoals OpenOffice.org of
KOffice, maar ook andere, zoals
LaTeX die meer weg hebben van een programmeertaal.
- Telnet
-
Een protocol om vanop de ene computer via een
netwerk in te loggen op een
andere computer. Te onveilig, ondermeer omdat paswoorden niet versleuteld
worden.
- Terminal
-
Een tekstvenster op het scherm, waarin de gebruiker commando's voor het
besturingssysteem kan intikken. Het venster kan het
gehele scherm van het apparaat beslaan, of slechts een deeltje zijn van een
GUI.
- TeX
-
Eén van de oudste wijdverspreide
Vrije Software pakketten, ontwikkeld door
Donald Knuth. Het maakt het publiceren
mogelijk van wetenschappelijke teksten met zeer hoge typografische
kwaliteit. TeX is reeds jaren bug-vrij, en heeft een
hele hoop afgeleide pakketten doen ontstaan, waarbij
LaTeX één van de meest populaire is.
Knuth looft een premie uit voor iedere bug die in TeX gevonden wordt, en
het bedrag van de premie verdubbelt na elke gevonden bug; hij is nog niet
veel geld kwijtgeraakt :-). De versie-nummers van
TeX convergeren naar het getal pi; men zit nu aan 3,14159, maar
gezien het lage aantal bugs en het feit dat Knuth TeX als afgewerkt
beschouwd, verhoogt het versie-nummer uiterst zelden.
- Thin client
-
Een zeer minimale client in een
client-server systeem, die zowat alle
gegevensverwerking overlaat aan de server. Dit is de toekomstvisie van
bedrijven zoals SUN en Netscape, met Java als de
programmeertaal voor de client, en de
Net PC als de machine. Het tegenovergestelde (alle
gegevensverwerking op de lokale computer) is wat Microsoft wenst.
- Thread
-
-
Elk programma dat onafhankelijk van andere kan uitgevoerd worden.
Threads
maken meestal deel uit van een groter proces, en zijn
verantwoordelijk voor de uitvoering van één bepaald
stuk van dat proces; het proces bevat dus een aantal threads en
een aantal resources (bestandeninformatie,
addressen en geheugen, ...). De verschillende threads in
éénzelfde proces delen de geheugen-ruimte met dit proces.
Threads zijn beperkter in omvang en dus gemakkelijker en sneller te
schedulen dan processen, zeker in multi-processor
systemen.
``Proces'' is een standaard concept uit de UNIX-wereld;
``thread'' komt oorspronkelijk uit de MACH-wereld.
-
De naam voor een diskussie over één bepaald onderwerp ten
gevolge van een posting op een
nieuwsgroep.
- Throughput (``Doorvoer'')
-
De hoeveelheid ``werk'' (uitgevoerde instructies op een
procesor, aantal doorgestuurde
bytes door een netwerk, het
aantal bediende processen door een
scheduler, ...) per tijdseenheid.
- Time out
-
Soms gebeurt het dat een proces en/of
apparaat wacht op een ander vooraleer het zelf verder kan, maar dat het
andere proces of apparaat niet schijnt te reageren. Vaak laat men het
wachtende proces dan toch verder werken na verloop van een bepaalde tijd.
- Tool (``Hulpmiddel'')
-
Veel programma's worden nooit door de ``gewone'' gebruiker opgeroepen, maar
dienen enkel om het maken van toepassingsprogramma's vlotter te laten
verlopen. Al deze ondersteunende programma's worden tools genoemd.
- top
-
UNIX-commando dat de lijst van lopende
processen toont, in de volgorde die aangeeft welke
processen op dit ogenblik het meeste beroep doen op de
resources van de computer.
- Tree structure
-
Zie boomstructuur.
- Tux
-
De mascotte van Linux is, op aanvraag van
Linux Torvalds, een pinguin:
Some people have told me they don't think a fat penguin really embodies the
grace of Linux, which just tells me they have never seen an angry penguin
charging at them in excess of 100mph. They'd be a lot more careful about
what they say if they had.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U
V W X Y
Z
- Uitloggen
-
Zie inloggen.
- UML (``Unified Modeling Language'')
-
Een standaard
gegevensstructuur om de relaties tussen
verschillende objecten in een programma te
beschrijven.
- Unicode
-
Deze standaard codeert alle mogelijke lettertekens
in alle mogelijke talen ter wereld in een code van
16 bits lang. Hiermee kunnen 65536 tekens
gecodeerd worden. De meeste huidige codes gebruiken slechts
8 bits, goed voor 256 verschillende tekens.
