[EToS] [informatie] [software] [termen]


Educatieve Toepassingen van Vrije Software

ICT Terminologie

(BETA versie)


Deze pagina geeft een korte uitleg bij technische termen uit de ICT-wereld, met de nadruk op Vrije Software, en met, waar mogelijk, verwijzingen naar meer gedetailleerde informatie. Engelstalige computer-encyclopedieën vind je hier of hier.

Gelieve ons te contacteren met al uw aanpassingen en suggesties voor uitbreidingen. Enkele suggesties: alles in MySQL steken, search-functionaliteit, links naar HOWTOs bijvoegen waar relevant, links naar pagina met extra uitleg bij een bepaald topic, vertalen van de bovenvermelde Engelstalige bronnen, figuren bijplaatsen, enz.

3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


@ (“At sign”)
Nederlands: apestaart, apekrul. Dit letterteken wordt in het Engels gebruikt om een plaats aan te duiden (``at'' betekent: ``ter plaatse van'' in het Engels). In de computerwereld zie je het teken vooral opduiken in email-adressen: het scheidt de gebruikersnaam van de host waarop die gebruiker een email-adres heeft. Bijvoorbeeld: Filip@koningshuis.be.
/.
Zie Slashdot.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

386
CISC-processor van Intel.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

486
CISC-processor van Intel.
4GL (``Fourth Generation Language'')
Hoog-niveau programmeertaal die pretendeert zeer dicht te staan bij de natuurlijke talen (i.c. Engels). 4GL talen worden vooral gebruikt voor toegang tot gegevensbanken.
Zie programmeertaal voor definitie van de andere niveaus.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

68000
Familie van CISC-processoren gemaakt door Motorola: 68000 tot 68040, in performantie ongeveer overeenkomend met de 8086 tot 80486 van Intel. Deze processoren werden vooral gebruikt in de Amiga en de oudere Apple computers.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Accelerator (``Versneller'')
Een extra stukje processor op een grafische kaart dat de CPU van de computer ontlast van de intensieve berekeningen om een grafisch scherm op te bouwen.
Access provider (``Toegangsverschaffer'')
Zie ISP.
Account
Het feit dat een gebruiker gekend is op een computersysteem, en van zijn diensten kan gebruik maken.
Accumulator
Een onderdeel van de centrale verwerkingseenheid.
Acknowledgment (``Bevestiging'')
Amerikaanse spelling: acknowledgment; Engelse spelling acknowledgement.
Bevestiging van ontvangst. Is meestal een onderdeel van een automatisch communicatie-protocol.
ADC (``Analog-to-Digital Conversion'')
Omzetten van een analoog signaal naar een digitaal. Bijvoorbeeld: de spanning die van een elektronische temperatuursmeter komt.
ADSL (``Asymmetric Digital Subscriber Line'')
Een sneller alternatief dan de klassieke telefoon-modem, dat niettemin gebruik maakt van dezelfde koperen telefoonkabels (net zoals ISDN). ADSL laat een bandbreedte toe van 1,5 tot 9MB (``downstream,'' d.w.z. van de ISP naar de gebruiker), en van 16 tot 640kilobytes in de andere richting (``upstream''). Dit verschil in bandbreedte in beide richtingen is de reden voor de term ``asymmetric.
Alcatel in Antwerpen heeft een leidende rol gespeeld bij de ontwikkeling van ADSL.
Advocacy (``Pleitbezorging'')
Linux beschikt niet over geld om reklame te maken in tijdschriften of op TV, zoals commerciële software-makers doen om hun produkten aan te prijzen. Linux leeft dus van (mondelinge of elektronische) mond-aan-mond reklame van de ene gebruiker naar de andere. Deze vorm van promotie lukt enkel maar als de reklame-makende Linux-gebruiker objectief, beleefd en geloofwaardig overkomt. (Iets waar veel computer nerds niet altijd goed in zijn.) Vandaar dat sommige personen zich speciaal op deze taak van ``advocacy'' hebben toegelegd, en als spreekbuis dienen voor de hele Linux-gemeenschap. Maar, net zoals het schrijven van code, is deze pleitbezorging eigenlijk de gedeelde verantwoordelijkheid van iedere Linux-gebruiker.
Afhalen
Zie download.
Agent
Een programma (of verzameling van samenwerkende programma's) dat zich onafhankelijk van andere kan handhaven in een computersysteem, en dat verantwoordelijk is voor de goede werking van een bepaalde dienst of apparaat.
AI (``Artificiële Intelligentie'')
De hoop van vele wetenschappers is dat het geheel van programma's en interfaces dat beschikbaar kan zijn op een computer-systeem dat systeem zich kan laten voordoen alsof het een zekere, menselijke intelligentie bezit. Deze droom komt slechts uiterst langzaam in vervulling.
Alfa
Zie beta.
Alpha
RISC-processor van Compaq.
AMD (``Advanced Micro Devices'')
Producent van Intel-compatibele processoren, zoals de K5, de K6 en de Athlon.
Amiga
Geavanceerde en populaire ``PC'' uit de jaren 80, die gebruik maakte van de 68000 processor. Amigas bestaan nog steeds, maar zijn bijna volledig uit de markt gedrongen door het succes van de op Intel en Microsoft Windows gebaseerde PC-architectuur.
De Amiga had een krachtig multi-tasking besturingssysteem met pre-emptive scheduling (tien jaar voor Windows!), en uitstekende grafische en geluids-mogelijkheden.
Amiga was eigendom van, achtereenvolgens, Commodore, Escom en Gateway.
Analoog
Een analoog signaal kan continu variëren; bijvoorbeeld: temperatuur, snelheid, gewicht, spanning, of stroom. Computers maken daarentegen gebruik van digitale technieken.
ANSI (``American National Standards Institute'')
Amerikaanse standaarden-organisatie.
Apestaart
Zie @.
Appliance
Eenvoudig apparaat voor huishoudgebruik. Zie ook netwerk computer.
Application Program Interface
Zie API.
API (``Application Program Interface'')
Een verzameling van procedures en protocols om programma's samen te stellen op basis van reeds geschreven bouwblokken uit éé:n of meerdere programma-bibliotheken.
Applet
Een programma dat niet rechtstreeks door de gebruiker kan uitgevoerd worden, maar dat vanuit een ander programma wordt gestart. Zeer populair bij Web surfing.
Application server
Een computer die de software en gegevens bevat waarmee een gebruiker vanaf een andere computer een bepaalde toepassing (“application”) kan gebruiken. De voordelen van een application server zijn dat de software maar op één plaats moet onderhouden worden, en dat de gegevens van de gebruikers veel makkelijker in een back-up systeem kunnen bewaard worden.
ARPANET
De voorganger van het Internet. Het was een WAN opgezet in 1969 door het Advanced Research Project Agency (ARPA) van het Amerikaanse leger. De bedoeling was om de communicatie tussen de verschillende militaire centra zo weinig mogelijk te kunnen laten verstoren door het uitvallen van éé:n van de verbindingen. Al van in het begin mochten universiteiten op het ARPANET; de allereerste verbinding via ARPANET was trouwens tussen twee universiteiten: UCLA in Berkeley en Stanford University in Palo Alto, beide in Californië.
Artificiële Intelligentie
Zie AI.
ASCII (``American Standard Code for Information Interchange'')
De historisch meestgebruikte manier om lettertekens voor te stellen door getallen. Oorspronkelijk gebruikte men 128 getallen (van 0 tot 127) voor de meest courante lettertekens uit het Engels. Later kwamen er uitbreidingen, tot 256 lettertekens, zodat ook accenten en dergelijke kunnen weergegeven worden. De grote meerderheid van tekstbestanden maken gebruik van deze code, of liever van de gestandaardiseerde uitbreiding ISO Latin 1. ASCII is echter beperkt tot 256 tekens, wat problemen geeft voor vele talen. Vandaar dat men nu meer en meer Unicode begint te gebruiken.
ASP (``Application Service Provider'')
Een uitbreiding van het client-server model: de toepassing (``applicatie'') waarin de gebruiker geïnteresseerd is draait op verschillende servers, en er zit ook nog een web server tussen die de gebruiker afschermt van de complexiteit verbonden aan toegang tot, en synchronisatie van, verscheidene servers.
Assembler
(``Machinetaal'')
Elke processor heeft zijn eigen set van instructies die hij kan uitvoeren. De assembler van die processor is de taal die voor elk van deze instructies een bepaald (van het Engels afgeleid) woord gebruikt, waarmee de gebruiker de processor kan programmeren. Deze woorden samen vormen het vocabularium van de assembler-taal van de processor. De term ``laag-niveau programmeertaal'' wordt vaak als een synoniem gebruikt.
Elke computertaal heeft naast een vocabularium van toegelaten woorden ook een grammatica (of syntax). Dit is het geheel van regels die bepalen welke combinaties van woorden toegelaten zijn in de programmeertaal.
ATM (``Asynchronous Transfer Mode'')
Asynchroon
Niet synchroon.
At sign
Zie @.
Attachment
Bijlage bij een email. Attachments kunnen verschillende bestandsformaten hebben. MIME compliant mail readers kunnen het bestandstype van de attachments interpreteren, en desgewenst de korresponderende plugin opstarten op de attachment te openen.
Authenticatie (``Waarmerking'')
Vooraleer gebruiker toegang krijgen tot een computer-systeem moeten ze zich identificeren en bewijzen dat ze toelating hebben om het systeem te gebruiken. Inloggen is een voorbeeld van zo'n toegangs-protocol; Kerberos-authenticatie is een ander voorbeeld.
Automount-programma
Een automount-programma mount automatisch een randapparaat als een ander programma toegang wil krijgen tot de directory waarop het randapparaat moet gemount worden. Na verloop van een timeout unmount de automount het randapparaat opnieuw.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Backwards compatibel
Opeenvolgende versies van een software pakket of een familie van processoren worden backwards compatibel genoemd wanneer de nieuwere versies nog alle functionaliteit van de oudere versies aanbieden, zodat men reeds in gebruik zijnde software kan blijven gebruiken. Dit is natuurlijk een voordeel van backwards compatibele produkten. Het nadeel is dat de nieuwe versies omwille van de compatibiliteit vaak een hele hoop balast uit het verleden meezeulen ten koste van de flexibiliteit en de efficiëntie.
Bandbreedte (``Bandwidth'')
De hoeveelheid gegevens die een bepaald communicatie-medium (telefoonlijn, computer-bus, netwerk-kabel, ...) kan doorlaten per tijdseenheid. Wordt gewoonlijk uitgedrukt in bits per seconde.
Banner
Reklameboodschap op een webpagina.
BASIC (``Beginner's All-purpose Symbolic Instruction Code'')
Eén van de eerste hoog-niveau programmeertalen, ontwikkeld in de jaren '60. BASIC is een geïnterpreteerde taal. Tegenwoordig wordt BASIC veel gebruikt als macro-taal.
Batch file
Zie script.
BeOS
Het (proprietary) besturingssysteem van de firma Be. Dit bedrijf is er niet in geslaagd te overleven op de markt, alhoewel het enkele competitieve voordelen had op het gebied van de ondersteuning van gebruik en ontwikkeling van multimedia-toepassingen.
be.comp.os.linux
Dit is de nieuwsgroep van de Belgische Linux-gemeenschap. Hierop worden enkele tientallen boodschappen per dag verstuurd (``gepost''), en je kan hier terecht met je Linux-problemen. Bijna altijd vind je anderen die je kunnen helpen met tips uit eigen ervaring, of met verwijzingen naar software of documentatie op het Internet. Zoals op elke nieuwsgroep laait er van tijd tot tijd wel eens een flame war op...
Benchmark (``Testbank'')
Reeks van testen om de relatieve performanties van verschillende systemen te meten. Voor computers is er heel wat diskussie over wat een goede testbank zou zijn. Eric Raymond zegt:
“In the computer industry, there are three kinds of lies: lies, damned lies, and benchmarks.”
Beowulf
De software om een aantal Linux computers samen te bundelen om er een veel krachtigere supercomputer van te maken.
Bestands-extensie
De naam van een bestand bestaat meestal uit meer dan één woord. Het laatste woord van de naam geeft vaak aan wat het type van de inhoud van het bestand is, en/of door welke programma's het bestand kan gebruikt worden. Enkele voorbeelden: voordracht.txt is een bestand in ASCII-tekst; brief.tex is een bestand voor de LaTeX tekstverwerker. De oudere Microsoft besturingssystemen konden slechts bestandsnamen gebruiken van acht lettertekens, gevolgd door een punt (``.'') en een extensie van drie lettertekens; bijvoorbeeld: bestand1.txt. Meer moderne besturingssystemen (UNIX, Linux, Microsoft Windows 95 en later) laten langere bestandsnamen toe, waarin de verschillend woorden van de naam mogen gescheiden worden door, bijvoorbeeld, een punt of een spatie.
Besturingssysteem
Het besturingssysteem (of operating system) van een computer is de gemeenschappelijke naam van alle software die ervoor zorgt dat de eigenlijke toepassingsprogramma's gebruik kunnen maken van alle diensten van de hardware, zonder zich te moeten bekommeren over de eigenlijke werking van die hardware. De belangrijkste taken van het besturingssysteem zijn: Echte besturingssystemen (zoals Linux en alle andere Unix-versies) zijn multi-tasking en multi-user. De meeste Windows-besturingssystemen (inclusief NT) zijn dit niet.
Beta
Vooraleer een software pakket voor het grote publiek wordt vrijgegeven (gratis of mits betaling) doorloopt het meestal een testfaze. Men zegt dat de software tijdens deze testfaze in ``beta'' is. De voorafgaande ontwikkelfaze wordt alfa genoemd.
Beveiliging (``Security'')
Als meerdere mensen toegang hebben tot je computer (via scherm en toetsenbord, of via het Internet), dan bestaat de kans dat zij (moedwillig of per ongeluk) de gegevens op je computer veranderen. De beveiliging van een computer is het geheel van technieken waarmee men (min of meer) kan garanderen dat niemand ongeoorloofd toegang heeft tot de computer en de gegevens die erop staan.
Zie ook: cracker, encryptie, hacker, paswoord, SSH, wachtwoord.
BIOS (``Basic Input Output System'')
Een stuk programma op een EPROM dat instaat voor de initialisatie van de computer bij het booten.
Bit (``BInary digiT'')
De kleinste hoeveelheid informatie die kan opgeslagen worden: de waarde is ofwel ``0'' ofwel ``1.'' Bits worden verzameld in grotere informatie-eenheden, zoals bytes. De ``kracht'' van computers wordt vaak in bits uitgedrukt: ``Dit is een 32-bits computer.'' Dit betekent dat ze instructies kunnen uitvoeren op gegevensgroepen (``woorden'') van 32 bits groot.
Bladeraar (``Browser'')
Een programma om HTML-pagina's te tonen. De meest gebruikte zijn Microsoft Internet Explorer en het Vrije Software programma Firefox.
Blokkeren
Niet meer verder gaan met het uitvoeren van het huidige programma.
BNC connector (``Bayonet Neil-Concelman'')
Dient om coaxiale kabels aan elkaar te verbinden. Veelal gebruikt in de ietwat oudere ethernets.
Bogomips
Een uitvinding van Linux Torvalds om de snelheid van een processor te meten: bij het opstarten meet de kernel hoe snel een bepaalde lus draait. ``Bogo'' komt van ``bogus'' dit wil zeggen ``vals.'' Omdat de meting niet echt uitermate betrouwbaar is.
Boomstructuur
Een hiërarchie van aan elkaar gekoppelde elementen (bijvoorbeeld bestanden in een bestandensysteem) waarbij men slechts op één mogelijke wijze van het ene element in de structuur naar elk ander element kan navigeren (zonder de structuur te verlaten). Zo'n structuur kan men voorstellen als een boom: een “wortel” met daarboven allemaal vertakkingen; takken splitsen maar komen verder nooit meer terug samen.
Booten
Wanneer je computer opstart laadt hij onmiddellijk een aantal programma's in zijn geheugen om te kunnen starten met zijn eigenlijke werk. Dat initiële opladen heet ``booten.'' De naam komt van het Engelse bootstrap, dat het lint aanduidt waarmee de cowboys hun laarzen konden aantrekken.
Een typische PC boot vanaf zijn harde schijf, zijn floppy, of zijn CR-ROM. De gebruiker maakt deze keuze via het BIOS boot-programma.
Broncode
Je computer draait een programma door één voor één instructies uit zijn geheugen op te halen en uit te voeren. Deze instructies zijn verschillend van processor tot processor. Maar bijna niemand gebruikt deze basis-instructies rechtstreeks in zijn programma. Sinds vele tientallen jaren zijn er immers ``hoog-niveau''-programmeertalen beschikbaar: Pascal, C, C++, Java, FORTRAN, Cobol, Ada, enz. Eén instructie uit zo'n hoog-niveau programmeertaal wordt door een compiler omgezet in een reeks van de hogervermelde laag-niveau instructies (de zogenaamde ``assembler''). Vrije Software programma's worden altijd beschikbaar gesteld in één van die hogere programmeertalen, en dit is de broncode van het programma. Linux zelf is geschreven in C.
Brook's Law
Adding manpower to a late software project makes it later
Browsen
Zie surfen.
Browser
Zie bladeraar.
BSD
(``Berkeley Software Development'')
Een groot deel van UNIX is ontwikkeld aan de University of Berkeley. En uit deze inspanningen zijn enkele Open Source versies van UNIX ontstaan zoals FreeBSD, OpenBSD. Veel van de tools die Linux gebruikt zijn afkomstig van de BSD-wereld.
Bug
(``Kever'')
Fout in een programma. De term stamt uit de prille beginjaren van de computer, toen de computers nog bestonden uit kamersgrote toestellen opgebouwd met lamp- versterkers. Eén van de redenen waarom programma's toen crashten was dat er insekten in het toestel waren verzeild en voor kortsluitingen zorgden.
Bug fix
Een oplossing voor een bug in een programma. Tijdens de ontwikkeling van Vrije Software worden bug fixes vaak beschikbaar gesteld onder de vorm van patches bij de broncode van de software.
Bus
De verzamelnaam van de elektronische bedrading waarlangs gegevens van de ene plaats van een computersysteem naar de andere getransporteerd worden. In een PC hangen bijvoorbeeld het RAM-geheugen, de harde schijf, de CPU en de seriële en parallelle poorten aan de bus.
Een bus bestaat typisch uit twee gedeelten: een adres-bus en een gegevensbus. De laatste zorgt voor het eigenlijke gegevenstransport, op de eerste reizen de adressen van de gegevens die moeten getransporteerd worden. De breedte van de adresbus bepaalt hoeveel geheugen de CPU kan aanspreken; de breedte van de gegevensbus bepaalt hoeveel gegevens tegelijk kunnen verstuurd worden. Zo spreekt men van 8, 16, 32, 64 en 128 bits bussen; deze kunnen, respektievelijk, 28, 216, 232, 264 en 2128 bits transporteren en/of adresseren.
Buffer
Een plaats in het geheugen dat gedeeld wordt door twee processen en/of randapparaten die op verschillende snelheden werken, en waarvan de synchronisatie dus niet kan gegarandeerd worden. Het ene apparaat of proces kan in de buffer schrijven of eruit lezen zonder te moeten wachten op het andere.
Busy wating
Een programma wacht totdat een bepaald event zich voordoet door in een lus een aantal nutteloze instructies uit te voeren, met als enige bedoeling de tijd tot het event rond te maken. Indien mogelijk is het beter om het event een interrupt te laten genereren,
Byte
(``BinarY TErm'')
Op de meeste moderne computers is één byte gelijk aan acht bits. Dit is voldoende om bijvoorbeeld 28=256 verschillende lettertekens te beschrijven. Veelgebruikte veelvouden van één byte zijn: 1 kilobyte = 1KB = 210=1024 bytes, 1 megabyte = 1MB = 220=1 048 576 bytes, en 1 gigabyte = 1 GB = 230= 1 073 741 824 bytes.
bzip2
Compressie-programma, met hoger compressie-graad dan gzip.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

C
Programmeertaal waarmee het overgrote stuk van UNIX en Linux geschreven zijn (in Bell Labs, jaren '70). Heeft geen ondersteuning voor Object-geöriënteerd programmeren, maar biedt wel de mogelijkheid om hardware adressen aan te spreken, en dus om device drivers te schrijven voor randapparaten.
C++
Object-georiënteerde programmeertaal, met C als voorouder.
Cache
Snel toegankelijke plaats om iets (webpagina's, programma-instructies, enz.) ergens tijdelijk te stockeren.
CAD (``Computer Aided Design'')
Ontwerpen met behulp van computerondersteuning.
Cascading Style Sheets
Een style sheet standaard voor webpagina's.
Een Nederlandstalige handleiding vind je hier.
Cathedral and the Bazaar
Deze tekst van Eric S. Raymond beschrijft de verschillende soorten motivatie van al die duizenden vrijwilligers die meewerken aan Vrije Software. Raymonds schrijfsels hebben een zeer grote invloed gehad om de Vrije Software beweging een eigen identiteit en gemeenschapsgevoel te geven.
CD-ROM (``Compact Disc Read Only Memory'')
Een ROM-geheugen op een CD-schijfje. Het werkt met dezelfde technologie: een laserstraal leest microscopische putjes in de aluminium laag van het schijfje, en zet dit om in bits. een CD-ROM kan zo'n 650 MByte aan gegevens bevatten. (Ongeveer 250 000 getikte A4-pagina's.) Een nieuwere technologie met nog hogere dichtheid aan gegevens is DVD.
De (theoretische) transmissie-snelheid van gegevens van de CD-ROM naar het RAM-geheugen wordt vaak aangegeven met een ``8 X'' (of een ander getal dan ``8''); dit wil zeggen: ``8 maal sneller dan de eerste generatie van CD-ROM spelers, ongeveer 150 Kbytes per seconde.
Het bestandensysteem op een CD-ROM is vaak ISO 9660.
CGI (``Common Gateway Interface'')
De manier om twee-wegs verkeer tussen een webserver en een gebruiker mogelijk te maken. Bijvoorbeeld, voor het invullen van forms. CGI is een server side manier om deze communicatie te realiseren; scripts zijn een client side oplossing. CGI-scripts hebben het nadeel dat ze niet persistent zijn, dit wil zeggen, eenmaal ze uitgevoerd zijn verdwijnen ze, en kunnen dus geen informatie bijhouden tussen twee oproepen van dezelfde gebruiker.
Chat
Zie IRC.
Cipher text (``Cijferschrift
Zie encryptie.
CISC (``Complex Instruction Set Computer'')
Een processor die aparte instructies aanbiedt voor zoveel mogelijk verschillende bewerkingen. De Intel processoren zijn hiervan een voorbeeld. Tegenwoordig wordt vaker voor een RISC-architectuur gekozen. Zie hier voor een vergelijking tussen beide.
CLI (``Command Line Interface'')
Zie commando-lijn.
Client
Zie Client-Server.
Client-Server
In veel toepassingen doet een gebruiker (bewust of onbewust) beroep op meer dan één computer om een bepaalde taak uit te voeren. De gebruiker start de taak op zijn eigen computer, en geeft de nodige gegevens in, waarna deze gegevens worden doorgestuurd naar een andere computer die de eigenlijke verwerking doet en de resultaten terugstuurt. De verwerkende computer is de server, de computer van de gebruiker is de client.
Bijvoorbeeld: surfen op het Internet, of email sturen. Hetzelfde principe geldt niet alleen voor samenwerkende computers, maar ook voor samenwerkende processen op éénzelfde computer.
Client side
Actief aan de kant van de client in een client-server systeem.
Zie bijvoorbeeld Javascript.
Cluster
Groep van computers die via een snel netwerk met elkaar verbonden zijn, en gezamenlijk zware programma's (in termen van hoeveelheid gegevens en/of hoeveelheid uit te voeren instructies) kunnen verwerken.
COM (``Common Object Model''
(Vereenvoudigd) Corba-equivalent van Microsoft. Wordt niet meer ondersteund.
Commando-lijn
Dat deel van een scherm waar de gebruiker instructies voor de computer kan intikken. Het begin van de commando-lijn wordt vaak aangegeven met een prompt.
Common Object Model
Zie COM.
Compatibel (``Verenigbaar'')
Software paketten of hardware apparaten zijn compatibel wanneer ze met elkaar kunnen gegevens uitwisselen.
Compiler
Het programma dat broncode uit een hoog-niveau programmeertaal omzet naar de assembler voor een bepaalde processor. Of soms naar een iets ``hoger'' niveau, namelijk object code. De compiler kijkt naar het hele broncode-bestand, en zet dit om in object code. Dit in tegenstelling tot een interpreter, die instructie per instructie werkt. Aangezien de object code verschilt van processor tot processor zijn er voor elke soort processor aparte compilers; en gecompileerde code is niet overdraagbaar.
Comprimeren
De reductie van de grootte van bestanden. Er bestaan massaal veel manieren om dit te bewerkstelligen. De programma's gzip en bzip2 zijn de populairste onder Linux.
Computer Aided Design
Zie CAD.
Configureren
De meeste programma's (en zeker het besturingssysteem hebben een aantal parameters: netwerk-adressen van computers; plaats en grootte van RAM of ROM geheugen; namen van directories: enz. De gebruiker past deze parameters aan om het programma optimaal op zijn wensen of op de andere beschikbare programma's en gegevens af te stemmen. Dit invullen van al die parameters noemt men ``configureren,'' en dat kan vaak een hele karwei zijn.
Linux bewaart configuratie-parameters in ASCII-bestanden, in de directories /etc (voor eenmalig in te vullen parameters, zoals bijvoorbeeld de IP-adressen van computers) en in /var voor parameters die variëren in de tijd (zoals bijvoorbeeld de informatie over de huidige printer jobs).
Console
Tekstvenster. Meestal bedoelt men hiermee het eerste scherm dat men krijgt na het opstarten van de computer. Dit venster neemt typisch het hele scherm in beslag. Linux biedt meerdere consoles aan, die elk afzonderlijk te bereiken zijn via de toetscombinaties --, waarbij ``x'' een getal is tussen 1 en 8. 7 en 8 bevatten normaal de grafische consoles, dit wil zeggen, deze ingenomen door het X Window Systeem.
Copyleft
Het omgekeerde van een copyright, d.w.z., een juridische basis om de verspreiding van software te bevorderen, in plaats van de beperken. Zie ook: GPL en FSF.
Corba
(``Common Object Request Broker Architecture'')
Een software architectuur die verschillende stukjes programma (``objects'') toelaat met elkaar samen te werken, onafhankelijk van de programmeertaal waarin de verschillende objecten geschreven zijn, en onafhankelijk van het besturingssysteem waarop ze draaien. Microsoft heeft een concurrerende architectuur ontwikkeld: DCOM.
COTS (``Commodity Off The Shelf'')
Term die aangeeft dat een (computer)systeem alleen maar gebruik maakt van commerciëel verkrijgbare, in massa geproduceerde componenten.
CPU (Central Processing Unit)
De processor van een computer.
Cracker
Een inbreker in een computer-systeem. Zie ook hacker.
Crash
Van tijd tot tijd loopt er iets mis met één of ander programma dat op de computer draait, of is al het beschikbare geheugen in gebruik alhoewel het huidige proces toch nog extra geheugen wil, of is er iets mis met een randapparaat, ..., en is de processor niet meer in staat instructies uit te voeren. De computer is ``gecrasht.'' Hoe minder de computer crasht, hoe stabieler men hem noemt.
Cryptografie
De leer van het versleutelen.
CSMA/CD (``Carrier Sense Multiple Access with Collision Detection''
Zie ethernet.
CSS
Zie Cascading Style Sheets.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