- UNIX
-
Het besturingssysteem voor computers dat in de jaren '60
door Bell Labs ontwikkeld werd. Aangezien Bell door de antitrust-wetgeving
geen commerciële activiteiten mocht hebben in de computerbranche gaf
Bell het besturingssysteem ook aan universiteiten (inclusief de
broncode). Vandaar de grote verspreiding en
populariteit van UNIX in de academische wereld. Vandaar ook de grote
technische vlucht die het besturingssysteem heeft genomen, resulterend in
een zeer betrouwbaar geheel van programma's.
Commerciële implementaties van UNIX zijn: AIX (IBM), HP-UX
(Hewlett-Packard), Irix (SGI), SCO Unix (SCO),
Solaris (Sun), Ultrix (Compaq).
- Universal Resource Indicator
-
Zie URI.
- Universal Resource Locator
-
Zie URL.
- URI
(``Universal Resource Indicator'')
-
Veralgemening van URL: omvat ook FTP
en email adressen.
- URL (``Universal Resource Locator'')
-
Het adres van een pagina op het Web.
- USB
(``Universal Serial Bus'')
-
Een snelle seriële bus waarop
randapparaten kunnen aangesloten worden met
Plug-and-Play mogelijkheden.
Zie ook de officiële USB
webstek.
- User lock-in
(``Insluiting van de gebruiker'')
-
Software bedrijven proberen hun klanten aan zich te binden door hun
software zo weinig mogelijk compatibel te maken met de software van
concurrenten. Omwille van de inertie tegen verandering (van
GUI, van API, van functionaliteit,
enz.) zien gebruikers immers op tegen het overstappen naar een
software pakket van een concurrent, ook al is dit technisch of
financiëel aantrekkelijker. User lock-in wordt versterkt door, onder
andere, integratie en door
proprietary bestandsformaten.
- UTF-8
-
Zie unicode.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U
V
W X Y Z
- Vaporware
-
Is software die door een bedrijf wordt
aangekondigd, zonder dat er op korte termijn een werkende
implementatie valt te verwachten.
De bedoeling van vaporware is om de klanten aan zich te binden op het
ogenblik dat er een concurrent uitkomt met een (bestaand en werkend)
gelijkaardig produkt. Vanzelfsprekend werkt deze taktiek enkel voor de
dominante bedrijven in de sektor.
- Versie
-
Elk programma (of computer of randapparaat) ondergaat verbeteringen in de
loop van de tijd. Opeenvolgende versies van hetzelfde programma hebben niet
altijd volledig dezelfde functionaliteit, vandaar dat met verschillende
versie-nummers geeft.
- Versie-controle
-
Een tool om verschillende versies van een programma uit
elkaar te houden, en om eventueel terug te keren naar een vroeger versie.
- Versleuteling
-
Zie encryptie.
- Videokaart
-
Het randapparaat dat instaat voor het
produceren van grafische beelden.
- Virtual memory
(``Virtueel geheugen'')
-
Zie swap.
- Virtueel geheugen
-
Zie virtual memory.
- Virus
-
Programma dat verborgen zit in bestanden die via het
Internet of floppies op een
computer terechtkomen, en dat begint te werken zonder dat de gebruiker er
erg in heeft. Sommige virussen kunnen erg veel schade aanrichten, door
bestanden van de harde schijf te wissen. Linux is zo
goed als nooit het slachtoffer van virussen, omdat de verschillende
gebruikers op een linux-systeem van elkaar afgescheiden zijn: een virus kan
dus geen bestanden van andere gebruikers of van het
besturingssysteem vernietigen, wat het veel minder
aantrekkelijk maakt voor virus-producenten.
- Vocabularium
-
Zie Assembler.
- Vrije Software
-
Één van de mogelijke Nederlandstalige termen die hetzelfde
willen beschrijven als de combinatie van de internationaal gebruikte termen
Free Software en
Open Source Software.
- VRML
(`Virtual Reality Markup Language'')
-
Standaard protocol om
driedimensionele objekten te beschrijven, en te bekijken via het
Web.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V
W
X Y Z
- W3C
(``The World Wide Web Consortium'')
-
De organisatie die de evolutie van het Web tracht te
organiseren en te standaardiseren.
- Wachtwoord
-
Zie Paswoord.
- WAN (Wide Area Network)
-
Zie LAN.
- Web
-
Zie WWW.
- WebDAV
(``Web Distributed Authoring and Versioning'')
-
een DAV-extensie voor het HTTP
protocol. Als zodanig een open alternatief (en
uitbreiding) van Frontpage. Vaak worden DAV en WebDAV als synoniem
gebruikt.
- Webmaster
-
De verantwoordelijke binnen een organisatie (school, bedrijf,
administratie, ..) voor een (reeks van) webpagina's.
Een organisatie laat de gebruiker meestal naar het adres van de
``webmaster'' een email sturen om op de
inhoud van een pagina te reageren. ``webmaster'' is een neutraal
adres, dat nooit hoeft te veranderen, ook al wijzigt intern de persoon of
personen die verantwoordelijk zijn voor de webstek.