DAC (``Digital-to-Analog Conversion'')
Omzetten van een digitaal signaal naar een analoog. Bijvoorbeeld: de informatie van een audio compact disc omzetten naar geluid.
Dangling pointer
Zie hangen.
Data base
Zie gegevensbank.
DAV (``Distributed Authoring and Versioning'')
Een IETF standaard protocol (RFC 2518) om over het Web met verschillende gebruikers samen te werken aan documenten (van welke vorm ook).
DCOM (``??'')
Zie Corba.
deb
Bestands-extensie van de gedistribueerde software in de Debian distributie.
Debian
De grootste Linux distributie die volledig door vrijwilligers wordt onderhouden. De hoge kwaliteit van dit onderhoudsproces maakt dat Debian vaak door commerciële aanbieders gebruikt wordt voor afgeleide producten.
Debuggen
De broncode van een programma navlooien op fouten. Dit kan een lastige karwei zijn, maar er bestaan tools (debuggers) die hierbij helpen.
Debugger
Programma dat helpt om andere programma's te debuggen. De hulp die geboden wordt bestaat, onder andere, uit: het laten stoppen van het programma op gelijk welke instructie; het tonen van de waarde van variabelen op gekozen plaatsen in het programma; het wijzigen van die variabelen; enz. Een debugger is een belangrijk onderdeel van een IDE.
Denial of Service
Een manier om een serer te laten crashen vanop afstand bestaat eruit om hem een overvloed aan netwerk-pakketjes toe te sturen, in de hoop dat hij die niet kan slikken en er het loodje bij neerlegt.
Dereferencing
De waarde ophalen van de variabele waar een pointer naartoe wijst.
Device Driver
Zie driver.
DHCP (``Dynamic Host Configuration Protocol'')
Computers die in een netwerk (bijvoorbeeld het Internet) samenhangen kunnen gegevens met elkaar uitwisselen indien ze elkaars adres kennen. Meestal heeft elke computer een vast adres, maar meer en meer worden adressen op een dynamische manier toegekend (d.w.z., dezelfde computer krijgt van tijd tot tijd een andere adres), vooral in systemen met een sterk wisselende aantal aangesloten computers (bijvoorbeeld bij ISPs, of in bedrijven die veel draagbare computers gebruiken). DHCP is de software die toelaat om zulke wisselende adressen toe te kennen en te gebruiken.
Digitaal
Digitale systemen kunnen alleen discrete gegevens verwerken, waarbij ``discreet'' het tegenovergestelde betekent van analoog. In computers betekent dit dat alle gegevens weergegeven worden met bits, d.w.z. nullen en enen.
Diskless workstation
Zie netwerk computer.
Distributie
Leveranciers van software bundelen meestal een aantal programma's tesamen op één verdeelmedium (bijv. CDROM). Zo'n geheel wordt een distributie genoemd. In de Linux-wereld zijn de bekendste distributies: SuSe, RedHat, Debian, en Mandriva. Al deze distributies bevatten dezelfde Linux-kernel, maar verschillen op enkele punten:
DMA (``Direct Memory Access'')
DNS (``Domain Name Service'')
DocBook
Een SGML Document Type Definition om documenten mee aan te maken op een manier die volledig onafhankelijk is van het computerplatform waarop men werkt, van het programma dat men gebruikt, alsook van het medium waarin het document zal gepubliceerd worden.
DOM (``Document Object Model'')
Opvolger van dynamische HTML. DOM beschouwt documenten als objecten in de OOP betekenis van het woord. Het ``model'' van het document bevat niet alleen zijn structuur, maar ook zijn ``gedrag'': hoe wijzigt een document onder invloed van instructies die het krijgt?
DOM (in tegenstelling tot dynamische HTML) is niet enkel bedoeld voor webpagina's, maar ook voor andere documenten in SGML of één van zijn afstammelingen.
Download
Iets afhalen van het Web.
Driver
Een programma dat een randapparaat aanstuurt en beheert. Het besturingssysteem voert de code in de driver uit wanneer het de diensten van dat randapparaat nodig heeft, bijvoorbeeld om ervan gegevens in te lezen. De driver zorgt ervoor dat de interne details en de complexiteit van de werking van het apparaat verborgen blijven voor de processor, die het toestel kan gebruiken via een aantal eenvoudige lees- en schrijfinstructies. Typische details zijn: adressen waarop het apparaat gegevens ter beschikking stelt of gegevens verwacht; code voor het afhandelen van de interrupts veroorzaakt door het apparaat; het protocol waarmee het apparaat kan geprogrammeerd worden; enz.
DSSSL (``Document Style Semantics and Specification Language'')
Een style sheet ISO standaard, die niet zo populair geworden is als CSS en (in de toekomst) XSL.
DTD (``Document Type Definition'')
Het onderdeel van SGML (en optioneel voor XML) dat de formele vereisten beschrijft van elk onderdeel van een document: welke syntax is vereist? Welke andere elementen zijn nodig? Enzovoort. Men gebruikt een parser om te controleren of de structuur van een document voldoet aan de vereisten opgelegd in de DTD.
Dual Boot
Eenvoudigste geval van multi boot, met slechts twee verschillende besturingssystemen op één computer.
DVD (``Digital Versatile Disk'')
Modern protocol om grote hoeveelheden gegevens op te slaan op een schijfje. Dat ziet er op het eerste zicht uit als een klassieke CD-ROM, maar kan veel meer data aan. Oorspronkelijk bedoeld om video op te slaan, en toen heette DVD voluit nog Digital Video Disk.
Dynamisch linken
Dynamische HTML
Voorloper van DOM. Wil het mogelijk maken om de inhoud van HTML-pagina's te veranderen met behulp van Javascript. Verschillende producenten kwamen met incompatibele oplossingen opdagen, vandaar dat W3C met DOM voor een overdraagbare oplossing wil zorgen.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Editor
EISA (Extended Industry Standard Architecture'')
32-bit uitbreiding van ISA.
EGA (``Enhanced Graphics Adapter'')
EJB (``Enterprise Java Beans'')
Elektronische post (``email'')
Embedded computer
Computer die verborgen zit in een ander apparaat, en waarmee de gebruiker niet rechtstreeks in aanraking komt. Bijvoorbeeld: de sturing van een lift, of van een ABS remsysteem, de controler van een video-camera, enzovoort.
Email
Zie elektronische post.
Emoticon (``EMOTion ICON'')
(Vaak ook smiley genoemd.) Een aantal lettertekens na elkaar, die een bepaald gevoel uitdrukken. (Meestal moet je ze met je hoofd naar links gekeerd lezen.) Bijvoorbeeld:
:-) glimlach, grap
;-) knipoog
:-( beteuterd kijken
:-O geeuw
Men gebruikt deze emoticons in allerlei soorten elektronische communicatie, als alternatief van de gelaatsuitdrukkingen, de gesticulaties en de stemintonaties van mensen die van persoon tot persoon een gesprek voeren.
Emulatie
Een stuk software of hardware is in staat een ander te emuleren indien het de instructies kan uitvoeren die eigenlijk voor dat andere programma of apparaat zijn geschreven.
Encryptie (``Versleuteling'')
Gegevens waarvan je niet graag hebt dat anderen ze zomaar kunnen lezen beveilig (of versleutel) je best met een geheime code (``sleutel''). Niet-versleutelde gegevens noemt men vaak plain text (``klaarschrift''); de versleutelde versie is de cipher text (``cijferschrift'').
EPROM (``Erasable Programmable Read-Only Memory'')
ROM-geheugen dat mits speciale hardware toch kan uitgewist en herschreven worden. Wordt in computers gebruikt om variabelen te bewaren ook als de computer afgezet wordt. Bijvoorbeeld voor de BIOS.
Eric S. Raymond
Eén van de meest actieve Linux advocates, en auteur van een aantal toonaangevende publicaties over de achtergronden van Vrije Software en hoe het komt dat duizenden mensen daar vrijwillig en onbezoldigd aan meewerken.
Ethernet
De meest populaire manier om de bekabeling van een LAN uit te voeren. IEEE standaard 802.3. De oudere versies (10BASE-T) leveren 10megabits per seconde, de nieuwere 100 (100BASE-T). De verschillende apparaten die aan de kabel verbonden zijn concurreren met elkaar om er een pakketje op te mogen plaatsen; ze tasten na verzending de kabel af om te controleren of er al dan niet een ``botsing'' heeft plaatsgehad tussen twee pakketjes van verschilende afzenders. Indien dit zo is, dan herzenden de beide afzenders het pakketje opnieuw na een willekeurige wachttijd. Dit algoritme heet CSMA/CD.
Event (``Gebeurtenis'')

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Failover
Failover garandeert dat een gebruikerssessie niet afgebroken wordt wanneer de server uitvalt; de sessie wordt overgenomen door een andere server in dezelfde cluster. Dit is een noodzakelijke eigenschap van grote server-toepassingen; bijvoorbeeld, ISPs, elektronisch bankieren, reservatie van vluchten, enzovoort.
FAQ (``Frequently Asked Questions'')
Alle software-pakketten van iets of wat omvang hebben ergens op het Internet een lijst met veel voorkomende vragen (en de bijhorende antwoorden). Als beginnend gebruiker is het aangewezen om de FAQs te lezen, vooraleer je vragen begint te stellen op de nieuwsgroep van het programma.
Fat client
Zie netwerk computer.
FIFO (``First In, First Out'')
File server
Een server die andere computers toegang verleent tot de bestanden die hij beheert.
File system
(Bestanden-systeem)
Een harde schijf kan massa's gegevens opslagen in digitale vorm. De betekenis van al die bytes ligt echter niet op voorhand vast: verschillende besturingssystemen gebruiken andere protocols om uit te maken hoe de bytes op de schijf moeten samengenomen worden om een bestand te vormen, hoe bestanden tesamen een directory (``map, folder'') vormen, enzovoort. Deze protocols vormen een bestanden-systeem. Voorbeelden zijn: NTFS, FAT16, en FAT32 voor verschillende Windows-versies, en EXT2 voor Linux. Linux kan zowat alle bestaande bestandsformaten lezen, Windows niet.
Firewall
Een stuk software of hardware dat dient om het lokale netwerk af te schermen tegen inbraken van buitenaf, en/of gebruikers binnen het lokale netwerk te beletten om bepaalde adressen op het Internet te bereiken.
Zie ook proxy server. Een firewall hoeft niet per se actief te zijn (wat een proxy server per definitie is), als het gewoonweg filteren van het netwerk-verkeer als ``passief'' wordt beschouwd.
FireWire
Snelle seriële bus. Het is een IEEE standaard (IEEE 1394), die bedoeld is om snelle multimedia-randapparaten te bedienen.
FireWire is een handelsmerk van Apple Computer.
Flame war
Nieuwsgroepen trekken mensen aan met gelijkaardige interesses. Meestal ook met gelijkaardige gevoeligheden. Als er dan iemand een boodschap post die tegen die gevoeligheden ingaat, dan ontketent dit regelmatig zeer verhitte discussies, waarin niet altijd de regels van de elementaire beleefdheid worden gevolgd ;-) Zulke verhitte verwijten over en weer noemt men flames.
Floppy
De uitneembare magnetische informatiedragers die in de meeste PCs aanwezig zijn. De huidige standaard versie heeft 1,44Megabyte opslagcapaciteit. Floppies zijn echter helemaal uit de computerwereld aan het verdwijnen.
Form
Invulvensters op een webpagina.
FORTRAN (``FORmula TRANslator'')
De oudste hoog-niveau programmeertaal, ontwikkeld in de jaren '50, vooral bedoeld voor het maken van uitgebreide berekeningen. Heeft geen ondersteuning voor Object-geöriënteerd programmeren. Tot op heden worden nieuwere versies ontwikkeld.
Forum
Webpagina waarop verschillende personen met elkaar van gedachten kunnen wisselen over een bepaald onderwerp, en waarop informatie over dat onderwerp beschikbaar is.
Fragmentatie
Free software
Vóór de termen Open Source of Vrije Software ingeburgerd waren waren er natuurlijk reeds mensen die geen geld vroegen voor hun software, of die er de broncode bijgaven. Men noemde (en noemt!) dat public domain, freeware, shareware. Er zijn belangrijke nuances tussen deze verschillende termen.
Freeware
Software die gratis te verkrijgen en te gebruiken is. Men krijgt er meestal wel geen broncode bij, en de licentie voldoet dus meestal niet aan de Open Source vereisten.
Freshmeat
Linux-portal, met dagelijkse nieuwsberichten en updates over de Open Source beweging en Vrije Software pakketten.
FSF (Free Software Foundation)
Eén van de belangrijkste pioniers in de geschiedenis van Vrije Software, gesticht door Richard Stallman. De FSF is de bron en/of beheerder van alle GNU-programma's.
FTP (File Transfer Protocol)
Eén van de meest populaire protocols waarmee computers bestanden met elkaar uitwisselen via het Internet.
FUD (Fear, Uncertainty, Doubt)
In de commerciële wereld is het niet uitzonderlijk dat het ene bedrijf probeert het andere in een slecht daglicht te stellen door onnauwkeurige negatieve informatie over de produkten van die concurrent te verspreiden. De bedoeling is om via deze ``FUD'' de klanten wantrouwig te maken voor deze concurrent, en zo de eigen produkten te bevoordeligen. In de Linux-wereld is het vooral Microsoft dat aanhoudend negatieve en onjuiste ``informatie'' over Linux de media instuurt. Dit geeft geregeld aanleiding tot zeer verhitte reacties van verbolgen Linux-gebruikers. Microsoft heeft enkele malen de grenzen van het ethische en welvoeglijke overschreden, en begint meer en meer de negatieve gevolgen van het verspreiden van FUD als een boemerang in eigen gezicht terug te krijgen.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Gateway
De software en/of hardware die de verbinding maakt tussen twee netwerken, of twee verschillende protocols.
GCC
De GNU C en C++ compiler.
Gedistribueerd (``Distributed'')
Verdeeld over verscheidene computers.
Geek
Troetelnaam voor computer freaks. Maar het woord wordt niet altijd in de positieve zin gebruikt... (Zie ook nerd, hacker.)
Gegevensbank
Een verzameling van informatie op zodanige wijze gestockeerd door de computer dat die informatie snel door de gebruiker kan geconsulteerd worden, en in de gewenste vorm kan worden gegoten. Voorbeelden zijn: de catalogus van een bibliotheek, het personenregister op het gemeentehuis, enz.
Geluidskaart
Het randapparaat dat instaat voor het produceren van geluid.
GIF (``Graphical Interchange Format'')
Giga
Voorvoegsel dat ``1 miljard'' betekent. In de computerwereld betekent het echter vaker ``1024 x 1024 x 1024'' omdat dat het dichtbijzijnde veelvoud van 2 is (2 tot de dertigste macht: 230). En het getal ``2'' heeft een bijzondere betekenis in de digitale wereld.
Gigabyte
Zie Byte.
Gigahertz
1 miljard keer per seconde.
GNOME
(``GNU Network Object Model Environment'')
De GNU-versie van een grafische gebruikersinterface. (Zie KDE voor de ``concurrerende'' desktop.)
GNU
GNU's Not Unix! De Free Software Foundation beheert een grote hoeveelheid Vrije Software programma's, die onmisbaar zijn in elk Linux-systeem.
GNU/Linux
Volgens de Free Software Foundation is dit de “politiek correcte” naam voor het besturingssysteem dat je op een Linux distributie gebruikt: met de Linux kernel alleen ben je immers niets, want je gebruikt vooral de GNU programma's.
GPL (GNU General Public Licence)
Dit is de licentie waaronder een hele hoop Vrije Software pakketten (waaronder de Linux-kernel) verdeeld worden. Het succes van Linux en Open Source software is voor een heel groot deel te danken aan deze licentie-politiek, en de bijhorende filosofie van samenwerking en openheid.
Gratis software
Zie free software.
GUI (``Graphical User Interface,'' ``grafische schil'')
Om een computer te kunnen gebruiken moet je op één of andere wijze toegang hebben tot de verschillende programma's die op de computer geënstalleerd zijn. Een GUI is één van die mogelijkheden: het scherm van de computer (de ``desktop'') toont een aantal icoontjes die ieder een verschillend programma voorstellen. Door het icoon met de muis aan te klikken wordt het programma geactiveerd. Deze grafische manier van werken is uiterst populair geworden. Pioniers in deze materie waren: De alternatieve vorm van interactie met de computer is via de commando-lijn. Linux biedt geavanceerde versies aan van beide interactie-mogelijkheden.
gzip
Het meest gebruikte compressie-programma onder Linux. De ``g'' verraadt de afstamming van het programma: GNU.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Hacker
Computer-entoesiasteling, die dag en nacht met computers en software wil bezig zijn. Niet alleen met het gewone gebruik van bestaande programma's, maar met het uitpluizen van programma-code, het uitproberen van alle mogelijke en onmogelijke paramters en veranderingen aan de code, enz.
Verwar een hacker niet met een cracker! Deze laatste heeft boosaardige bedoelingen en wil liefst in andermans computers inbreken. De bloei van Linux is grotendeels te danken aan het entoesiasme van duizenden hackers wereldwijd.
Handheld computer
Computer die in de handpalm kan genomen worden. Bijvoorbeeld, elektronische agenda's of PDAs.
Hangen
Hoog-niveau programmeertaal
Programmeertalen die (min of meer) toelaten om te programmeren zonder rekening te moeten houden met de processor waarop het programma zal moeten draaien. Voorbeelden zijn: C, C++, Java, Cobol, Basic, FORTRAN. Hoog-niveau talen zijn bedoeld om gemakkelijk leesbaar te zijn door de menselijke programmeur; laag-niveau talen zijn meer gericht op de machine. De omzetting van hoog-niveau taal naar machinetaal gebeurt via een compiler of een interpreter.
Hosten
Je computer ter beschikking stellen om onderdak te geven aan een webstek of één of andere applicatie.
HTML (HyperText Markup Language)
De gestandaardiseerde taal om webpagina's te schrijven. Ten tijde van de ``browser''-oorlog tussen Netscape Navigator en Microsoft Internet Explorer deden beide partijen verwoed inspanningen om de HTML-standaard uit te breiden met hun eigen ``proprietary'' toevoegsels. Dit heeft geleid tot het te betreuren feit dat een aantal webpagina's niet door beide bladeraars kunnen gelezen worden. Nu worden de webstandaarden gecoördineerd door de de onafhankelijke organisatie W3C (World Wide Web Consortium).
HTTP (HyperText Transfer Protocol)
Het gestandaardiseerde formaat voor boodschappen over het Internet waarin gegevens van een web-pagina worden verstuurd, en dat vertelt aan de bladeraar (``browser'') hoe hij die gegevens moet tonen aan de gebruikers.
HOWTO
De meeste informatie over Vrije Software is beschikbaar op het Internet, in de vorm van HOWTO's: bestanden met documentatie over één bepaald aspect van Vrije Software. Deze HOWTOs worden ook met zowat elke Linux-distributie meegeleverd.
HURD
De kernel van GNU. Het was oorspronkelijk de bedoeling van het GNU project om zelf een kernel te maken, maar Linux was sneller klaar, en volledig compatibel met de andere GNU-programma's.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Icoon
De voorstelling van een programma door een tekeningetje van ongeveer enkele vierkante centimeter, op de desktop van de computer. Door het icoon aan te klikken wordt het programma opgestart. Iconen hoeven niet grafisch te zijn, zie bijvoorbeeld de emoticons.
ICT (``Informatie- en Communicatie-Technologie'')
Computers doen al lang veel méér dan alleen maar rekenen: gegevens opslaan en toegankelijk maken, communicatie aanbieden aan de gebruiker, informatie grafisch voorstellen, enz. Vandaar dat men ICT als een algemenere term dan ``informatica'' of ``computerwetenschappen'' heeft ingevoerd.
IDE
IEEE (``Institute of Electrical and Electronics Engineers'')
Amerikaanse ingenieursorganisatie, met wereldwijde ledenlijst. Heeft ook een zeer actieve standaarden-werkgroep (waarvan de resultaten echter niet vrij beschikbaar zijn).
IETF (``Internet Engineering Task Force'')
Deze organisatie stimuleert en beheert de ontwikkeling van standaarden voor Internet-software.
IMAP (``Internet Message Access Protocol'')
Protocol om toegang te krijgen tot je email boodschappen die op een server gestockeerd zijn (en blijven, tenzij je dat zelf anders verkiest). Je kan dus aan je email aan vanaf gelijk welke computer die aan het zelfde netwerk hangt als de IMAP-server. Dit is de sterkte van IMAP, en tegelijk de zwakte van POP dat de boodschappen afhaalt naar de (huidige) lokale computer.
Gebruikt SMTP voor communicatie met de server.
Implementeren
Een idee of ontwerp voor een programma omzetten in broncode.
init
Het allereerste proces dat opstart op een Linux-computer. Het zorgt voor de verdere initialisatie van het systeem. Hiervoor gebruikt het het bestand /etc/inittab, dat de gebruiker kan configureren om precies op te starten op de door hem gewenste wijze.
Inloggen
Om toegang te krijgen tot een computersysteem moeten gebruikers inloggen, door hun gebruikersnaam en geheim wachtwoord op te geven. Wanneer ze klaar zijn met hun werk worden ze verondersteld uit te loggen, om anderen toegang te ontzeggen tot hun persoonlijke schijfruimte.
Installeren
Vooraleer men een computer nuttig kan gebruiken moet men er software op beschikbaar maken: het besturingssysteem en de toepassingsprogramma's. Typisch gebeurt dit door op de harde schijf van de computers uitvoerbare programma's te copiëren vanaf een andere computer, het Internet, een cdrom, of een floppy. Of door op de computer zelf uitvoerbare programma's aan te maken door het compileren van de broncode van de programma's. (Hiervoor moet natuur|ijk reeds de compiler software geïnstalleerd zijn.) Installeren is echter meer dan enkel software copiëren: de verschillende programma's moeten ook nog geconfigureerd worden. Alle Linux-distributies hebben installatie-tools om installatie en configuratie sterk te vereenvoudigen: rpm voor RedHat, SuSE, of Mandriva; deb voor Debian en de ervan afgeleide projecten.