- Webpagina
-
Eén pagina van een webstek. Dit wil zeggen,
een document opgemaakt in HTML, en dat met een
browser kan afgehaald worden.
- Websearch
-
Iets opzoeken op het Web, bijvoorbeeld via
één van de vele search engines.
- Web server
-
Server die geconfigureerd
is om webpagina's te sturen naar computers die
erom vragen.
- Website
-
Zie webstek.
- Webstek
-
Nederlandse term voor de meer populaire Engelstalige uitdrukking
``web site.''
- Window manager
-
Het programma dat bepaalt hoe de computer vensters toont in de
GUI, en hoe ze reageren op inputs van de gebruiker
(via muis of toetsenbord).
- Winmodem
-
Een modem waarvoor enkel onder Microsoft Windows
een device driver beschikbaar is, omdat de
fabrikant zijn driver software wil geheim houden. Deze mentaliteit van
geslotenheid verdwijnt langzamerhand, naarmate de fabrikanten beginnen te
beseffen dat ze een groeiende groep van potentiële klanten in de kou
laten staan. Soms zijn ze echter zelf ook gebonden door een
NDA.
Eenzelfde fenomeen doet zich voor bij printers.
- Winprinter
-
Zie winmodem.
- Wintel
-
Verwijst naar de combinatie van Microsoft Windows als
besturingssysteem en de Intel
processoren van de populaire PC.
De verwijzing wordt meestal in een pejoratieve zin gebruikt.
- Woord
-
De hoeveelheid bits die een computer in één
instructie kan verwerken en/of uit het geheugen halen.
- Word processing
-
Zie tekstverwerking.
- World Wide Web
-
Zie WWW.
- Worm
-
Een soort virus, maar dan eentje dat niks kapotmaakt, alleen maar het
geheugen van computers volledig vult zodat hij crasht.
- WWW (``World Wide Web'')
-
Een deel van het Internet, namelijk de verzameling
van alle webpagina's die aan elkaar
gelinkt zijn, en die via het
HTTP-protocol
oplaadbaar zijn. Eigenlijk beperkt het Web zich niet
meer tot enkel het HTTP-protocol, aangezien men even makkelijk met
FTP of gopher bestanden van andere
aangesloten computers kan afhalen.
- WYSIAYG
(``What You See Is All You Get'')
-
De wat neerbuigende reactie van commando-lijn
aanhangers tegen het WYSIWYG-principe: je kan uit
een grafisch gestuurd programma niets méér halen dan wat de
knoppen en icoontjes in de GUI toelaten. Tekstgebaseerde
programma's (vooral in de UNIX-wereld) hebben over het
algemeen veel meer mogelijkheden om te
configureren.
- WYSIWYG
(``What You See Is What You Get'')
-
Een programma wordt WYSIWYG genoemd indien wat afgedrukt wordt op
papier precies hetzelfde is als wat de gebruiker op voorhand in het
programma op het scherm te zien kreeg.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W
X
Y Z
- X10
-
Communicatie-protocol voor huis-automatisatie. Het
gebruikt de elektriciteitskabels in het huis om signalen door te geven aan
apparaten.
- XML
(``eXtensible Markup Language'')
-
Een nieuwe, verenvoudigde versie van SGML, bedoeld om
gestruktureerde documenten over het Internet
uit te wisselen. (SGML werkt ook voor papiern versies, of wat medium dan
ook.) Het is een uitbreiding van HTML.
XML deelt een document op in logische onderdelen,
met een welbepaalde betekenis en structuur.
XML beschrijft dus de inhoud en samenhang
van een document, niet de visuele vorm (zoals
WYSIWYG-tekstverwerkers doen.
- Xserver
-
Server die aan processen de diensten van het
W Window Systeem verleent.
- XSL
(``Extensible Style Language'')
-
Een style sheet
standaard die een uitbreiding is van van
DSSSL en CSS.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y
Z
- Y2K (``Year 2000''
-
De ``Y'' staat voor ``year'' en ``K'' staat voor kilo.
Y2K verwijst naar alle zaken die te maken hebben met de verwachte problemen
bij de overgang van de datum op computers van 1999 naar 2000: proramma's
die alleen de laatste twee cijfers van het jaar bijhouden kunnen geen
onderscheid maken tussen de jaren ``1900'' en ``2000''.
Start
3 4 6
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y
Z
- Zip (``Rits'')
-
Comprimeren. Of de
bestandsextensie van een gecomprimeerd
bestand.
[EToS]
[informatie]
[software]
[termen]
Herman Bruyninckx
Copyleft 1999-2005.
Laatste aanpassing: 9 april 2005.