Install Fest
Het is bijna onmogelijk om in de gewone computer-zaak een PC aan te kopen waarop Linux reeds geïnstalleerd is. Meestal staat er zelfs een ander besturingssysteem op. Het installeren en configureren van Linux kan bijgevolg een taak zijn die menig beginner afschrikt. Daarom organiseren veel LUGs van tijd tot tijd gezamelijke installeer-demonstraties, die wereldwijd bekend staan onder de naam ``Install Fest.''
Integratie
Meer en meer worden verschillende programma's met elkaar geëntegreerd, dit wil zeggen dat ze gebundeld worden en als één programma (of set van samenwerkende programma's) worden voorgesteld. De mogelijke voordelen van integratie zijn: De mogelijke nadelen zijn: Integratie is de constante drijfveer van bedrijven zoals Microsoft, vooral omwille van het voor het voor hen als dominante speler zo belangrijke effekt van user lock-in. Voorbeelden zijn: de ``integratie'' van Internet Explorer in het besturingssysteem, de integratie van tekstverwerker, rekenblad, enz. in één ``Office'' pakket.
Intel
De grootste fabrikant van processoren voor PCs. De opeenvolgende versies van de Intel-processoren zijn: 8088, 80186, 80286, 80386, 80486, Pentium (``586''), Pentium Pro (``686''), Pentium II, Pentium III. Deze familie van processoren is backwards compatibel, en wordt gemeenzaam de ``x86'' familie genoemd.
Interface (``Koppeling'')
Een koppeling tussen twee aparte systemen. Bijvoorbeeld: de elektronische koppeling tussen een printer en een PC; de software koppeling tussen twee programma's, of tussen een programma en de gebruiker.
Internet
Het wereldwijde netwerk tussen miljoenen computers. Het Internet is door niemand georganiseerd of bestuurd, iedere computer is onafhankelijk. Maar er zijn wel een hoop gemeenschappelijke standaarden afgesproken, waardoor computers met elkaar gegevens kunnen uitwisselen. Enkele van die standaarden zijn: HTTP, FTP, en TCP/IP.
Interoperabiliteit
De mogelijkheid van verscheiden computersystemen of programma's om samen te werken.
Interpreter
Een programma dat één voor één instructies van een hoog-niveau programmeertaal inleest en uitvoert. Dit in tegenstelling tot een compiler, die het hele hoog-niveau programma eerst omzet naar machinetaal. Gecompileerde code draait meestal sneller dan geïnterpreteerde, maar deze laatste is sneller aan te passen. Voorbeelden van talen die altijd door een interpreter verwerkt worden zijn: BASIC, LISP, PostScript.
Interrupt
Randapparaten moeten van tijd tot tijd gegevens uitwisselen met de processor van de computer, maar het preciese tijdstip waarop deze gegevens klaar staan is zelden op voorhand te voorspellen. Daarom stuurt het randapparaat een signaal naar de processor, die dan zijn normale werking onderbreekt en een Interrupt Service Routine lanceert die voor de gegevens-uitwisseling met het randapparaat zorgt. Het omgekeerde gebeurt ook: de processor verwittigt het randapparaat dat er gegevens klaarstaan die het randapparaat moet komen ophalen.
Het is belangrijk dat interrupts zo snel mogelijk afgehandeld worden, anders is de kans op verlies van de gegevens groot. Vandaar dat de kernel van het besturingssysteem instaat voor het beheer van de interrupts.
Interrupt handler
Zie Interrupt Service Routine.
Interrupt Service Routine
(Of ``Interrupt Handler'')
Het programma dat de acties uitvoert die na een interrupt nodig zijn. Een ISR moet zo kort mogelijk zijn, opdat de processor zo snel mogelijk met zijn onderbroken taak kan verdergaan.
IP adres
Adres van een computer op het Internet. Dit adres bestaat in twee vormen:
IP Masquerading
Zelfs wanneer men slechts één adres op het Internet heeft is het mogelijk om verschillende computers in een lokaal netwerk gebruik te laten maken van datzelfde adres. Bij Linux heet deze techniek IP Masquerading. De computer die aan het Internet hangt (de gateway) pakt de gegevens die van elk van de andere computers komen in in een gegevenspakketje met zijn eigen adres, en stuurt dit zo op het Internet. De antwoorden die op deze pakketjes komen volgen de omgekeerde weg: de gateway ontvangt de pakketjes, kijkt na voor welke van de lokale computers het bestemt is, en stuurt net door naar die computer zijn lokaal adres.
Zie ook Ensor voor IP Masquerading met één floppy.
IPP (``Internet Printing Protocol'')
IPv4 (``Internet Protocol Version 4'')
Zie IPv6.
IPv6 (``Internet Protocol Version 6'')
IPv6 is de volgende generatie van het Internet Protocol (de huidige versie is IPv4). De hoofdreden voor een nieuwe versie is dat het aantal beschikbare IP-adressen in versie 4 te beperkt is.
IPX (``Internet Packet eXchange'')
Een netwerk protocol van Novell. Gelijkaardig aan TCP/IP.
IrDA (``Infrared Data Association'')
IrDA is een communicatie-protocol voor draadloze verbindingen met behulp van infraroodstralen. Dit is vooral handig voor draagbare computers. De bandbreedte ligt tussen de 2400 bits/seconde en 4 mega-bits/seconde.
ISA (Industry Standard Architecture'')
De nu verouderde 16bit bus-architectuur van veel PCs. EISA is de uitbreiding naar 32 bits. Beide worden al enige jaren vervangen door de PCI-bus.
ISDN (``Integrated Services Digital Network'')
Een standaard protocol om gegevens in digitale vorm over een telefoonlijn te sturen. De bandbreedte van ISDN is 64kilobits per seconde, wat ligt tussen de klassieke telefoon-modem en de kabelmodem in. De meeste telefoonmaatschappijen bieden ISDN-lijnen in paren aan: één voor stem en één voor digitale gegevens, of beide voor digitale gegevens, in welk geval je een bandbreedte van 128kilobits per seconde haalt.
ISO (``International Organisation for Standardization'')
Deze organisatie stimuleert en beheert de ontwikkeling van standaarden op allerlei gebieden, dus ook voor software. Werkt veel trager dan bijvoorbeeld de IETF, en is niet in staat om flexibel op de snelle technische evoluties in te spelen.
ISO9660
Een bestandensysteem voor cdrom.
ISO Latin 1
Of ISO-8859-1. Standaard verzameling van 256 lettertekens, als een uitbreiding van ASCII, en waarin de meerderheid van tekstbestanden (in Westerse talen!) geschreven zijn. ISO Latin 1 is gelijkaardig (maar niet gelijk) aan de ANSI tekenset gebruikt in Microsoft Windows.
ISP (Internet Service Provider)
Een ISP is een bedrijf waarbij je toegang kan verkrijgen tot het Internet. Typisch heb je daarvoor een modem voor nodig, en krijg je van de ISP een gebruikersnaam en een wachtwoord. De ISP huurt bij de telecom-bedrijven voldoende transmissie-capaciteit om aan de behoeften van al zijn abonnees te voldoen.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Jargon File
Een verzameling van slang uitdrukkingen uit het hackers-milieu.
Javascript
Een script taal voor client side oplossingen in Web browsers.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Kabelmodem
Een modem die via de kabel-TV werkt, en dus een veel grotere bandbreedte haalt dan de telefoonmodems, d.w.z. van de grootteorde van 2megabytes
KDE (``K Desktop Environment
Eén van de meest populaire grafische schillen voor Linux, tesamen met GNOME.
Kernel
De kernel is de kern van het besturingssysteem van een computer. Het boot eerst en blijft altijd in het RAM-geheugen van de computer. (Daarom moet de kernel zo klein mogelijk zijn!) De kernel levert de basis-diensten aan alle andere programma's: toegang tot het geheugen, het netwerk, de rand-apparaten; beheer van het geheugen; opvangen en beheren van interrupts; beheer van processen en threads; beheer van de harde schijven; enz.
Keyword
Elke programmeertaal heeft een aantal woorden die nodig zijn om de syntax van de taal aan te duiden, en die de programmeur dus niet mag gebruiken als variabelen. Enkele typische voorbeelden van zulke keywords zijn: while, if, end.
Kill
Een proces kan je ``killen'' door er een gepast signaal naar toe te sturen (vanuit een ander proces, of vanaf de commando-lijn. Daarvoor moet je wel de pid van het te killen proces kennen. Onder Linux krijg je die informatie, onder andere, via de commando's ps of top.
Killer app
(``Killer application'')
Een uitermate succesvol produkt.
Kilo
Voorvoegsel dat ``1000'' betekent. In de computerwereld betekent het echter vaker ``1024'' omdat dat het dichtbijzijnde veelvoud van 2 is (2 tot de tiende macht: 210). En het getal ``2'' heeft een bijzondere betekenis in de digitale wereld.
Kilobit
210=1024 bits
Kilobyte
Zie Byte.
Klaarschrift
Zie encryptie.
Klokfrekwentie
De tijd die een processor nodig heeft om een instructie uit te voeren. Wordt meestal uitgedrukt in Mega-hertz, hoewel de technologie de kaap van de Giga-hertz klokfrekwentie begint te ronden.
Knuth
Donald Knuth is professor Computer Science aan Stanford University. Hij heeft heel wat Vrije Software gepubliceerd, zelfs lang vooraleer het concept een naam had. Eén van zijn bekendste bijdragen is TeX, een tekstverwerkingsprogramma van zeer hoge typografische kwaliteit.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Laag-niveau programmeertaal
Zie assembler
LAN
(``Local Area Network'')
Een netwerk van computers die ``dicht'' bij elkaar staan, bijvoorbeeld binnen één gebouw of bedrijf. De koppeling van verschillende LANs tot een veel groter netwerk heet dan een WAN.
LaTeX
(Spreek uit: Lee-tech.) Eén van de oudste wijdverspreide Vrije Software pakketten. Het is een macro taal bovenop TeX, en wordt veel gebruikt voor professionele tekstverwerking in wetenschappelijke kringen.
Latency (``Vertraging'')
Vertraging tussen versturen van een pakket over een communicatie-kanaal en het ontvangen ervan. Of tussen een interrupt en de bijhorende scheduling van de ISR.
Layout
Zie markup.
LDP (``Linux Documentation Project'')
Een portal met een massa aan documentatie over Linux.
Leech (``Bloedzuigen'')
Het afhalen van zeer grote hoeveelheden documenten of programma's van het Internet.
Library (``Bibliotheek'')
Een set van functies die, in gecompileerde vorm, verzameld worden in één enkel bestand. Programma's die gebruik maken van de functies in de bibliotheek moeten met deze biblitheek linken.
Licentie
Een licentie is een stukje tekst dat met een programma meekomt, en dat de juridische aspecten van het gebruik en de verspreiding van de software verduidelijkt. Commerciële software heeft meestal een zeer restrictieve licentie; bijvoorbeeld: de software mag maar op één computer gebruikt worden, en niet door anderen gecopiëerd worden. Vrije Software licenties beogen precies het tegenovergestelde: de software mag door iedereen gebruikt, gecopiëerd en verdeeld worden. Het was Richard M. Stallman die in de jaren 70(?) voor het eerst dit soort licentie gebruikte, onder de vorm van de GPL.
LILO (``Linux Loader'')
Programma waarmee bij het booten een keuze kan gemaakt worden tussen verschillende geïnstalleerde besturingssystemen.
Grub is een modernere versie.
Link
Linmodem (``LInux MODEM'')
Een Linux-project dat probeert om de winmodems ook onder Linux aan het werk te krijgen.
Linus Torvalds
Begon rond 1990 met het schrijven van een Unix-kloon voor de Intel processor. Hij postte een eerste versie op het Internet, onder een GPL-licentie, en zo ontstond Linux.
Linux
Linux is een besturingssysteem voor computers met een heel aantal interessante eigenschappen: hoge kwaliteit; draait op een hoop verschillende hardware; gratis; Open Source; kan samenwerken met Microsoft Windows op dezelfde computer en in hetzelfde netwerk; heeft een zeer goede ondersteuning vanuit de gemeenschap van Linux-vrijwilligers.
Linux User Group (``Linux Gebruikers Groep'')
Lokale vereniging van een aantal Linux-gebruikers.
LGPL (``Lesser General Public Licence'')
Iets minder restrictieve licentie dan de GPL, met de bedoeling om commerciële programma's toe te laten de code als ``library'' te gebruiken zonder de verplichting om de commerciële code vrij te geven. (De vroegere naam van de afkorting LGPL was ``Library GPL.'')
LISP (``LISt Processor'')
Een hoog-niveau programmeertaal ontwikkeld in de jaren '60, vooral met het oog op toepassingen in de artificiële intelligentie. Omwille van het overvloedige gebruik van haakjes (``parentheses'' in het Engels) vertaalt men de afkorting LISP ook al wel eens als Lots of Irritating Small Parentheses.
Lock-in
Zie user lock-in.
LUG
Zie Linux Gebruikers Groep.
Lus (``Loop'')
Reeks van instructies die de processor steeds opnieuw achter elkaar uitvoert, tot een bepaald event signaleert dat de lus moet verlaten worden.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

MACH
MACH was een invloedrijk onderzoeksproject rond besturingssystemen aan de Carnegie-Mellon University.
Machinetaal
De instructies die door een processor kunnen uitgevoerd worden. Deze bestaan uit bits die niet echt goed leesbaar zijn voor mensen. Vandaar dat mensen gebruik maken van hogere programmeertalen. Elke processor heeft zijn eigen machinetaal, en programma's voor de éne soort van processor zijn dus niet overdraagbaar naar een andere soort.
Macro
Zie script.
Mailing-lijst
Heeft dezelfde bedoeling als een nieuwsgroep, maar werkt op een andere manier: een gebruiker abonneert zich op de nieuwsgroep via elektronische post, en krijgt van dan af via de elektronische post ook alle berichten die op de mailing lijst gepost worden, en kan zelf ook berichten op de lijst posten. Sommige mailing lijsten zijn
Mail server
Server die gebruikers op andere computers toegang moet geven tot hun email. Deze servers werken meestal volgens twee principes:
Mainframe
Zeer krachtige computer.
Mandriva
Een Linux distributeur, (vroegere naam was Mandrake).
Man page
De on-line help op een UNIX, Linux BSD systeem. De help bij het (fictieve) programma ``mijnprogramma'' is te bereiken door het commando ``man mijnprogramma'' in te tikken in een shell.
Markup (``Opmaak'')
Het verzorgen van de semantiek van een document, onafhankelijk van hoe het document op scherm of papier vertoond wordt. (Of in braille, of in geluid, ...) Hoe een document er zal uitzien is de taak van de layout-verantwoordelijke.
De Internet-standaarden (SGML, HTML) maken een strikt onderscheid tussen de inhoud en de vorm van een document. De inhoud wordt beschreven met XML, de vorm door ``style sheets.''
Mega
Voorvoegsel dat ``1 000 000'' betekent. In de computerwereld betekent het echter vaker ``1 048 576'' omdat dat het dichtbijzijnde veelvoud van 2 is (2 tot de twintigste macht: 2 20.
Megabyte
Zie Byte.
Megahertz
1 miljoen keer per seconde.
Microseconde
1 miljoenste van een seconde.
MIPS
(``Million of Instructions Per Second''
Eenheid waarmee de verwerkingssnelheid van computers wordt gemeten.
Mirror
Een copie van een software archief, met de bedoeling om de belasting op de originele server te verminderen, en de toegangssnelheid te verhogen voor gebruikers dicht bij de mirror. Alle Linux software archieven hebben mirrors op verscheidene plaatsen over de hele wereld, zodat de kans op verlies van bestanden kwasi onbestaande is.
Mission critical
Een systeem dat nooit mag uitvallen of fouten vertonen.
Modem
(``Modulator, demodulator'')
Het apparaat dat je computer gebruikt om via de telefoonlijn met andere computers gegevens uit te wisselen. De gegevens in de computer zijn digitaal, die op de telefoonlijn zijn analoog.
Modereren
Een nieuwsgroep of mailing lijst zijn gemodereerd als alle berichten die er naar toe gestuurd worden eerst door een mens (de ``moderator'') gelezen worden. De moderator beslist of het bericht al dan niet verder gepubliceerd wordt, en editeert eventueel de boodschap.
Module
De Linux-kernel wordt modulair aangepast aan de randapparaten die in de computer aanwezig zijn, door de bijhorende drivers bij de kernel te linken. Dit gebeurt ofwel door de driver-module in de kernel te hercompileren, ofwel door tijdens de werking van het systeem de module dynamisch te laden.
Modularisatie
Het opdelen van de functionaliteit van een software-systeem in modules die zo onafhankelijk mogelijk zijn. Zij communiceren met elkaar via een eenduidig gedefiniëerde en goed gedocumenteerde API.
Mounten
(``Monteren'')
Onder UNIX en Linux moeten alle randapparaten die een bestanden-systeem bevatten ( harde schijven, floppies of CD-ROMs) gemount worden op het root bestanden-systeem. Dit wil zeggen dat programma's toegang krijgen tot het bestanden-systeem op het randapparaat alsof dat apparaat gewoon deel uitmaakt van het root bestanden-systeem.
Er bestaan automount-programma's die deze mount-klus automatiseren. De system administrator bepaalt wie toelating heeft om een randapparaat te mounten en te unmounten.
Mozilla
De Vrije Software browser ontstaan nadat Netscape begin 1998 de beslissing had genomen om zijn Navigator browser te ``open sourcen.'' Dit was de allereerste keer dat een grote commerciëel software-bedrijf de beslissing nam om zijn tot dan toe geheime broncode vrij te geven onder een echte Vrije Software licentie. De aanleiding hiertoe was het verschijnen van Eric S. Raymonds The Cathedral and the Bazaar.
Multi Boot
Computers kunnen meer dan één besturingssysteem op hun harde schijf (of schijven) hebben; bij het opstarten (``booten'') van de computer kiest de gebruiker welke besturingssysteem hij wil gebruiken.
Multimediaal
Gebruik makend van verschillende media: tekst, video, afbeeldingen, geluid, animaties.
Multi-tasking
In staat om meer dan é´n proces tegelijk uit te voeren. ``Tegelijk'' wil zeggen: de scheduler van het besturingssysteem verdeelt de beschikbare tijd op de processor over de verschillende processen, en onderbreekt elk proces op tijdstippen die afhangen van het type scheduling algoritme.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Name server
Alle computers verbonden met het Internet hebben een IP adres, bestaande uit een reeks getallen. Maar bijna altijd gebruikt men de makkelijker te onthouden en te interpreteren naam-versie van een adres. Een name server is een computer die de omzetting doet van namen naar cijfers.
NDA
Zie Non-Disclosure Agreement.
Nerd
Troetelnaam voor computer freaks. Maar het woord wordt niet altijd in de positieve zin gebruikt... (Zie ook geek, hacker.)
Net PC
De reactie van Microsoft-Intel op de netwerk computer van SUN. Microsoft hoopt hiermee een alternatief aan te bieden tegenover de verwachte lage TCO van een netwerk computer. De Net PC blijft een Windows-PC, maar afhankelijk van een server die de installatie, configuratie en onderhoud vanop afstand zou moeten vergemakkelijken.
Netwerk
Een verzameling van computers die onderling verbonden zijn met elektronische communicatie-middelen (kabels, radio-verbinding) en dus informatie met elkaar kunnen uitwisselen. Deze informatie-uitwisseling heeft echter niet alleen deze elektronische hardware nodig, maar ook de software-interface moet compatibel zijn. Hiervoor bestaan verscheidene gestandaardiseerde software-protocols, zoals bijvoorbeeld TCP/IP.
Netwerk-computer
Vroeger noemde men dit diskless workstations. Een thin client geënplementeer in hardware: een kleine computer zonder harde schijf en met beperkt geheugen en kleine processor, die al zijn gegevensverwerking op de server laat uitvoeren. Eentje mé:t harde schijf/floppy/cdrom is een fat client. Indien de netwerk computer vooral voor Internet-gebruik bedoeld is dan noemt men hem soms Internet box of Internet appliance.
Nieuwsgroep (``News group'')
Op Internet zijn voor alle denkbare onderwerpen aparte nieuwsgroepen te vinden. Geïnteresseerden kunnen hierop terecht met vragen en/of aankondigingen die verband houden met het onderwerp. Het blijkt dat nieuwsgroepen (tesamen met mailing lijsten) uitermate efficiënt zijn om Vrije Software projecten te realiseren. be.comp.os.linux is de Belgische nieuwsgroep rond Linux.
Non-Disclosure Agreement (``Overeenkomst van geheimhouding'')
Een contract tussen twee bedrijven waar het eerste de technologie (i.c., software) mag gebruiken van de andere, onder de voorwaarde dat het de preciese werking van de technologie (i.c., de broncode) niet openbaar maakt.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Object code
Object code is bijna gelijk aan machinetaal, alleen zijn nog enkele instructies en of adressen niet helemaal ingevuld: bijvoorbeeld, de adressen waar de variabelen precies gaan terecht komen op de computer, de links naar procedures uit andere stukken gecompileerde code, enz.
OOP
(``Object Oriented Programming'')
Zie Object-georiënteerd programmeren.
OLE (``Object Linking and Embedding'')
Microsoft manier om objecten uit één programma te kunnen aanspreken in een ander programma. OpenDoc is het alternatief van andere bedrijven zoals IBM en Apple. CORBA is een ander alternatief, gebruikt in veel Vrije Software projecten.
Onderhoud
Ook de software van een computer heeft onderhoud nodig: installeren en configureren van nieuwe versies, dichten van security holes, administratie van gebruikers en licenties, enz.
Onstabiliteit
Tegenovergestelde van stabiliteit.
OpenGL (``Open Graphics Language'')
Oorspronkelijk ontworpen door SGI (Silicon Graphics), maar nu een internationaal aanvaarde standaard voor de programmatie van driedimensionele grafische toepassingen.
Open Source Software)
Dit is de verzamelnaam van alle software en software-activiteiten die als gezamenlijke eigenschap hebben dat ze de broncode (``source'') van de software vrijgeven. Dit is in scherp contrast met commerciële software-bedrijven, die hun broncode angstvallig geheim houden. De motivatie om broncode vrij te geven is dat dit de beste manier is om de kwaliteit ervan te verzekeren, omdat zo duizenden mensen overal ter wereld de mogelijkheid hebben om de code uit te breiden en er de fouten uit te halen. Het Internet en Linux zijn waarschijnlijk de twee meest bekende voorbeelden.
Open sourcen
Het veranderen van de licentie van commerciële ``proprietary'' software in een echte Vrije Software licentie. Het eerste belangrijke voorbeeld hiervan was het open sourcen van de Netscape Navigator browser.
Operating system
De Engelse term voor besturingssysteem.
Opladen
Zie download.
Opstarten
Opwaarts compatibel
Opeenvolgende versies van een software pakket of een familie van processoren worden opwaarts compatibel genoemd wanneer de oudere versies reeds de mogelijkheden van de nieuwere versies voorzien, zonder ze daarom reeds geïmplementeerd te hebben.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Parallelle poort
Een randapparaat dat terug te vinden is op alle PCs, en waarlangs gegevens met andere computers kunnen uitgewisseld worden volgens een parallel protocol. Dit wil zeggen dat de verschillende bits van elke byte tegelijkertijd over acht verschillende draden worden doorgestuurd. De parallelle poort wordt vaak gebruikt om de PC met een printer te verbinden.
Parsen (``Ontleden'')
Een parser ontleedt de syntax van een taal. Maakt deel uit van interpreters en compilers.
Paswoord
Indien men met verschillende personen op hetzelfde computersysteem werkt is het aan te raden om elke gebruiker slechts toegang te verlenen tot zijn eigen gegevens. Deze beveiliging wordt meestal gerealiseerd door de gebruikers te laten inloggen, waarbij zij een geheim code-woord moeten opgeven. Dit paswoord mag alleen door hen gekend zijn. Het wordt in geëncrypteerde vorm opgeslagen door het besturingssysteem.
Patch
(``Oplapping'')
PC (``Personal Computer'')
Oorspronkelijk heetten enkel de PCs van IBM zo, maar geleidelijk aan werd de naam gebruikt voor elke computer die een IBM-cloon is, d.w.z. die gebouwd is volgend de PC-architectuur.
PC-architectuur
De PCs waarmee de meeste mensen vertrouwd zijn, zijn alle gebouwd volgens dezelfde architectuur: een Intel processor (of een Intel-compatibele processor, zoals de AMD), en een bus van het type ISA of PCI. De ontwikkeling van deze computer-achitectuur is meestal meer gedreven geweest door het zoeken naar minimale kost, dan wel maximale kwaliteit. Vandaar dat mission critical systemen zelden van deze architectuur gebruik maken.
PCB (``Printed Circuit Board'')
PCI (``PC Interface??'')
De bus-architectuur van de meeste moderne PCs. Opvolger van de ISA-bus.
Perl (``Practical Extraction and Report Language'')
Een zeer populaire geïnterpreteerde programmeertaal. Maakt onder andere CGI-scripts mogelijk.
Pentium
CISC-processor van Intel.
PHP
(``PHP Hypertext Preprocessor'')
Vrije Software script taal om dynamische HTML-pagina's te maken. PHP commando's zijn ingebed in gewone HMTL-commentaar. PHP is ontworpen om samen te werken met een gegevensbank om daaruit de data te halen om een webpagina samen te stellen op het ogenblik dat de pagina opgevraagd wordt.
PID (``Process IDentifier'')
Het nummer dat elk proces op een UNIX-machine krijgt op het ogenblik van zijn creatie. Latere operaties op dat proces (killen bijvoorbeeld) gebruiken dit nummer om het proces te identificeren.
Plain text
Tegenovergestelde van encryptie.
Pnp
(``Plug and Play'')
De term Plug-and-Play duidt op randapparaten die aan een computer kunnen aangesloten worden zonder dat de gebruiker manueel het apparaat moet configureren. Het apparaat bevat dus een klein stukje programma (driver) waarmee het zich zelfstandig bij de processor aanmeldt.
Pointer
Een geheugenplaats die het adres van een variabele bevat (en niet de waarde van die variabele zelf).
POP (``Post Office Protocol'')
Protocol om email boodschappen op te halen van een email server Oudere versies gebruiken zelf SMTP voor het versturen van de berichten. IMAP is een algemener protocol.
Portaal-site (``Portal'')
Een portal is een webstek met (links naar) informatie over bepaalde welomschreven onderwerpen. In de Linux-wereld zijn de populaire portals: freshmeat.net, Linux Weekly News en slashdot.org.
Portable (``(Over)draagbaar'')
POSIX (``Portable Operating System Interface'')
POSIX is een geregistreerd handelsmerk van de IEEE. Het is de naam van de UNIX standaard. IEEE geeft die standaard echter niet gratis vrij op het web: je moet er voor betalen...
Posten
Een bericht versturen op een nieuwsgroep heet posten. Zo'n posting tesamen met al de antwoorden die erop volgen heet een thread.
PowerPC
RISC-processor die Apple en IBM samen hebben ontworpen, en die nu, onder andere, in hun Macs en PowerPC computers gebruikt worden.
PPP (``Point-to-Point Protocol'')
Een veelgebruikt protocol om het TCP/IP Internet protocol te implementeren via een modem of seriële lijn,
Pre-empt (``Voortijdig afbreken'')
Deze term wordt vooral gebruikt in de context van scheduling, waar de scheduler het lopende proces afbreekt vooraleer het uit zichzelf be-eindigt, met de bedoeling om een ander proces te laten uitvoeren.
Print server
Een server die andere computers toegang verleent tot de printer(s) die hij beheert.
Proces
Een synoniem voor taak. Een proces is de combinatie van programma-code en gegevens die tesamen nodig zijn om een bepaalde taak uit te voeren. De gebruiker ziet deze taak als één samenhangend geheel. Meer en meer worden processen opgesplitst in kleinere eenheden, zogenaamde threads.
Processor
De chip die de bewerkingen op de gegevens uitvoert: lezen, manipuleren, schrijven, versturen, e.d. Een processor is des te krachtiger naarmate hij meer instructies kan uitvoeren, meer bits in één keer kan verwerken, en een hogere klokfrekwentie heeft. Zie ook RISC, CISC.
Programmeertaal
Een vocabularium van keywords en een verzameling van syntactische regels die toelaten om een computer instructies te geven om een taak uit te voeren (``programmeren''). Meestal bedoelt men met ``programmeertaal'' een hoog-niveau programmeertaal zoals C, C++, Java, Cobol, Basic, FORTRAN, enz. De ``laag-niveau programmeertalen'' worden assembler genoemd. Laag-niveau talen zijn afhankelijk van de processor, terwijl hoog-niveau talen zo veel mogelijk processor-onafhankelijk (``portable'') zijn.
Soms onderscheidt men vier niveaus van programmeertalen:
  1. Machinetaal
  2. Assembler
  3. Hoog-niveau talen
  4. Vierde-generatie talen
Prompt
Een symbool (aantal lettertekens) op een computerscherm dat aangeeft dat de computer klaar is om een instructie te ontvangen op de commando-lijn.
Proprietary software
(``Eigendoms-software'')
De overgrote meerderheid van de software uitgebracht door commerciële bedrijven heeft een licentie die de volledige eigendomsrechten voorbehoudt aan de producent. De software mag niet gecopiëerd worden, en de broncode wordt niet vrijgegeven. Dit is volledig tegengesteld aan de Vrije Software licenties.
Protocol
Computers wisselen gegevens uit volgens bepaalde vooraf afgesproken formaten: elke byte in de gegevensstroom moet dezelfde betekenis hebben voor beide computers.
Proxy (server)
Een server. die dicht bij de gebruikers zit (vandaar de naam: ``proximity'' is Engels voor ``nabijheid''). Typisch doet zo'n proxy twee dingen: Zie ook firewall.
ps
UNIX-commando dat de lijst van lopende processen toont.
Public domain
Een extreme vorm van Vrije Software, want de auteur legt geen enkel beperking (lees ``licentie'') op voor het gebruik en de verspreiding van de software.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RAM (``Random Access Memory'')
Dat deel van het geheugen van een computer waaruit kan gelezen en geschreven worden. RAM-geheugen behoudt meestal zijn inhoud niet als de stroom wordt afgezet.
Zie ook ROM.
RAM-disk
Een deel van het RAM-geheugen kan gebruikt worden om een bestanden-systeem op te plaatsen. Dit deel van het RAM-geheugen noemt men dan een RAM-disk.
Randapparaat (``Device'')
Apparaat dat deel uitmaakt van een computersysteem, en door de processor aangesproken wordt via een driver. Bijvoorbeeld: cdrom-speler, printer, toetsenbord.
Alle devices die Linux kan aanspreken staan opgesomd in de /dev directory.
Real-time besturingssysteem
Een besturingssysteem dat er voor zorgt dat een beperkt aantal processen op zo nauwkeurig mogelijke tijdstippen geactiveerd worden. Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij de controle van machines of raketten. Linux (alsook alle Windows-besturingssystemen) zijn niet bedoeld voor real-time toepassingen: het besturingssysteem kan niet garanderen dat een proces bijvoorbeeld binnen de 50 microseconden na een vooropgezet tijdsstip actief wordt. Linux is bedoeld als algemeen besturingssysteem, met de nadruk op een ``faire'' verdeling van de processortijd over alle processen. Er bestaan echter real-time versies van Linux.
RedHat
Eén van de grootste Linux distributeurs, met hoofdbasis in North Carolina, V.S.A.
Redmond
Stad in de staat Washinton, V.S.A., waar het hoofdkwartier van Microsoft gevestigd is. Vaak gebruikt als synoniem voor Microsoft.
Remote boot
Een computer kan zo geconfigureerd worden dat hij via één of andere netwerkverbinding boot met software die op een andere (``remote) computer (een server) opgeslagen is.
Resource (``Grondstof'')
Beschikbare middelen. Voor een computer betekent dit: CPU, geheugen, randapparaten.
Response time
De tijd tussen de aanvraag en de uitvoering van een commando.
Richard M. Stallman
Ligt aan de wieg van de Free Software Foundation en de GPL-licentie. Hij is al decennialang een verwoed en gerespecteerd pleitbezorger van Vrije Software. Van hem is de wereldberoemde uitspraak over ``free software'': ``Free as in free speech, not free beer'' waarmee hij de nadruk legt op het feit dat de vrijheid en onafhankelijkheid geboden door Vrije Software belangrijker zijn dan het gratis zijn. Stallman is berucht (maar ook gerespecteerd!) door zijn wel zeer radikale afwijzing van commerciëe software. Enkel door zijn extreme houding en motivatie zijn belangrijke Vrije Software projecten zoals de Free Software Foundation en GNU werkelijkheid geworden.
RISC (``Reduced Instruction Set Computer'')
Een processor die enkel instructies aanbiedt voor de meest elementaire bewerkingen, maar die deze bewerkingen dan wel zeer snel kan uitvoeren. Het blijkt dat de RISC-architectuur vaak snellere processoren oplevert dan de klassieke CISC-architectuur.
ROM (``Read Only Memory'')
Dat deel van het geheugen van een computer waaruit enkel kan gelezen en dus niet geschreven worden. ROM-geheugen behoudt zijn inhoud ook als de stroom wordt afgezet. ROM wordt meestal gebruikt om de boot-code te bewaren.
Zie ook RAM.
Root
Root file system
Zie onder root.
Router
Een computer die verschillende netwerken (LANs) met elkaar verbindt. Ze bekijken de headers in de pakketjes die over het netwerk reizen, en bepalen dan aan de hand van tabellen waarheen elk pakketje moet doorgestuurd worden. Die tabellen worden voortdurend aangepast om de optimale verbindingen tussen computers te vinden.
RPC (``Remote Procedure Call'')
Het uitvoeren van een programma vanaf een andere (``remote'') computer.
rpm (``RedHat Package Manager'')
Bestands-extensie van de gedistribueerde software in de RedHat, SuSE, en Mandriva distributies.
Ook de naam van het programma dat zulke pakketten op een computer installeert en configureert.
RS232
Vroeger het meest populaire seriële protocol. De beschikbare bandbreedte is echter vrij beperkt, en de seriële lijn heeft het moeten afleggen tegen USB, FireWire, enz.
RTFM (``Read The Fine Manual'')
Het woord ``Fine'' wordt door sommigen nogal eens verkeerdelijk(?) vervangen door een meer beroemd F-woord.)
Als je een vraag stelt op een nieuwsgroep of mailing lijst en het antwoord is vrij eenvoudig te vinden in de handleiding, de FAQ, de HOWTO of de man pages, dan krijg je wel eens ``RTFM'' als behulpzaam antwoord.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Scheduling
Het besturingssysteem verdeelt de beschikbare tijd van de processor over alle processen die willen uitgevoerd worden. Deze verdeling wordt ``scheduling'' genoemd. Besturingssystemen verschillen onderling nogal eens wat het specifieke scheduling-algoritme betreft; sommige besturingssystemen laten toe om meer dan één scheduling-algoritme te gebruiken. Besturingssystemen voor algemeen gebruik (zoals Linux of Windows NT) leggen de nadruk op het verkijgen van zo hoog mogelijke throughput; andere verkiezen dan weer om bepaalde processen absolute prioriteit te geven boven alle andere processen, of om ze op zo precies mogelijke tijdstippen te activeren (dit noemt men real-time besturingssystemen).
Enkele veel voorkomende scheduling algoritmen zijn: round-robin, shortest job first, FIFO, ...
Script
Scripting taal
Programmeertaal om scripts in te schrijven.
Security (``Beveiliging'')
Zie beveiliging.
Security hole
Met de regelmaat van de klok worden security holes gevonden in bestaande software. Dit zijn manieren waarop het programma kan misbruikt worden om toegang te krijgen tot delen van het computer-systeem die normaal gezien afgesloten zouden moeten blijven; bijvoorbeeld, het paswoord van een andere gebruiker. Wanneer zo'n security hole wordt ontdekt is het in de Linux-wereld niet abnormaal dat binnen enkele uren reeds een patch ter beschikking is om het gat te dichten. Dit is zelden of nooit het geval met proprietary code. Vandaar dat velen Vrije Software verkiezen voor computers die een hoge graad van beveiliging moeten bieden.
Seriële poort
Een randapparaat dat terug te vinden is op alle PCs, en waarlangs gegevens met andere computers kunnen uitgewisseld worden volgens een seriëel protocol. Dit wil zeggen dat de verschillende bits van elke byte één voor één worden doorgestuurd. Het meest populaire seriële protocol is RS232.
Server
Een computer in een netwerk die aan (programma's op) andere computers diensten verleent: opslaan en ter beschikking stellen van gegevens, elektronische post, web-pagina's, enz. Linux is een eerste-klas server, alle denkbare netwerk- en internet-functionaliteit incluis. (Zie ook Client-Server.)
Server side
Actief aan de kant van de server in een client-server systeem.
Zie bijvoorbeeld CGI.
Servlet
Een applet dat op een server draait. Dit is bijvoorbeeld het server side equivalent van een applet in de browser. Java servlets beginnen meer en meer de traditionele CGI-scripts te vervangen, vooral omdat ze persistent zijn, en dus informatie kunnen bewaren tussen twee oproepen van dezelfde gebruiker.
SGML (``Structured General Markup Language'')
Taal om structured markup talen te definiëren, bijvoorbeeld HTML en XML. SGML is een ISO standaard (ISO 8879) sinds 1986.
SGML heeft vier basis componenten: gestruktureerde markup (definieert de logische structuur van een document), elementen (geven een naam aan elke structuur in het document), attributen (geven een waarde aan parameters van een element), en entities.
Shareware
Een vorm van ``free software'' waarbij men de software gedurende een beperkte periode mag uitproberen; daarna moet een kleine som betaald worden. De broncode wordt zelden vrijgegeven.
Shell
Het proces waarin de gebruiker commando's aan het besturingssysteem kan geven. (Via de command line interface van een terminal, of in een (shell) script. Populaire shells voor Linux zijn: bash, tcsh, sh.
Shell script
Zie scripting taal.
Signaal
Eenrichtings-communicatie tussen twee processen, bestaande uit niets meer dan één enkel getal.
Sleutelwoord
Zie keyword.
Slashdot

Linux-portal, met dagelijkse nieuwsberichten over de Open Source beweging. Zowat iedere hacker volgt de nieuwsberichten op Slashdot, alsook de intense diskussies rond de verschenen nieuwsitems. Vaak wordt er niet mals gereageerd tegen acties of uitspraken die tegen de belangen van de Open Source beweging ingaan. Het beste (of ergste) dat je op het Internet kan overkomen is te worden ge-slashdot, dit wil zeggen dat jouw zaak (software, actie, initiatief, ...) in het Slashdot nieuws komt, en dus onder de aandacht van honderdduizenden geïnteresseerden gebracht wordt.

Het symbool /. kom je regelmatig tegen als afkorting voor ``Slashdot.''

Smalltalk
Eén van de eerste object-georiënteerde talen.
Smiley
Zie emoticon.
SMP (``Symmetric Multi Processor'')
Verschillende processoren die op één moederbord zitten, en geheugen en rand-apparaten delen. ``Symmetric'' slaat op het feit dat de verschillende processoren de binnenkomende taken verdelen op basis van beschikbaarheid. Alle processoren doen dus dezelfde soort taken, en de gebruiker weet niet op voorhand op welke processor zijn taak zal draaien. SMPs worden veel gebruikt als web server.
SMTP (``Simple Mail Transfer Protocol'')
Protocol om email boodschappen te versturen tussen twee server onderling, en op email te versturen van de gebruiker naar zijn email server.
Sniffing
Het luisteren naar netwerk-pakketjes, waarin de woorden password, login, enz., voorkomen, om hieruit de paswoorden en gebruikersnamen te weten te komen om in een computersysteem binnen te dringen. De eenvoudigste beveiliging hiertegen is het gebruik van ge-encrypteerde boodschappen.
SNMP (``Simple Network Management Protocol'')
Protocol om een netwerk van computers te beheren, bijvoorbeeld, om uit te vinden welke servers en terminals erop hangen.
Socket
Een virtueel communicatie-kanaal tussen twee processen op twee verschillende computers die via TCP/IP verbonden zijn.
Software
Programmatuur.
Solaris
De commerciële Unix-versie van Sun Microsystems. Is ook voor de PC-architectuur beschikbaar. (En zelfs gratis voor scholen.)
Source
De broncode van computerprogramma's. Het vrij beschikbaar zijn van de source code is van fundamenteel belang voor het hele Vrije Source gebeuren.
Spam
Email die je toegestuurd krijgt van personen of bedrijven die reklame willen maken voor hun activiteiten. Als je dat niet wenst noem je dat ``spam,'' anders geef je het een positievere naam :-).
SQL (``Structured Query Language'')
standaard taal om met gegevensbanken te communiceren. Een ``query'' is een bevraging van een gegevensbank.
SSH (``Secure SHell'')
Tot enkele jaren geleden legde men verbindingen tussen computers zonder gebruik te maken van encryptie. Op UNIX- en Linux-systemen gebeurde dit meestal met de RPC-software van SUN. Aangezien hierbij bijvoorbeeld de wachtwoorden in klaartekst verstuurd worden, is deze techniek niet heel veilig, want onderhevig aan sniffing. Vandaar dat veiligere, op encryptie gebaseerde technieken zijn ontwikkeld. SSH is er daarvan één van de meest gebruikte.
Stabiliteit
Hoe langer een programma of besturingssysteem kan werken tussen twee opeenvolgende crashes, hoe stabieler het is.
Stack (``Stapel'')
Een datastructuur waarbij een proces gegevens op de stapel kan bijplaatsen (``push'') of afhalen (``pop''). De gegevens hoeven niet alle van dezelfde soort te zijn.
Standaard
Een (software of hardware) protocol waarover door een zo groot mogelijk aantal betrokken partijen overeenstemming is bereikt. Zulk een protocol kan slechts een standaard worden genoemd wanneer het: Enkele belangrijke voorbeelden: HTML, TCP/IP, en RS232. PostScript voldoet aan de beide eerste vereisten, maar niet aan de derde, aangezien PostScript uitsluitend het produkt is van één enkel bedrijf, met name Adobe. Enkele ``de facto standaarden'' zoals bijvoorbeeld de Microsoft Word of StarOffice bestandsformaten voldoen aan geen van de drie vereisten.
Enkele van de meest invloedrijkste standaarden-organisaties zijn de ISO, de IEEE, ANSI, en de IETF.
Structured Markup
Zie SGML.
Style sheet
Het bestand dat beschrijft hoe een document geschreven in een structured markup taal er moet uitzien, wanneer het gepubliceerd wordt voor een bepaald medium (scherm, papier, Braille, geluid, ...). Voorbeelden van standaarden voor style sheets zijn: CSS, XSL en DSSSL.
Supercomputer
Zeer krachtige computer, die gebruik maakt van de meest geavanceerde technologie om een maximale verwerkingscapaciteit te halen. Vooral van toepassing voor zeer rekenintensieve taken, zoals bijvoorbeeld weersvoorspellingen.
Tegenwoordig bezetten Linux clusters de meeste plaatsen in de top-500 van krachtigste computers in de wereld.
Superuser
Zie root.
Surfen
Het Web afschuimen met een browser.
Swap
Dat deel van de harde schijf waarop de processor stukken uit zijn RAM-geheugen kwijt kan als dat RAM-geheugen volloopt.
Symmetric Multi Processor
Zie SMP.
Synchroon
In de pas. Twee processen en/of apparaten werken synchroon, indien hun acties steeds gelijke tred houden met elkaar.
Synchronisatie
Twee processen en/of apparaten hun acties op elkaar laten afstemmen.
Syntax
Zie assembler.
Systeem administrator
De persoon die verantwoordelijk is voor de goede werking van het netwerk, de besturingssystemen, en de toepassingsprogramma's op een aantal computers.
System call
Toepassingsprogramma's doen regelmatig beroep op de functionaliteiten van het besturingssystemen. De oproep van zo'n functionaliteit is een ``system call.''

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Taak
Zie proces.
TAR (``Tape ARchive'')
Een manier om een hoop bestanden en directories samen te plaatsen in één groot bestand (de tarball), dat op een tape kan gezet worden. Dit was vroeger de meest gebruikte methode om backups te nemen. Nu wordt het UNIX tar-commando nog altijd gebruikt, maar dan meestal niet meer om op tape te zetten, wel om door te sturen over het Internet, of te copiëren naar een schijf of floppy.
tarball
Zie TAR. De bestandsextensie van een tarball is .tar, of .tgz indien hij nog gecomprimeerd werd met gzip.
TCO (``Total Cost of Ownership'')
De volledige kost van een computer(park): aankoop van hardware en software, kost van upgrade, onderhoud, opleiding, enz. De verdedigers van netwerk computers beweren dat deze een veel lagere TCP hebben omdat ze zo weinig onderhoud vergen.
TCP/IP (``Transport Control Protocol/Internet Protocol'')
Het gestandaardiseerde protocol dat computers gebruiken om met elkaar te communiceren via het Internet. Microsoft heeft enkele jaren geleden nog getracht deze standaard te vervangen door hun eigen ``proprietary'' protocol, maar is gelukkig niet geslaagd in dit contra-productief maneuver.
Tekst-gebaseerd
Enkel gebruik maken van tekst, en niet van afbeeldingen.
Tekstverwerking (``Word processing'')
Het omzetten van ingetikte tekst in een document dat kan afgeprint worden. Een moderne tekstverwerker heeft een hoop functionaliteiten, zoals: instelbare lettertypes en groottes, instelbare layout van pagina's, automatisch nummeren van onderdelen en pagina's, automatisch maken van een inhoudstafel en lijst van figuren en bibliografische referenties, enz. Er zijn WYSIWYG versies, zoals OpenOffice.org of KOffice, maar ook andere, zoals LaTeX die meer weg hebben van een programmeertaal.
Telnet
Een protocol om vanop de ene computer via een netwerk in te loggen op een andere computer. Te onveilig, ondermeer omdat paswoorden niet versleuteld worden.
Terminal
Een tekstvenster op het scherm, waarin de gebruiker commando's voor het besturingssysteem kan intikken. Het venster kan het gehele scherm van het apparaat beslaan, of slechts een deeltje zijn van een GUI.
TeX
Eén van de oudste wijdverspreide Vrije Software pakketten, ontwikkeld door Donald Knuth. Het maakt het publiceren mogelijk van wetenschappelijke teksten met zeer hoge typografische kwaliteit. TeX is reeds jaren bug-vrij, en heeft een hele hoop afgeleide pakketten doen ontstaan, waarbij LaTeX één van de meest populaire is. Knuth looft een premie uit voor iedere bug die in TeX gevonden wordt, en het bedrag van de premie verdubbelt na elke gevonden bug; hij is nog niet veel geld kwijtgeraakt :-). De versie-nummers van TeX convergeren naar het getal pi; men zit nu aan 3,14159, maar gezien het lage aantal bugs en het feit dat Knuth TeX als afgewerkt beschouwd, verhoogt het versie-nummer uiterst zelden.
Thin client
Een zeer minimale client in een client-server systeem, die zowat alle gegevensverwerking overlaat aan de server. Dit is de toekomstvisie van bedrijven zoals SUN en Netscape, met Java als de programmeertaal voor de client, en de Net PC als de machine. Het tegenovergestelde (alle gegevensverwerking op de lokale computer) is wat Microsoft wenst.
Thread
Throughput (``Doorvoer'')
De hoeveelheid ``werk'' (uitgevoerde instructies op een procesor, aantal doorgestuurde bytes door een netwerk, het aantal bediende processen door een scheduler, ...) per tijdseenheid.
Time out
Soms gebeurt het dat een proces en/of apparaat wacht op een ander vooraleer het zelf verder kan, maar dat het andere proces of apparaat niet schijnt te reageren. Vaak laat men het wachtende proces dan toch verder werken na verloop van een bepaalde tijd.
Tool (``Hulpmiddel'')
Veel programma's worden nooit door de ``gewone'' gebruiker opgeroepen, maar dienen enkel om het maken van toepassingsprogramma's vlotter te laten verlopen. Al deze ondersteunende programma's worden tools genoemd.
top
UNIX-commando dat de lijst van lopende processen toont, in de volgorde die aangeeft welke processen op dit ogenblik het meeste beroep doen op de resources van de computer.
Tree structure
Zie boomstructuur.
Tux
De mascotte van Linux is, op aanvraag van Linux Torvalds, een pinguin:
Some people have told me they don't think a fat penguin really embodies the grace of Linux, which just tells me they have never seen an angry penguin charging at them in excess of 100mph. They'd be a lot more careful about what they say if they had.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Uitloggen
Zie inloggen.
UML (``Unified Modeling Language'')
Een standaard gegevensstructuur om de relaties tussen verschillende objecten in een programma te beschrijven.
Unicode
Deze standaard codeert alle mogelijke lettertekens in alle mogelijke talen ter wereld in een code van 16 bits lang. Hiermee kunnen 65536 tekens gecodeerd worden. De meeste huidige codes gebruiken slechts 8 bits, goed voor 256 verschillende tekens.
UNIX
Het besturingssysteem voor computers dat in de jaren '60 door Bell Labs ontwikkeld werd. Aangezien Bell door de antitrust-wetgeving geen commerciële activiteiten mocht hebben in de computerbranche gaf Bell het besturingssysteem ook aan universiteiten (inclusief de broncode). Vandaar de grote verspreiding en populariteit van UNIX in de academische wereld. Vandaar ook de grote technische vlucht die het besturingssysteem heeft genomen, resulterend in een zeer betrouwbaar geheel van programma's.
Commerciële implementaties van UNIX zijn: AIX (IBM), HP-UX (Hewlett-Packard), Irix (SGI), SCO Unix (SCO), Solaris (Sun), Ultrix (Compaq).
Universal Resource Indicator
Zie URI.
Universal Resource Locator
Zie URL.
URI (``Universal Resource Indicator'')
Veralgemening van URL: omvat ook FTP en email adressen.
URL (``Universal Resource Locator'')
Het adres van een pagina op het Web.
USB
(``Universal Serial Bus'')
Een snelle seriële bus waarop randapparaten kunnen aangesloten worden met Plug-and-Play mogelijkheden. Zie ook de officiële USB webstek.
User lock-in (``Insluiting van de gebruiker'')
Software bedrijven proberen hun klanten aan zich te binden door hun software zo weinig mogelijk compatibel te maken met de software van concurrenten. Omwille van de inertie tegen verandering (van GUI, van API, van functionaliteit, enz.) zien gebruikers immers op tegen het overstappen naar een software pakket van een concurrent, ook al is dit technisch of financiëel aantrekkelijker. User lock-in wordt versterkt door, onder andere, integratie en door proprietary bestandsformaten.
UTF-8
Zie unicode.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vaporware
Is software die door een bedrijf wordt aangekondigd, zonder dat er op korte termijn een werkende implementatie valt te verwachten. De bedoeling van vaporware is om de klanten aan zich te binden op het ogenblik dat er een concurrent uitkomt met een (bestaand en werkend) gelijkaardig produkt. Vanzelfsprekend werkt deze taktiek enkel voor de dominante bedrijven in de sektor.
Versie
Elk programma (of computer of randapparaat) ondergaat verbeteringen in de loop van de tijd. Opeenvolgende versies van hetzelfde programma hebben niet altijd volledig dezelfde functionaliteit, vandaar dat met verschillende versie-nummers geeft.
Versie-controle
Een tool om verschillende versies van een programma uit elkaar te houden, en om eventueel terug te keren naar een vroeger versie.
Versleuteling
Zie encryptie.
Videokaart
Het randapparaat dat instaat voor het produceren van grafische beelden.
Virtual memory (``Virtueel geheugen'')
Zie swap.
Virtueel geheugen
Zie virtual memory.
Virus
Programma dat verborgen zit in bestanden die via het Internet of floppies op een computer terechtkomen, en dat begint te werken zonder dat de gebruiker er erg in heeft. Sommige virussen kunnen erg veel schade aanrichten, door bestanden van de harde schijf te wissen. Linux is zo goed als nooit het slachtoffer van virussen, omdat de verschillende gebruikers op een linux-systeem van elkaar afgescheiden zijn: een virus kan dus geen bestanden van andere gebruikers of van het besturingssysteem vernietigen, wat het veel minder aantrekkelijk maakt voor virus-producenten.
Vocabularium
Zie Assembler.
Vrije Software
Één van de mogelijke Nederlandstalige termen die hetzelfde willen beschrijven als de combinatie van de internationaal gebruikte termen Free Software en Open Source Software.
VRML (`Virtual Reality Markup Language'')
Standaard protocol om driedimensionele objekten te beschrijven, en te bekijken via het Web.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

W3C (``The World Wide Web Consortium'')
De organisatie die de evolutie van het Web tracht te organiseren en te standaardiseren.
Wachtwoord
Zie Paswoord.
WAN (Wide Area Network)
Zie LAN.
Web
Zie WWW.
WebDAV (``Web Distributed Authoring and Versioning'')
een DAV-extensie voor het HTTP protocol. Als zodanig een open alternatief (en uitbreiding) van Frontpage. Vaak worden DAV en WebDAV als synoniem gebruikt.
Webmaster
De verantwoordelijke binnen een organisatie (school, bedrijf, administratie, ..) voor een (reeks van) webpagina's. Een organisatie laat de gebruiker meestal naar het adres van de ``webmaster'' een email sturen om op de inhoud van een pagina te reageren. ``webmaster'' is een neutraal adres, dat nooit hoeft te veranderen, ook al wijzigt intern de persoon of personen die verantwoordelijk zijn voor de webstek.
Webpagina
Eén pagina van een webstek. Dit wil zeggen, een document opgemaakt in HTML, en dat met een browser kan afgehaald worden.
Websearch
Iets opzoeken op het Web, bijvoorbeeld via één van de vele search engines.
Web server
Server die geconfigureerd is om webpagina's te sturen naar computers die erom vragen.
Website
Zie webstek.
Webstek
Nederlandse term voor de meer populaire Engelstalige uitdrukking ``web site.''
Window manager
Het programma dat bepaalt hoe de computer vensters toont in de GUI, en hoe ze reageren op inputs van de gebruiker (via muis of toetsenbord).
Winmodem
Een modem waarvoor enkel onder Microsoft Windows een device driver beschikbaar is, omdat de fabrikant zijn driver software wil geheim houden. Deze mentaliteit van geslotenheid verdwijnt langzamerhand, naarmate de fabrikanten beginnen te beseffen dat ze een groeiende groep van potentiële klanten in de kou laten staan. Soms zijn ze echter zelf ook gebonden door een NDA.
Eenzelfde fenomeen doet zich voor bij printers.
Winprinter
Zie winmodem.
Wintel
Verwijst naar de combinatie van Microsoft Windows als besturingssysteem en de Intel processoren van de populaire PC. De verwijzing wordt meestal in een pejoratieve zin gebruikt.
Woord
De hoeveelheid bits die een computer in één instructie kan verwerken en/of uit het geheugen halen.
Word processing
Zie tekstverwerking.
World Wide Web
Zie WWW.
Worm
Een soort virus, maar dan eentje dat niks kapotmaakt, alleen maar het geheugen van computers volledig vult zodat hij crasht.
WWW (``World Wide Web'')
Een deel van het Internet, namelijk de verzameling van alle webpagina's die aan elkaar gelinkt zijn, en die via het HTTP-protocol oplaadbaar zijn. Eigenlijk beperkt het Web zich niet meer tot enkel het HTTP-protocol, aangezien men even makkelijk met FTP of gopher bestanden van andere aangesloten computers kan afhalen.
WYSIAYG (``What You See Is All You Get'')
De wat neerbuigende reactie van commando-lijn aanhangers tegen het WYSIWYG-principe: je kan uit een grafisch gestuurd programma niets méér halen dan wat de knoppen en icoontjes in de GUI toelaten. Tekstgebaseerde programma's (vooral in de UNIX-wereld) hebben over het algemeen veel meer mogelijkheden om te configureren.
WYSIWYG (``What You See Is What You Get'')
Een programma wordt WYSIWYG genoemd indien wat afgedrukt wordt op papier precies hetzelfde is als wat de gebruiker op voorhand in het programma op het scherm te zien kreeg.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

X10
Communicatie-protocol voor huis-automatisatie. Het gebruikt de elektriciteitskabels in het huis om signalen door te geven aan apparaten.
XML (``eXtensible Markup Language'')
Een nieuwe, verenvoudigde versie van SGML, bedoeld om gestruktureerde documenten over het Internet uit te wisselen. (SGML werkt ook voor papiern versies, of wat medium dan ook.) Het is een uitbreiding van HTML. XML deelt een document op in logische onderdelen, met een welbepaalde betekenis en structuur. XML beschrijft dus de inhoud en samenhang van een document, niet de visuele vorm (zoals WYSIWYG-tekstverwerkers doen.
Xserver
Server die aan processen de diensten van het W Window Systeem verleent.
XSL (``Extensible Style Language'')
Een style sheet standaard die een uitbreiding is van van DSSSL en CSS.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Y2K (``Year 2000''
De ``Y'' staat voor ``year'' en ``K'' staat voor kilo. Y2K verwijst naar alle zaken die te maken hebben met de verwachte problemen bij de overgang van de datum op computers van 1999 naar 2000: proramma's die alleen de laatste twee cijfers van het jaar bijhouden kunnen geen onderscheid maken tussen de jaren ``1900'' en ``2000''.

Start 3 4 6 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Zip (``Rits'')
Comprimeren. Of de bestandsextensie van een gecomprimeerd bestand.

[EToS] [informatie] [software] [termen]

Herman Bruyninckx
Copyleft 1999-2005.
Laatste aanpassing: 9 april 2005.